Kind(eren):
In het huis van Jan Tonisz. staand op de Hoogen Dijck op de Westenhouck van de Tollesteeghe vond op 2.3.1592 een bespreking plaats over het wachtlopen op de dijk te Sliedrecht. Aanwezigen waren o.a. Capiteijn Jan Humensz. met zijn luitenants en rotmeesters en de Schout van Wijngaarden. Men kon het niet eens worden en toen de dominee Wasserburgh voorbij kwam werd deze om raad binnen gevraagd. De dominee was op bezoek geweest bij een zieke vrouw, meende naar huis te gaan er werd nu plotseling voor dit probleem gesteld. Als voorzichtig man, die niet zomaar een oplossing wist te bedenken, stelde hij voor een commissie te benoemen. Op dat moment verschenen er onverwacht twee schuiten met gewapende Spanjaarden vanuit Geertruidenberg. Het hele gezelschap, waaronder ook dominee Wasserburgh en de waard Jan Thonisz. werd naar de gevangenis van Geertruidenberg gevoerd. Daar begon het geweten van de waard te knagen. Hij verklaarde gezien te hebben dat de Spanjaarden er aan kwamen, maar omdat hij bang was dat zijn gasten, zonder het gelag te betalen, zijn herberg rennend zouden verlaten, had hij niet gewaarschuwd. Uiteindelijk moesten allen het gelag betalen, want het arme Sliedrecht kon de losprijs van 1.000,- niet opbrengen. Het gezelschap zat dagen vast in de kerker.Bron: De Tijd van toen, bl. 21, Ir. W. Bos Jzn.
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.