Hij is getrouwd met Eva Roos.
Zij zijn getrouwd
Kind(eren):
(Research):See attached sources.Bron 1
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Salomon van der Sluis | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
Eva Roos | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
Salomon van der Sluis, één van de tien kinderen van Mozes van der Sluis en Schoontje Godfried, was getrouwd met Eva Roos. Eva was eveneens één van tien kinderen, van de in Staphorst woonachtige Mozes Roos en Anna Vroom.
Salomon werd in 1867 in Meppel geboren, zijn vrouw in 1858 in Staphorst. Salomon en Eva kregen twee kinderen: Anna (geboren in 1891) en Mozes (1893). Salomon was een van de vier broers die oorspronkelijk een slagerij hadden in de Woldstraat. Het waren energieke mensen en de slagerij werd betrekkelijk snel uitgebouwd tot een exportslagerij met meer dan 25 werknemers. Aangezien de export van kalveren vooral plaatsvond per trein (later per vrachtauto) was het logisch dat, toen de behuizing in de Woldstraat te klein werd, de exportslagerij werd gevestigd in de buurt van het station en de aan- en afvoerwegen van Meppel. Het werd de Ezingerweg 28. Op het moment dat de oorlog uitbrak was de exportslagerij van 'Gebr. Van der Sluis' nog steeds een bloeiend bedrijf.
De Tweede Wereldoorlog veranderde alles. In de eerste plaats de slagerij. Dit joodse bedrijf had van de oorlog flink te lijden. In eerste instantie werden de joodse eigenaren, Salomon en zijn zoon Mozes van der Sluis, op non-actief gesteld. Vervolgens probeerden de Duitsers het bedrijf te verkopen aan derden, in de hoop er flink aan te kunnen verdienen. Dat mislukte, zodat de slagerij op 20 januari 1944 geliquideerd werd en de panden en de machines verkocht.
Eva overleed aan het begin van de oorlog; op 26 juni 1941. Zij werd op de joodse begraafplaats bijgezet in één van de twee graven die de familie daar gekocht had. De bedoeling was natuurlijk dat haar man te zijner tijd naast haar zou worden bijgezet, doch dat zou ijdele hoop blijken
De inmiddels 75-jarige Salomon bleef na het overlijden van zijn vrouw alleen achter in zijn boerderij-woonhuis in de Woldstraat no.76. Begin 1942 kwam hij wegens een akkefietje met een meisje, in aanraking met de Meppeler politie. Een wel erg verkeerd moment zo tijdens de bezetting, maar gelukkig voor hem liep het met een sisser af en volgde geen veroordeling.
Op 27 september 1942 werd het menens. Toen kreeg hij bericht van burgemeester Wisman met het verzoek om voor 1 oktober zijn woning te verlaten omdat het door de Weermacht was gevorderd. Tegelijkertijd kreeg hij bezoek van een aantal Duitsers en van politiemannen die zijn inboedel inventariseerden, om te voorkomen dat hij daarvan iets zou 'achteroverdrukken'. In Salomons' woning in de Woldstraat kwam - nadat de Weermacht hieruit verdwenen was - Meeuwis van Dijk te wonen. Een interessante optie voor hen, want de familie Van Dijk dreef een café op de hoek van de Woldstraat en de Touwstraat en had nogal wat boeren als klant. De woning van Salomon van der Sluis had een flinke stal en was dus zeer geschikt om de paarden van boeren, die de markt of voor andere zaken Meppel bezochten, te stallen.
Salomon moest dus uitkijken naar vervangende woonruimte. Gelukkig woonden zijn dochter Anna met haar man (de textielhandelaar Roos) en kinderen vlakbij en kon hij daar de laatste dagen van zijn leven logeren.
Inderdaad de laatste dagen van zijn leven, want in de nacht van 2 op 3 oktober werd Meppel van alle joden ontdaan en werden ook de bewoners van het pand Woldstraat 6, waar Salomon met kinderen en kleinkinderen verbleef, uit hun huis gehaald. De hele familie kwam op 3 oktober in Westerbork aan. Daar bleven zij slechts twee dagen en werden op 5 oktober naar Auschwitz gedeporteerd. Salomon van der Sluis, Anna van der Sluis-Roos, Abraham Roos, Eva Roos en Rudi Roos stierven daar op 8 oktober 1942. Ook zoon Mozes overleefde de oorlog niet. Hij werd op 7 mei 1943 in Sobibor vermoord.