Stamboom Van Gorcum » Joannes "Jan Gerard" de Wijse (1636-????)

Persoonlijke gegevens Joannes "Jan Gerard" de Wijse 


Gezin van Joannes "Jan Gerard" de Wijse

Hij is getrouwd met Ida van Rukveen.

Zij zijn getrouwd op 24 mei 1671 te Ginneken, Noord-Brabant, Nederland.


Kind(eren):



Notities over Joannes "Jan Gerard" de Wijse

Drie sterfhuizen en hun perikelen
In 1709-1710 vonden twee erfdelingen plaats, namelijk die van de nalatenschap
van Cornelis de Wyse en zijn vrouw Maria van Rucphen en kort daarna die van de
nalatenschap van Perina (Peryntke) van Bernagie die tot een herschikking van vermogens
leidden. Na de dood in 1725 werd ook de nalatenschap van Johan de Wyse
verdeeld, maar deze nam heel wat meer tijd in beslag. Perina en Johan stierven zonder
kinderen na te laten. Cornelis en Maria daarentegen hadden wel nageslacht. Dat
betekende ook dat de leden van de familie De Wyse veel contact met elkaar hadden.
Nu eens was het ruzie, dan weer waren ze het eens.Voor een goed begrip van wat volgen gaat enkele opmerkingen over het Bredase
erfrecht. Dit gold ook in bijna de gehele Baronie en was in de zestiende eeuw op
schrift gesteld.8
Er werd onderscheid gemaakt tussen erfgoederen en haafgoederen.
Erfgoederen waren onroerende goederen en daarop gevestigde renten, haafgoederen
waren roerende goederen zoals meubels, kleding, handelsvoorraad, graan, levensmiddelen,
drank enz. In principe kregen de kinderen een gelijk deel van de hele
erfenis, waarbij het niet uitmaakte of het mannen of vrouwen waren. Wanneer een
echtpaar geen kinderen had en de man of de vrouw stierf, behield de langstlevende -
dat kon de man of de vrouw zijn, dat maakte niet uit - datgene wat hij zelf geërfd
had van zijn ouders of andere bloedverwanten en kreeg hij/zij daarnaast de helft van
de erfgoederen die tijdens het huwelijk waren verworven in eigendom. Van de haafgoederen
kreeg de langstlevende ook de helft. Maar wat de eerstoverledene aan erfgoederen
had geërfd ging terug naar haar of zijn familie.
a) Het sterfhuis van Perina van Bernagie
Perina maakte in 1693 na de dood van haar man, de Bredase apotheker Johan
Wils, haar testament.9
Ze benoemde toen tot erfgenamen haar nichten, de kinderen
van Maria van Rucphen en Cornelis de Wyse en die van Adriana van Rucphen en
Johan de Vroom. Perina en Johan Wils zaten in de turfnering. In 1704 zijn de erven
zover dat zij de goederen kunnen verdelen die staande het huwelijk van Perina en
Johan Wils zijn verworven, maar daarna kan men het niet eens worden over de erfgoederen
van Perina en dus worden er exploten bezorgd en alles in gereed gebracht
voor een procedure.10 Partijen worden het toch eens en in 1709 en 1710 kan er eindelijk
gedeeld worden. De kinderen van Cornelis de Wyse krijgen onder meer de
helft van het goed Grimhuizen in Ulvenhout (de andere helft is van Johan de Wyse),
een deel van het huis Assendelft in de Nieuwstraat in Breda, het huis De Spiegel achter
de brouwerij Het Klaverblad en wat obligaties.11 Dionysius heeft zijn deel dat bestaat uit gereedschap, handelswaren en vorderingen op oude klanten al eerder ontvangen.
Bij de volgende deling krijgt de broer van Dionysius, Jean François het huis De
Kleine Spiegel aan de noordzijde van de Houtmarkt met een werk- of pakhuis, stal,
logie, plaats, hof en erf en enige obligaties op naam van particulieren in Rijsbergen en
Zundert. Een zuster Elia Theresia krijgt de helft van het huis Assendelft aan de zuidzijde
van de Nieuwstraat. De andere helft van dit hofhuis gaat naar Cornelis Jozef en
Petronella.
b) Het sterfhuis van Cornelis de Wyse
Cornelis stierf in 1703 en zijn vrouw Maria in 1709. Na haar dood kwamen de
erven bijeen om te delen. Op dat moment leefden er van de tenminste acht kinderen
die Cornelis en Maria hadden verwekt nog vier zoons en twee dochters. Van de
zes overlevende kinderen hadden er maar twee nageslacht. Twee zoons behoorden tot
de geestelijke stand. Gerardus geboren rond 1668 trad in bij de kapucijnen als pater
Jozef van Breda en bekleedde diverse functies in de orde in Mechelen en Lier. Van
1725 tot 1728 was hij gardiaan (hoofd) van het klooster in Meersel-Dreef. Daar stierf
hij in 1745 en werd bij het klooster begraven.13 De andere geestelijke was Cornelis
Jozef. Hij overleed in 1733 en werd begraven in de kerk van Baarle.14 In Baarle
54
Jaarboek De Oranjeboom 60 (2007)
woonde ook zijn zuster Petronella die ongehuwd bleef. Broer en zus vormden, zoals
we straks nog zullen zien, een koppel dat veel samen deed.
De andere dochter van Cornelis heette Aleid, maar ook wel Aleydis Theresia of
Elia Theresia. Wie weet, werd ze in Breda wel gewoon Lieke genoemd. Zij werd geboren
in 1678 en trouwde in 1708 met de advocaat mr. Johan Cheeuws. Na haar
overlijden in 1746 werd zij begraven in Meerle.15 Leden van de Bredase katholieke
elite lieten zich graag in dat dorp, dat over de grens in het graafschap Hoogstraten lag,
begraven. Daar kon in de parochiekerk de uitvaart openlijk volgens het ritueel worden
gevierd. Het stond trouwens ook sjiek wanneer het lijk op een wagen door de
straat werd gereden op weg naar het vijftien kilometer verder gelegen Meerle. De nazaten
van Elia Theresia en mr. Johan zijn niet uitputtend onderzocht. Wel komen we
aan het eind van dit artikel terug op een van haar dochters, Anna Petronella. De andere
zoons waren Dionysius die tussen 1665 en 1669 geboren moet zijn en Jean
François die in 1675 het levenslicht zag.
Bij de deling van de erfenis op 21 juni 1710 blijft een deel van de goederen gemeenschappelijk
bezit. Dionysius, die dan koopman wordt genoemd, krijgt de zeepziederij
in het huis 's-Hertogenbosch in de Tolbrugstraat. Hij woont daar al en is zijn
vader en oom opgevolgd als bedrijfsleider. Aan Jean François wordt de turfwinning
onder Zundert toebedeeld. Hij ontvangt verder de hoeve Ende Koy in het BovenMoer
onder Zundert en een partij bos en heide genaamd het Ingeheynt Leen. Dit
gebied is 21 hectare groot en ligt achter Hulsdonk. Het is een leen van de heer van
Breda en maakt deel uit van het Beneden Moer. Verder krijgt hij alle andere moeren
aan weerszijden van de grens onder Wuustwezel, Kalmthout, Nieuwmoer, het Spurk
en Zundert en alle turfschuiten en het gereedschap. Elia Theresia krijgt de hoeve De
Dogh groot 7,7 hectare op de Rith onder Princenhage, diverse stukken land in
Princenhage en de Ketel bij de Moerdijk en in de stad het huis De Biekorf aan de
noordzijde van de Tolbrugstraat. Het land bij de Moerdijk is verpacht aan een slager
uit Breda die daar zijn vee op laat vetweiden. Cornelis Jozef en Petronella krijgen de
hoeve Ter Stappen onder Effen. Deze bestaat dan uit het huis, hof, huiswerf, schuur,
stal, gracht, dreven en bomen en verder 28 verspreid liggende percelen zaailand, weide,
heide en bos. Wat verder weg liggen niet nader aangeduide buitengorzen in
Prinsenland en landerijen, weiden en blikken (uitgeveende percelen land) in de polder
van Lillo. In Breda mogen zij zich eigenaar gaan noemen van twee woningen met
stal, voorheen een oliemolen, tegenover de Pekbrug en een huis in de St. Annastraat.
De erfdeling maakt een rationele indruk en laat zien op welke terreinen vader
Cornelis actief is geweest: zeepfabricage, turfwinning en landbouw.
c) Het sterfhuis van Johan de Wyse
De meest gecompliceerde erfenis was die van Johan de Wyse. Hoewel er geen
conflicten ontstonden, nam de afwikkeling 35 jaar in beslag. In zijn laatste testament
van 2 juni 1714 had de oude heer zijn zaken zo goed als hij kon geregeld.17 Afgezien
van enige legaten aan huispersoneel en verre familieleden benoemde hij tot zijn erfgenamen
voor de ene helft mr. Gerard Ignaas van Dun, de zoon van zijn zuster
Catharina Maria en de koopbrouwer Johan van Dun, en voor de andere helft de kinderen
van zijn broer Cornelis. Als de kinderen van Cornelis moeilijkheden zouden maken, werden zij uitgesloten van de hele erfenis en ging hun deel naar de Van Duns.
Uitgaand van Johans testament was daar overigens weinig reden voor, want de kinderen
van Cornelis en Maria werden bevoordeeld boven de partij Van Dun, doordat
Johan aan hen zijn hoeve Grimhuizen in Ulvenhout, nog een hoeve aldaar en een
hoeve op de Emer onder Princenhage prelegateerde. Daarbij valt het wel op dat hij
Dionysius, de oudste zoon, uitsloot ten gunste van diens kinderen. Zeker, Dionysius
zou het vruchtgebruik krijgen van de hoeve Meerberg onder Teteringen en de daarbij
aangekochte heidegronden onder Oosterhout en de baten van het huis De
Eierkorf op de Haagdijk nabij de Antwerpse poort. Maar dat neemt niet weg dat de
oudste zoon van zijn broer niet benoemd werd tot executeur, wel diens jongere broer
Jean François die assistentie kreeg van twee aangetrouwde juristen, mr. Gerard Ignaas
van Dun en mr. Johan Cheeuws.
Dat inschakelen van juristen was geen slecht idee, want de erfenis was niet alleen
omvangrijk maar de situatie was ook gecompliceerd doordat Johan zich een tikje eigengereid
had opgesteld. In 1686 hadden Johan en Ida een zogenaamd wederkerig
testament gemaakt - iets wat in die tijd in Breda veel gebeurde - waarbij de echtelieden
elkaar tot enig erfgenaam benoemden.18 Verder zou Johan indien hij Ida zou
overleven het vruchtgebruik krijgen van alle erfgoederen van Ida. Na zijn dood
moesten deze volgens het Bredase erfrecht terugvallen naar de familie Van Rucphen.19
Ida stierf in 1692 en daarmee werd Johan 'tochtenaar'(= vruchtgebruiker) van Ida's
goederen. In zijn laatste testament van 1714 week Johan echter af van de costumen
door nadrukkelijk te bepalen dat de van Ida afkomstige en de door hen beiden staande
het huwelijk verworven goederen, die hij na haar dood alleen maar in vruchtgebruik
had, beschouwd moesten worden 'als des testateurs vry ende eygen goedt',
waarmee hij dus kon doen wat hij wilde. En Johan wilde dat de partij Van Dun ook
van deze goederen de helft zou krijgen.20 Volgens het Bredase erfrecht hadden zij in
zijn geheel naar de familie Van Rucphen moeten gaan. Wellicht was Johan alleen maar
een eigengereid man, maar het zou ook kunnen dat vooral mensen met aanzien het
zich konden veroorloven het gewoonterecht naast zich neer te leggen als hen dat zo
uitkwam.
Op 27 mei 1726 werd door de executeurs de inventaris van de onroerende goederen
opgemaakt . Er waren nu vermoedelijk als gevolg van overlijden vier executeurs,
waarvan drie juristen. Naast Jean François de Wyse komen we nu tegen de
meesters in de rechten Johan Cheuws, Petrus Gerardus van Dun en Cornelis
Dat inschakelen van juristen was geen slecht idee, want de erfenis was niet alleen
omvangrijk maar de situatie was ook gecompliceerd doordat Johan zich een tikje eigengereid
had opgesteld. In 1686 hadden Johan en Ida een zogenaamd wederkerig
testament gemaakt - iets wat in die tijd in Breda veel gebeurde - waarbij de echtelieden
elkaar tot enig erfgenaam benoemden.18 Verder zou Johan indien hij Ida zou
overleven het vruchtgebruik krijgen van alle erfgoederen van Ida. Na zijn dood
moesten deze volgens het Bredase erfrecht terugvallen naar de familie Van Rucphen.
Ida stierf in 1692 en daarmee werd Johan 'tochtenaar'(= vruchtgebruiker) van Ida's
goederen. In zijn laatste testament van 1714 week Johan echter af van de costumen
door nadrukkelijk te bepalen dat de van Ida afkomstige en de door hen beiden staande
het huwelijk verworven goederen, die hij na haar dood alleen maar in vruchtgebruik
had, beschouwd moesten worden 'als des testateurs vry ende eygen goedt',
waarmee hij dus kon doen wat hij wilde. En Johan wilde dat de partij Van Dun ook
van deze goederen de helft zou krijgen.20 Volgens het Bredase erfrecht hadden zij in
zijn geheel naar de familie Van Rucphen moeten gaan. Wellicht was Johan alleen maar
een eigengereid man, maar het zou ook kunnen dat vooral mensen met aanzien het
zich konden veroorloven het gewoonterecht naast zich neer te leggen als hen dat zo
uitkwam.

Heeft u aanvullingen, correcties of vragen met betrekking tot Joannes "Jan Gerard" de Wijse?
De auteur van deze publicatie hoort het graag van u!


Tijdbalk Joannes "Jan Gerard" de Wijse

  Deze functionaliteit is alleen beschikbaar voor browsers met Javascript ondersteuning.
Klik op de namen voor meer informatie. Gebruikte symbolen: grootouders grootouders   ouders ouders   broers-zussen broers/zussen   kinderen kinderen

Voorouders (en nakomelingen) van Joannes de Wijse


    Toon totale kwartierstaat

    Via Snelzoeken kunt u zoeken op naam, voornaam gevolgd door een achternaam. U typt enkele letters in (minimaal 3) en direct verschijnt er een lijst met persoonsnamen binnen deze publicatie. Hoe meer letters u intypt hoe specifieker de resultaten. Klik op een persoonsnaam om naar de pagina van die persoon te gaan.

    • Of u kleine letters of hoofdletters intypt maak niet uit.
    • Wanneer u niet zeker bent over de voornaam of exacte schrijfwijze dan kunt u een sterretje (*) gebruiken. Voorbeeld: "*ornelis de b*r" vindt zowel "cornelis de boer" als "kornelis de buur".
    • Het is niet mogelijk om tekens anders dan het alfabet in te voeren (dus ook geen diacritische tekens als ö en é).



    Visualiseer een andere verwantschap

    De getoonde gegevens hebben geen bronnen.

    Historische gebeurtenissen


    Over de familienaam De Wijse

    • Bekijk de informatie die Genealogie Online heeft over de familienaam De Wijse.
    • Bekijk de informatie die Open Archieven heeft over De Wijse.
    • Bekijk in het Wie (onder)zoekt wie? register wie de familienaam De Wijse (onder)zoekt.

    De publicatie Stamboom Van Gorcum is opgesteld door .neem contact op
    Wilt u bij het overnemen van gegevens uit deze stamboom alstublieft een verwijzing naar de herkomst opnemen:
    Joke van Gorcum, "Stamboom Van Gorcum", database, Genealogie Online (https://www.genealogieonline.nl/stamboom-van-gorcum/I22668.php : benaderd 7 februari 2026), "Joannes "Jan Gerard" de Wijse (1636-????)".