op die ghemeynt daer hij recht toe hedde ende mede ghecocht hedde. Getuigen hebben verklaard dat de twee heerscappen vander Haubrugghen totter Haghen ende die twe gueden ter Spanct, die Godevarts voirscreven syn ende Loye, syns vaders, ende bij huer ghemeynte daer sy Godevard op deden [scutte], mede hebben ghecocht.
Verklaring van schepenen van Sint Oedenrode.
Godevart en zijn vader Loy (Eloy, Eligius) worden in 1335 genoemd als bezitters van goederen te St. Oedenrode die worden omschreven als "die twee heerscappen vander Haubrugghen totter Haghen ende die twe gueden ter Spanct".
Godevaard had bij uitgifte van de gemene gronden van Veghel ook dáárvan een deel gekocht maar gezworenen van Veghel ontkenden dit later en weerden hem van de grond. Op 13 mei 1335 legde daarom een aantal geburen ten overstaan van schepenen van St. Oedenrode een verklaring af dat Godevart de grond wel degelijk samen met hen had gekocht.
W. Cornelissen van het Streekarchivaat langs Aa en Dommel beschrijft de akte in een brief van 24 juni 1980 aan J. van de Ven (bewoner van de Hoeve de Spank) als volgt:
In 1335 wordt Godevaard van der Spanc(t) genoemd in een akte uit het archief van het Groot Ziekengasthuis te 's-Hertogenbosch, waarvan het volgende uittreksel is gemaakt:
20 mei 1335, op zaterdag na Sinte Sevaesdag (13 mei).
Op die dag behandelde de schepenbank een ruzie tussen Godevaard van der Spanct en twee gezworenen of schutters van Veghel. Deze gezworenen hadden op de gemeenschappelijke gronden van Veghel het vee van Godevaard aangetroffen en geschut. Godevaard had daarop door zijn mensen de twee schutters gevangen laten nemen, maar zij waren kort daarop door een aantal Veghelsen weer bevrijd. Beide partijen werden voor de schepenbank gedaagd. De aanklacht luidde, dat de gezworenen van Veghel het vee van Godevaard onrechtmatig geschut hadden. Toen Veghel in 1310 zijn gemeente van de Hertog kocht, had ook Godevaard een deel van de koopsom betaald en was dus gerechtigd om daar ook zijn vee te laten grazen. De gezworenen van Veghel werden toen door de Rooise schepenen uitgenodigd, om hun bezwaren naar voren te brengen. Na onderling overleg antwoordden zij, dat het hun niet bekend was dat Godevaard mee betaald had bij de aankoop van de gemeente en daar zijn vee kon laten grazen. Zij voelden zich daarom onschuldig.
Daarop kreeg Godevaard het woord. Hij had zich intussen verzekerd van de steun van een achttal Heren uit Rode, Eerde en Veghel. Deze verklaarden nu onder ede, dat Godevaard en zijn vader Loye het gebied waarop het vee geschut was, mee hadden gekocht en het dus ook mochten gebruiken, uitgezonderd een stuk "den Heymaete" dat de Veghelsen alleen gekocht hadden. Na deze duidelijke verklaring, spraken de schepenen recht. Godevaard mocht de gemeente van Veghel gebruiken om er zijn vee te laten grazen, te turven enz. en de gezworenen zouden de geleden schade aan Godevaard moeten betalen.
Het achttal Heren waren Dirc die Writer, Wouter van den Rullen, Gherart die Rode, Willem van Hanvelt, Ghysbrecht van den Velde, Jan van den Broke, Wouter van den Gasthuse en Henric van den Eynde.
De schepenen waren Ghysbrecht die men heyt Beercken van den Velde, Rutgher van den Hout, Jan van den Broke, Henric van Risingen, Herman Pelser, Reyner van Eerscot en Arnt Loyenzoon, "scepenen van Rode tot dier tyt"
Verkoop land Sint Oedenrode - Heze
aan: Franco van Ghestel t.b.v. Johannes Slotel zoon van wijlen Ghiselbertus van den Dorenput.
van: Die Hezestripe in Sint Oedenrode in het goed ter Heze grenzend aan het erfgoed van Henricus Buc, priester.
Godevart overleed vóór 1367 en had bij zijn vrouw Bele zes kinderen: heer Goyart, Art Stamelart (de notaris), Rutgher, Loy, Hille en een niet met naam bekende dochter.
Op 4 juni 1367 verkochten Art Stamelart en Loy aan Jan Slotel, zoon van Ghijsbrecht vanden Dorenput, een stuk land te St. Oedenrode geheten de "Hezerstripe" in het goed "Ter Heze". Ze beloofden tevens dat ze hun broers heer Goyart en Rutgher, hun zuster Hille en hun zwager Jorden afstand zouden laten doen van dit land.
Heer Godefridus de Spanct 5,5 oude penningen
Eligius de Spanct 5,5 oude penningen
Rutgher de Spanct 2,5 oude penningen
- Weduwe en kinderen Rutgherus de Spanct
* 5,5 oude penningen uit het erfgoed van Godefridus de Spanct
* 5,5 oude penningen uit het erfgoed van dezelfde Godefridus van wijlen Heer Godefridus zijn broer. (de weduwe en kinderen hebben hier de cijnsbetaling overgenomen van hun oom Heer Goyart)
* Uit het erfgoed van de kinderen van Eligius de Spanct van wijlen Godefridus de Spanct
* Uit het erfgoed van Johanis de Spanct en zijn kinderen
- Ermgardis de Spanct 1oude penning uit de goederen van Hille de Spanct van wijlen Godefridus de Spanct (is dit een dochter van Godefridus of van Hille?)
- Elisabeth de Spanct 1oude penning uit de goederen van Hille de Spanct van wijlen Godefridus de Spanct (is dit een dochter van Godefridus of van Hille?)
- Godefridus van der Spanct zoon van Lambertus van den Campe:
* 5,5 oude penningen uit het erfgoed van Godefridus van der Spanct
* 1 oude penning uit het erfgoed van Hille de Spanct van wijlen Godefridus de Spanct
* 1 oude penning uit het erfgoed van Arnoldus zoon van Johannis de Spanct van wijlen Godefridus
* 1 oude penning uit het erfgoed van Gerardus de Heyden [dubieus] van wijlen Godefridus de Spanct
- Godefridus zoon van Hermanus de Os [dubieus] 6 oude penningen uit het erfgoed van Godefridus
- Giselbertus de Spanct en zijn weduwe Aleydis
* 4 oude penningen uit het erfgoed van Godefridus de Spanct
* 4,5 oude penningen uit het erfgoed van Yda dochter van Sophia de Spanc
- Godefridus zoon van Nicolaas Hagen 4 oude penningen uit het erfgoed van Godefridus de Spanc.
Voor 1367
Hij is getrouwd met Elizabeth.
Zij zijn getrouwdBron 6
Hadden Goyart en zijn vrouw ook nog (klein)zonen genaamd Johannes en Gijsbert en (klein)dochters genaamd Elizabeth en Ermgardis?
(zie vermelding cijsregister 1406-1421)
Kind(eren):
Uit het boekje "750 jaar Van der Spank – Van der Spanck – Van der Spanct Een Schijndelse familie van Rooise afkomst":
3.2 Godevaard (plm. 1290 – 1365)
Toen de inwoners van het buurdorp Veghel in 1310 hun gemeente van de hertog kochten hadden Godevaard en zijn vader Eloy een deel van de koopsom betaald. Een aantal Veghelsen bestreden dit echter, wat leidde tot een rechtszaak voor de Schepenbank van Sint Oedenrode tussen Godevaard en enkele Veghelse schutters (zie het verhaal in het kader) .
Uit het bezit van het vee en de hoeven blijkt dat Godevaard en zijn vader Eloy (heren)boeren waren. Door de aanhoudende ruzies tussen Rode, Veghel en Schijndel was het incident van Godevaard bepaald geen uitzondering. In later tijden bewaakten de schutters (ook wel de “heiheren” genoemd) te paard met het pistool in de hand de heide tegen misbruik van hun gemeentegronden.
Eloy had nog een zoon, Art , wiens kinderen Jan, Gielis en Aleyt we rond 1380 (kort na zijn dood) in Veghel vermeld zien. Aleyt was getrouwd met Walterus de Vrilenbraken (de naam van een landgoed aan de overkant van de Dommel). Art betaalde erfcijns uit de goederen ter Spanck . Tevens wordt “ter Spanck” ene Sophia vermeld als weduwe van Jan Loyen , mogelijk een derde zoon van Eloy en broer van Art en Godevaard.
Godevaard overleed voor 1367 en had bij zijn vrouw Bele (Elizabeth) zes kinderen: Heer Goyart, Art Stamelart, Rutgher, Loy, Hille en een niet met name bekende dochter . Bele wordt in 1363 genoemd wanneer ze cijns betaalt aan de heer van Jekscot (Jekschot) , een heerlijkheid dichtbij de Spank op de grens met Veghel.
Terwijl onze vermoedelijke familielijn verder loopt via Loy en zijn kinderen, staan we even stil bij diens broer Art Stamelaert.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Godefridus/Godevart zv Eligius vander Spanct | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Elizabeth | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Notariaat in Stad en Meierij van 's Hertogenbosch, Alphons van den Bichelaer, 1998 en Van Rooij, Het oud-archief, II 10 nr. 18
RANB Tafels van de Heilige Geest Geefhuis 1+2 nr. 609 (4 juni 1367)
Notariaat in Stad en Meierij van 's Hertogenbosch, Alphons van den Bichelaer, 1998 bijlage I en Tafel van de Heilige Geest van 's-Hertogenbosch nr. 609 (4 juni 1367) en 1101 (2 december 1391)
Algemeen Cijnsboek van Peelland, Huisarchief Helmond, inv. nr. 126 periode 1380-1406: onder Sint Oedenrode betaaldag 1 october ofwel Sint Remigius of Sint Remeijsdag (Vertaling door Henk Beijers in 2000)
Algemeen Cijnsboek van Peelland, Huisarchief Helmond, inv. nr. 127 periode 1406-1421: onder Sint Oedenrode betaaldag 1 october ofwel Sint Remigius of Sint Remeijsdag (Vertaling door Henk Beijers in 2000)
RANB Tafels van de Heilige Geest 609 (4 juni 1367)