Op 3 november 1944, kort na de bevrijding van Nijmegen, verscheen in "De Gelderlander" het eerste "in memoriam" van Robert Regout. Het was geschreven door Uri Nooteboom, de jonge Nijmeegse universiteitsmedewerker en journalist die zelf tragisch zou sneuvelen te Den Bosch op 5 mei 1945.
Prof. Mr. Robert Regout S.J.
Deze koele en objectieve geest, priester van de Sociëteit van Jezus, moderator en hoogleraar aan de universiteit, is overleden op 46-jarige leeftijd in Dachau, nadat hij bijna twee en een half jaar in harde gevangenschap had doorgebracht. Het ene "in memoriam" volgt het andere op. Na professor Titus Brandsma volgt onmiddellijk professor Regout, beiden religieus, beiden priester, beiden hoogleraar aan de Carolina. Slachtoffers van de Duitse terreur, van het wantrouwen van de Duitse geest tegen al wat groot, goed en edel was in ons vaderland. Pater Regout, de wind waait welhaast reeds twee jaar over zijn graf in het vijandige vreemde land; er is intussen veel leed over ons heengegaan en tal van bittere gebeurtenissen overspoelen met dreunende golfslagen de herinneringen aan hem: maar hoe duidelijk getekend staat deze bedachtzame man met zijn heldere geest nog velen voor ogen! Hij was nog jong toen hij stierf, de Sociëteit had nog veel van hem te verwachten en de universiteit niet minder: van deze jezuïet, ontheven aan al het stoffelijke van het leven, deze priester die zijn grote taak vervulde met verheffende eenvoud, deze man die zijn hart aan de wetenschap had gegeven.
Geboren te Maastricht op 18 januari 1896 uit een zeer aanzienlijke familie, maakte hij zijn gymnasiale studies op het gerenommeerde St.-Willibrorduscollege te Katwijk aan de Rijn. Het was niet verwonderlijk dat deze fijne geest om zijn levenstaak te vervullen in de Sociëteit van Jezus trad. Hij studeerde rechten in Leiden en vervolmaakte zijn vorming als jezuïet in Engeland. Hij werd priester gewijd op 15 augustus 1927.
Deze priester met zijn stille voornaamheid en fijne distinctie was ook als religieus de aangewezen man om veel relaties te kweken. De studie waarop hij zich toelegde bracht dit mee, contacten met het buitenland waren noodzakelijk om zijn wetenschappelijke inzicht te verbreden. Vaak ging hij naar Parijs, waar hij een drukke relatie onderhield met de bekende jezuïet Yves de la Brière, een contact dat hij ook later zal aanhouden, wanneer hij als opvolger van pater C. Hoogeweegen S.J. het moderatorschap aan de universiteit van deze overneemt. Als moderator aan de Carolina kreeg hij invloed op een studentengemeenschap die de eerste stormen van haar kinderjaren achter de rug had en die onder zijn rustige leiding zich kon gaan wijden aan actuele problemen en de verdieping van innerlijk leven. Zijn kalmte, bezadigdheid en diep doorzicht brachten een zekere rust in het Nijmeegse studentenwezen; het was of daarover iets van de diepte opging, waarin hij alle leven en werken beschouwde. Op 18 september 1939 werd hij door de St.-Radboudstichting tot buitengewoon hoogleraar in het volkenrecht benoemd, terwijl hij tegelijkertijd het moderatorschap aan de universiteit zou blijven vervullen.
Inmiddels was de oorlog uitgebroken; het vertrouwen in de toekomst van het volkenrecht was zwakker dan ooit. Daarom hield professor Regout bij zijn inaugurele rede op 28 februari 1940 een pleidooi: 'Is er grond voor vertrouwen in het volkenrecht?' Hij had een dubbele en zware taak: het moderatorschap vroeg zijn zorgen, hij ging naar de internationale studentencongressen van de Pax Romana, in 1939 gehouden in Joegoslavië te Lubljana en in 1940 naar Amerika. Voortdurend reisde hij naar Den Haag in verband met internationale vredesacties. Ondanks de gebeurtenissen en feiten van de oorlog had hij vertrouwen in de toekomst. Hij was een van degenen die met hun koel wetenschappelijke kijk geen geloof wilden hechten aan het boek van Rauschning, 'Gespräche mit Hitler', dat reeds zijn schaduw over oostelijk Europa vooruit wierp. Zelfs na de bezetting van Denemarken en de verovering van Noorwegen hield hij met een sterk optimisme vast aan het geloof dat het optreden van Duitsland in de bezette gebieden waardiger zou zijn dan de berichten en geruchten vertelden.
Op dinsdag 7 mei 1940 hield hij 's avonds in de aula van de universiteit - het was geen vier dagen meer vóór de invasie in Nederland - een rede: 'De neutraliteit van Nederland een nationaal en Europees belang', een doorwerkt en doordacht pleidooi, dat enkele uren later door de Duitse invasie werd achterhaald. Een van de eerste publicaties van zijn hand na de bezetting was een artikel: 'De rechtstoestand in bezet gebied'. Hierin stond duidelijk geformuleerd welke rechten de bezetter in dit gebied volgens de Haagse Conventie kon doen gelden en welke niet. Deze publicatie wekte bij de Duitsers reeds onwil en achterdocht. Maar ook de vele reacties die hij had waren voor de vijand een reden tot verdachtmaking. Professor Regout heeft zijn taak doorgezet. Hij was het, die de houding van de universiteiten tegenover de bezetter tot fierheid en zelfbewustheid trachtte te beïnvloeden. De invasie was nog niet veel weken oud toen hij werd gearresteerd. Hij had het zien aankomen, hij was gereed, maar bezat nog steeds een onwankelbaar vertrouwen in het recht dat aan zijn kant was: toen hij werd opgehaald was zijn laatste verzoek om zijn fiets in orde te laten brengen, omdat hij zaterdag weer naar Den Haag wilde gaan. Zozeer was hij ervan overtuigd dat hij spoedig weer terug zou zijn!
Hij is niet teruggekeerd. Deze vastbesloten figuur was geen prooi, die de Duitsers los zouden laten. Hij ging de lijdensweg op die door Duitsland vele grote figuren zijn opgegaan. In de eerste dagen na 10 mei had hij zijn activiteit aangewend om verschillende leidende figuren een juist standpunt te doen innemen. Hij had zijn standpunt bepaald, hij zou er niet van afwijken. Arnhem, Berlijn, Dachau: de lange dagen van de gevangenis. Hij met zijn rustige overtuiging, zijn priesterlijk gemoed was zijn lotgenoten tot grote steun en voorbeeld. Het heroïsme van Regout lag besloten achter de diepten van zijn hart, het werd volstreden in stilte en haast ongemerkt. Zijn dagelijks gebed luidde: 'en leid ons niet in bekoring', hetgeen hij verstond als 'beproef ons niet boven onze krachten'. Meer dan twee jaar heeft Regout de dagen van gevangenschap volgehouden. Een portret van hem, getekend in de gevangenis van de Alexanderplatz te Berlijn, geeft een trieste trek om die altijd zo vastberaden mond. Ook voor hem zijn de dagen der beproeving zwaar geweest, al was er misschien steeds een smal uitzicht op de vrijheid. Toen deze hoop ijdel bleek, heeft God hem niet langer beproefd maar tot zich genomen op 28 december 1942.
Robert Regout, deze nobele persoonlijkheid, die zijn vaderland diende naar alle krachten, hij is een van de velen, maar daaronder een der eersten die naast de zaligheid van zijn ziel de onvergankelijke lauweren verdiende. Religieus, priester, professor: het land, de priesterschaar en de Sociëteit, de universiteit en studenten zien met diepe eerbied naar hem op!
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.