Leeftijd bij overlijden: mogelijkerwijze 84 jaar oud
Gijsbert werd begraven in de Sint-Annakerk van het oude Duitse Huis buiten de stadsmuren. In de zestiende eeuw is een portret van hem gemaakt als landscommandeur van de Duitse Orde.
Hij is getrouwd met Mabelia van Arkel.
Zij zijn getrouwd rond 1270.
Omstreeks 1267 deed hij afstand van zijn goederen en functies en werd broeder in het Duitse Huis. In 1269 of 1270 werd hij commandeur.
cit. nl.wikipedia
Hij is geen graaf en waarschijnlijk was zijn moeder (Rixa) niet van adel (ministrerialen familie?) waarddor Giselbertus geen graaf is: 'kind volgt de moeder'
circa 21 oktober 1186
juliaans :
Geboorte
source Ad Verschoor (GeneaNet)
1242
juliaans :
Gebeurtenis
mentionewd 1242 - 1271
circa 1270
juliaans :
Huwelijk (met Mabelia van ARKEL)
16 maart 1271 (1270/1)
juliaans :
Overleden - Utrecht
=================================
Gijsbert uten Goye was ridder, maarschalk van het Sticht en commandeur van de Duitse Orde in Utrecht.
zie:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Ghiselbert_Uten_Goye
=========================================
Op het einde van de 12e eeuw ontstond naast de Tempeliers en de Johannieters een derde geestelijke militaire ridderorde, al gauw kortweg genoemd de Duitse Orde. Het waren ridders uit het Duitse Rijk, waartoe in deMiddeleeuwen ook de Nederlanden en Bourgondië behoorden. Zij richtten bij Akko een veldhospitaal in, speciaal voor de verzorging van kruisvaarders uit het Duitse Rijk bij de Derde Kruistocht. Na de inname van Akko werd binnen de muren van de stad een vast hospitaal opgericht en er traden al vlug andere leden toe. Zij genoten de bescherming en de gunst van keizer en paus en in 1196 ontvingen zij de algemene ordeprivileges.
De volledige naam van de organisatie luidde: Ordo fratrum hospitalis sanctae Mariae Theutonicorum Ierosolimitanorum (de orde van de broeders van het hospitaal van de heilige Maria der Duitsers in Jeruzalem), kortweg aangeduid met 'de Duitse Orde'. In 1221 werden zij door Rome gelijkgesteld aan de geestelijke ridderorden van de Tempeliers en Johannieters, wat inhield dat zij direct onder het pauselijk gezag kwamen te staanen van exemptie genoten, met andere woorden onttrokken waren aan de feodale en diocesane hiërarchie. Het centrale hoofd van de orde, de grootmeester, was enkel ondergeschikt aan de paus en vooral gebonden aan de beslissingen van het Generaal Kapittel.
Toen de christelijke expansie in het Heilige Land tot staan kwam en in 1291 de christelijke legers zich definitief moesten terugtrekken, verloor de orde haar oorspronkelijke bestaansrecht. Zij richtte zich ondertussen op de enorme bezittingen die zij inmiddels had verworven in Spanje, Hongarije (in Transsylvanië, in het Duits Siebenbürgen, Zevenburgen genaamd) en uiteraard vooral in het Duitse Rijk. In de traditie van de feodaliteit stelde zij zich ten dienste van wereldlijke vorsten in ruil voor schenkingen van land waarop zij haar burchten als steunpunten kon inrichten. Zo volgde een periode van expansie: binnen een eeuw wist de Duitse Orde uit te groeien tot 300 afzonderlijke ordensprovincies, zogeheten balijen. Dit was te danken aan de bemiddeling die zij kon verlenen in de voortdurende machtsstrijd tussen de keizers van het Heilige Roomse Rijk en de paus, en in de hulp die zij gaf bij de verdediging tegenheidense volken die vanuit het zuid- en het noordoosten de christelijke rijken, met name Hongarije en Polen, van tijd tot tijd binnenvielen. Met name de hoogste leider, de grootmeester (Hochmeister) Hermann von Salza (1170 – 1240) behoorde tot de invloedrijkste mannen van zijn tijd,vooral door zijn grote diplomatieke gaven. Deze grootmeester legde de basis van de latere ordensstaat Pruisen en van de hertogdommen Lijflanden Koerland (nu tezamen Letland vormend).
De orde dankte haar snelle bloei ook aan de expertise in verzorging van zieken, opgedaan tijdens de kruistochten in het Heilig Land. Het waren hospitaalridders die ervaring opgedaan hadden bij de Arabieren en zijleerden veel van de Byzantijnse ziekenzorg. Deze hospitalen waren ook noodzakelijk in de thuislanden langs de bedevaarstwegen en de steden die in die periode een grote bevolkingstoename kenden. Vele adellijke en religieuze schenkers gaven de bedoeling te kennen een ziekenhuis te stichten. Daarbij werden bestaande hospitalen overgedragen aan de Duitse Orde.
http://nl.wikipedia.org/wiki/Duitse_Orde
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Ghiselbert de Goye | ||||||||||||||||||
± 1270 | ||||||||||||||||||
Mabelia van Arkel | ||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.