DE HEERLIJKHEID VOSHOL
De heerlijkheid Voshol bestond aan het eind van de zestiende eeuw uit Zwammerdam, Reeuwijk
en Ter Aar1
. Hoewel gescheiden door Aarlanderveen vormden deze drie rechtsgebieden toch een
administratief geheel door hun langdurige vereniging onder het geslacht Brederode. Die situatie
bestond minstens vanaf het begin van de veertiende eeuw. Iets eerder, in 1283, blijkt de
heerlijkheid leenroerig te zijn geweest aan de heer van Teilingen2
, wiens rechte lenen samen met
het leenhof in dat jaar aan de graaf van Holland kwamen. Bij die gelegenheid werd het leen van de
heer van Brederode gespecificeerd als Oud Voshol, Wijk en 's-Gravenbroek. Maar reeds een paar
jaar eerder was eveneens sprake van Voshol in het ambacht van Brederode3
. Wij mogen daarom
de omschrijving van 1283 houden voor de heerlijkheid Voshol.
Was deze heerlijkheid echter van beginne af aan even uitgestrekt als zij omstreeks 1600 was? Dat
is voor enige twijfel vatbaar. In de rekeningen van de grafelijke rentmeester van Noord-Holland,
die lopen vanaf 1316, treft men immers "Are" en Voshol gescheiden aan4
. Deze situatie bleef de
eeuwen door ongewijzigd. Het heeft er daarom veel van, dat Ter Aar pas in een later stadium met
het eigenlijke Voshol, waaronder wij Zwammerdam en Reeuwijk verstaan, is verenigd. Dat zal
vermoedelijk in de dertiende eeuw zijn gebeurd. Bewijzen ontbreken echter, zodat het
bovenstaande een gissing moet blijven. Te wijzen valt wel op een overeenkomstige gang van
zaken met 's-Gravenbroek, dat Willem van Brederode kocht van de heer van Teilingen5
. Volgens de
oorkonde lag het bij Voshol en behoorde het er dus niet toe. In 1283 werd 's-Gravenbroek nog
apart genoemd maar daarna nooit meer. Het was in Voshol opgegaan. Nadien bleef de heerlijkheid Voshol probleemloos in handen van de achtereenvolgende heren van
Brederode6
. Volgens de leenregisters van de graaf van Holland bleef die toestand ook in het begin
van de Tachtigjarige Oorlog gehandhaafd. De praktijk was echter anders want Voshol viel bij
testament toe aan Adriana Francisca, dochter van Reinout van Brederode en Helena van
Manderscheid7
. Het testament werd door de vertegenwoordigers van de hoofdlinie evenwel
aangevochten en de zaak bleef slepend tot zij in 1620 de rechten van Adriana Francisca voor ?
36.000,- afkochten. Daarna bleef Voshol wederom aan de hoofdtak tot deze in 1679 uitstierf.
Erfgename was Amelia Wilhelmina van Brederode, gehuwd met Armand de Caumont, markies van
Montpouillan, die de heerlijkheid aan hun dochter Amelia vermaakten ter gelegenheid van haar
huwelijk met William Paulet. Dit echtpaar zag zich wegens financiële moeilijkheden gedwongen
tot verkoop van Voshol over te gaan. Koper werd in 1710 Cornelis van Aerssen voor de som van ?
90.000,-.
Hij is getrouwd met Maria / Maritgen van Barrevelt.
Zij zijn getrouwd
Kind(eren):
Repertorium op de Lenen van de hofstede Brederode 1264-1803:
32. 6 morgen rietland of water in de bedijkte nieren van Bergen, eertijds in of bij de
plaats Kulckebreecke; een poldertje buiten de meren, genaamd Mattennham.
14-11-1577: Willem van Sonnenberg, baljuw en rentmeester van Brederode, zoals de akte van
27-6-1566, Vianen, 25 fol. 14.
2-8-1612: Nikolaas Bakker, rentmeester van Brederode, voor Margaretha van Leeuwen bij dode
van Willem van Sonnenberg, haar man, met het eerste perceel, waarna overdracht aan Remens
Cansert, haar neef, Vianen, 26 fol. 234-235.
14-8-1630: Joost van Leeuwen bij dode van Margaretha van Leeuwen, zijn zuster, Vianen, 28
fol. 12.
21-10-1630: Boudewijn Hackius voor Frans van Leeuwen ook voor de andere erven van Margaretha
van Leeuwen, diens oudtante, Vianen, 28 fol. 13.
10-2-1634: Mr. Valentijn van Vianen, advocaat bij het Hof van Utrecht, voor Nanning van Veen Adriaansz. te Alkmaar bij overdracht door Rudolf Strenge, procureur bij de kamer van justitie te
Vianen, voor Boudewijn Hackius, notaris te Den Haag, voor diens vrouw, Frans van Leeuwen en
Adriaan Duik, kapitein en sergeant-majoot, voor erven Margaretha van Leeuwen, weduwe Sonnenberg,
Vianen, 28 fol. 47v-48.
Giftboek Hof van Delft:
9-3-1636: Adrijaen Fransz. van Leeuwen en Cornelis Fransz. van Leeuwen gebroeders
wonende tot Leiden voor haar zelf en respectievelijk als testamentaire mede-voogden van de
nagenoemde onmondige kinderen, mitsgaders als tot deze speciale procuratie hebbende van
Adam Fransz. van Leeuwen brouwer in de Druijff tot Leiden insgelijks zo voor hem zelf als
in de naam als testamentaire mede-voogd eerst over de achtergebleven weeskinderen van
Eeuwout Fransz. van Leeuwen in zijn leven wijnkoper haar zal. broeder, item over Marijtgen
Fransdr. van Leeuwen zijn en haar onmondige zuster, en nog over de kinderen van Josijntgen
van Leeuwen Fransdr. mede zijn en haar zuster en huisvrouw van do. Johan Paeu tot
Alkmaar, en wijders als mede speciale procuratie hebbende van Weijntge Fransdr. van
Leeuwen wed. wijlen Johan Deijman brouwer was en van Hugo Paeu als man en voogd van
Aeltgen Fransdr. van Leeuwen, winnen de gift door het overlijden van Frans Adriaensz. van
Leeuwen burgemeester tot Leiden was en Maria Cornelis van Hodenpijl zijn huisvrouw, haar
vader en moeder, van 7 morgen 92 roeden hoflandzo vrij en onvrij als hetzelve bevonden zal
worden, leggende in deze ambacht in de hoefslag van Vockestaert, staande de morgen op 6
pond schots.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.