Hij is getrouwd met Anna van der Zwaag.
Zij zijn getrouwd op 23 september 1936 te Heerenveen, Friesland, Nederland, hij was toen 27 jaar oud.
Kind(eren):
zie Kwartierstaat verzameling (NGV Friesland) blz. 42
zie Andreas Paulus Hoekema en syn neiteam (C.P. Hoekema) blz.68
Hoekema, Catharinus Paulus
geboren op 9 mei 1909 te Grouw, overleden op 24 september 1992 te Heerenveen, Nederland; Doopsgezinde predikant.
Zijn moeder, Gjetsje Haites, was doopsgezind, zijn vader, Alle Hoekema, was een tijdlang gemeenteraadslid en raadslid voor de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP). Er waren familiebanden met de doopsgezinde families Binnerts en Halbertsma. Hoekema werd in Grouw gedoopt door pastoor FH Pasma en studeerde vanaf 1929 theologie aan de Universiteit van Amsterdam en aan het Doopseminarie. In 1936 trouwde hij met Anna van der Zwaag (1909-2000), kleindochter van socialistische pionier en parlementslid Geert van der Zwaag uit Gorredijk. Het echtpaar kreeg vier kinderen, beide zonen werden later ook predikers. Hoekema werd in 1936 kandidaat voor het ambt en was daarna werkzaam in de gemeenten Hallum (1936-1945) en Haarlem (1945 tot aan zijn pensionering in 1974).
Hoekema was een predikant met een sterk maatschappelijk engagement en een krachtige toespraak. Hij had bijzondere aandacht voor de taak van de kerk in de samenleving. In Haarlem was hij een van de initiatiefnemers van de bouw van een tehuis voor bejaarde, financieel behoeftige mensen: 'de Olijftak' in Heemstede, dat bestond van 1955 tot 2000 en daarna op een andere manier werd voortgezet. Ook was hij een aantal jaren godsdienstleraar op de Gemeentelijke Hogeschool in Haarlem.
Catharinus Hoekema was op veel terreinen zowel binnen als buiten de doopsgezinde gemeenten actief in het bestuur. In Hallum was hij voorzitter van de plaatselijke afdeling van de vereniging Nut voor't Algemeen . Tijdens zijn verblijf in Friesland was hij tevens voorzitter van de Friese Doopsgezinde Jongerenbond, vanaf 1946 lid van de Doopsgezinde Vredesgroep (DVG), van 1959 tot 1962 voorzitter. Ook vertegenwoordigde hij de DVG in het bestuur van Kerk en Vrede en was penningmeester van de interkerkelijke conventie voor een Nieuw Politiek Ethos, die van 1957 tot 1971 bestond en (internationale) vredesconferenties organiseerde. Hij was waarschijnlijk ook een van de auteurs van de eerste beleidsverklaring van de DVG. Van 1946 tot 1974 was Hoekema secretaris van de Vereeniging tot Ondersteuning van Doopsgezinde Wezen, later Doopsgezind Steunfonds genoemd. Ook was hij een aantal jaren bestuurslid van de ?Algemene Doopsgezinde Societeit (ADS) en van 1956 tot 1977 redacteur van het Doopsgezind Jaarboekje. Na zijn pensionering was hij nog enkele jaren lid van de commissie voor de externe impact van het ADS en van 1980 tot 1984 was hij lid van de commissie voor de archieven van de Doopsgezinde.
In zijn jonge jaren schreef Hoekema tal van amateurtoneelstukken, die ook werden opgevoerd. Verschillende van zijn preken werden gedrukt, waaronder enkele uit de oorlogsjaren 1944 en 1945. Hij schreef ook veel opbouwende artikelen. Hij was vooral geïnteresseerd in (lokale) kerkgeschiedenis en genealogie. Het eerste gebied bevat artikelen en pamfletten over de mennonieten in Haarlem, de gebroeders Halbertsma en de mennonieten in Harlingen.
literatuur
Johannes Zonneveld in Algemeen Doopsgezind Weekblad van 10 oktober 1992. - R. van Amerongen: in Mirabile Lectu, Haarlem, 1992. - C. Soutendijk, in: Doopsgezind Jaarboekje, 1993, 10 f.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Catharinus Hoekema | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
1936 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Anna van der Zwaag | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.