Burger van Leeuwarden 1677; stempelsnijder-generaal van 's Landschaps Munt; benoemd als zodanig 6 maart 1676 loco zijn achterneef en leermeester Matthijs Siderius, overl. 2 dec. 1675. Wordt 1685 schuldig bevonden aan ontduiking van de belasting op het gemaal en veroordeeld tot een boete van 100 gouden Friese rijders. In 1695 wordt hij vervolgd voor valsemunterij, maar 11 juli 1696 vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs, doch veroordeeld tot betaling van de proceskosten. Verliest ook zijn betrekking (opvolger benoemd 13 aug. 1696). Komt in financiële moeilijkheden. Verkoopt huis aan de Doelestraat 1713 aan Anthonius Coulon (dit is het latere Coulonhuis). Woonde zelf laatst in de Poststraat. Van de vier kinderen zijn er twee jong overleden..J. Faber, `Uit eersugt ...', Lw. Hist. reeks 6, 148-153.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.