Woont te Hidaard; is 1589 voogd over de (jongste) kinderen van broer Feddrick (MEN A2 348).
Ype Br.: In 1566 overlegt Hotthie Boettez te Hidaard de rekening van zijn administratie sedert autorisatie op 4.6.1565 van het goed van Sempck Teyedr en haar vijf kinderen. Het oude huis te Wirdum wordt voor 12 goudg. verkocht aan Buwe Boettez; één van de weeskinderen heet Eebe Syttziez (LWL M1 37).
In 1569 klaagt Hans Jorrytz te Hidaard Hottse Boetez aldaar aan dat hij hem in of bij een herberg te Bolsward “metter vuyst aen thoeft sloege datt hy ter aerde storte ende in swimminghe leggen bleeff” (HEN K4 112).
In 1572 zal Hotse Boetez een rekening presenteren van zijn voogdij over Ebe Sitsez en Sits Sitsedr (HEN K4 242).
In 1574 is Hottye Boetez te Hidaard huurder van de weduwe van Sipke Bange (HEN K4 318v).
In 1581 hebben onder anderen Hotse en Douwe Boetez het aan de stok met de gebruikers van Tellensera saete (HEN K6 106).
In 1591 kopen Claes en Wyllem Jansz te Hidaard 17 pm over hoog en laag in verkopers' sate die bedingt dat hij dat land zijn leven lang mag gebruiken voor 20 goudg. per jaar, gekocht van Douwe Boetez en Elck Douwedr voor 600 goudg. (HEN K7 39).
Hotse Bottez voor zich, voor zijn broer Gerlyf en voor zijn broers dochter Trijn Feddrycksdr te Boxum protesteert tegen deze verkoop door zijn broer Douwe Bottes. De verkoop gaat wel door nadat Douwe hen in 1593 het bezit toestaat in de andere delen van de sate.
In 1602 koopt Claas Jans te Hidaard 7½ pm over hoog en laag in de sate te Hidaard van Douue Botes, met uitzondering van een stuk van 8 pm, gelegen in twee stukken en in een stuk “d' Heyde” op het nieuwland voor 50 goudg. per pondemaat, maakt 375 goudg. van Trijn Fedricksdr, vrouw van Jorrigen Haringhz, te Boxum, van Tied Claasedr te Beetgum, bijgestaan door genoemde Jurrigen, en van Romcke Gerloffz te Engelum (HEN K8 69).
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.