Max von Spiessen, de Westfaalse genealoog, noemt hem "Borghard zu Hecket", alhoewel het huis Hecht of Heckede eerst na zijn dood in 1545, door zijn weduwe Anna van Herborn op het vrije hofgoed Hecht gebouwd werd. Wij vermoeden dat Borchard ook op de "Knippenburg" woonde, want in verschillende oorkonden vinden wij hem terug in het gezelschap van zijn broers Henrich en Rotger.
Hij wordt voor het eerst op 4.2.1492 genoemd, tezamen met zijn moeder Rorich en zijn broers Berndt, Johan en Henrich. Op 23.4.1523 draagt hij zijn aandeel op het goed "op den Dijke" over aan zijn broer Rotger. In 1527 schrijft hij met zijn broers Henrich en Rotger een brief aan Friedrich von Wied, bisschop van Munster.
Op 26.9.1529 -op St. Peter en Paul- wordt door Wessel van Loe, Henrich en Borchard, gebroeders van der Knippenburg, Henrich van der Hove, alsmede door de kerkmeesters Herman vor der Bruggen en Rotger op ten Steynhuys en de gezamenlijke parochiane van Osterfeld, de opvolging voorgesteld voor de overleden vikaris Johan Wynkes, houaer ven de vikarie van de Heilige Katharina.
De priester Cirich Molner, van wie de ouders het altaar, respectief het afficium bij de stichting hadden bescheerd, wordt aan Gosswin Koek, pastoor van Osterfeld en Bottrop en "jure patronatus laicalis" voorgesteld. De pastoor als "archidiaconis loci" zal tot de investituur overgaan. (1)
In een oorkonde die op dezelfde datum werd opgesteld, worden de gebroeders Henrich, Borchard en Rutgher genoemd en waarin het patronaatsrecht over het Katharinavikariaat wel bepaald wordt.(2)
In 1533 lossen Borchard en Henrich het Hof "Holtkamp" in, het geen Borchard aan de Duitse Orde verpand had. Hij was vóór zijn broer Henrich met het hof beleend geworden.
Borchard overleed vóór 1541 (3). Hij was gehuwd met Anna van Herbern of Herborn, vrouwe tot Ittlingen. Zij was stiftsdame te Nokeln. geweest en was een dochter van Adrian van Herbern en van Anna van den Bussche tot Ippenburg (1541-1545).
Anna van Herbern overleed te Osterfeld ca 1550 en werd begraven met haar kwartieren: Herbern-Langen en Busch-Romberg. Herbern is een dorp in het ambt Ludinghau sen, op 25 km.ten zuiden van Munster. (Wapen: een dwarsdoorsneden schild, in het bovenveld twee naar links en rechts neigen- de lelies met afgesneden voet. (Fahne, Gesch.Westph.Geschl. p.213-214.))
Borchard en Anna van Herbern hadden een dochter Anna. Doch na de dood van Borchard vernemen wij, dat hij in zijn testament zijn natuurlijke zoon Johan, geboren uit Gerdt Costers, alias Elsa van der Heyden, bedacht heeft met een jaarlijkse rente van anderhalve goudgulden.
Op 21.2 1541 heeft zijn weduwe de totale som bepaald op 30 goudgulden De rente zal betaald worden door het echtpaar Johan en Hylla Budericke uit de opbrengst van twee morgen land, uit hun klein goed "de Clopper" geheten, gelegen bij Stalleyken en uit al hun andere goederen. Dit schuldrecht is te betalen alle jaren op St.Martinus aan de genoemde Johan, bastaard en natuurlijke zoon van Borchard, (6)
In een contract van 20.9,1594 komen deze twee morgen land nogmaals ter sprake, Sibille Peppers, dochter van wijlen het echtpaar Herman en Irmen Peppers, in tegenwoordigheid van haar voogd en naast familielid Philip an der Heyde en Wilhelm Murer, ziet af van twee morgen land aan de Sassenberg, gelegen naast Laurentz Nielhoffs, nu Laurentz Duissbergs land, ten gunste van het echtpaar Hinrich en Catharine Bussmann.
Deze twee morgen land zijn belast met 60 goudgulden, die voorheen aan Borchard van der Knippenburgh en nu aan Jeromin Rosen dall, familieraadslid schriftelijk toegezegd werden; verder met 25 goudgulden die Henrich Bussman verschuldigd zijn. (7)
Op 16.7.1541 verklaren Henrick Vulhaese en zijn vrouw Gert, dat zij van Anne van Herbern, weduwe van Borchard van der Knyppenborch 30 goudgulden geleend hebben; waarvoor zij jaarlijks op Pinksteren twee malder rogge als rente zullen betalen uit hun huis en goed, gelegen in de Weverstraat en uit al hun andere bezittingen en dit als schuldrecht, (8)
In 1542 treedt de weduwe van Borchard, Anna van Herborn samen met haar schoonbroer Henrich als aanklagers op in een proces voor het Reichskammergericht .(9)
«u»«i»Voetnoten:«/u»«/i»
«i»(1) origineel op perkament, zegels van Wessel van Loe, Henrich van der Knippenburg en Henrich van der Hove, Het zegel van de kerkmeesters is afgevallen, De notaris Johannes Doeve linck was tegenwoordig "in hac notatione et presentatione" en had de oorkonde geschreven en ondertekend, Schetter, St Pankratius nr,43, p,227;
(2) Schetter. St Pankratius nr.44, p,228;
(3) vóór 21 2,1541 en niet na 31, .5,1543, zoals Dr,Gerlach meent;
(4) Staatsarchiv Munster, Sammlung Spiessen; Fahne, Gesch.Westph Geschl : p,251;
(5) Archief H,R,A S, collectie van Spaen, Tome XV, nr,75, B,58 - genealogie van Herberen;
(6) Stadtarchiv Essen, rep,100, 317,
(7) Stadtarchiv Essen, rep,100, 327, van B.3,1971;
(8) Stadtarchiv Essen, rep.100, 317, p.98;
(9) Staatsarchiv Munster, R.K.G, - K. 709/1877.«/i»
Let op: Partner (Anna von Delwig) is 63 jaar jonger.
(1) Hij is getrouwd met Anne von Herbern zu Ittlingen.
Zij zijn getrouwd
Kind(eren):
(2) Hij is getrouwd met Anna von Delwig.
Zij zijn getrouwd.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Borchart (Borgard zu Hecket) van der Knippenborch | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
(1) | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
Anne von Herbern zu Ittlingen | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
(2) | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
Anna von Delwig | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.