Archief Hof van Gelre, inv. 6045 Index Maris en Driesen. GAB’veld, archief de Munt. Schatting Lande van Gelre, onder Reynald II, (1318-1343) laatste Graaf en eerste Hertog van Gelre (Hertog vanaf 19 maart 1339) Blankart van Voerthusen wordt genoemd onder "die ander Heren luden" (dus niet van de Graaf de latere Hertog van Gelre) maar onder abbatisse Altinensi, de twaalfde abdes van Hoog-Elten, genaamd Mabilia Jonkvrouwe van Batenburg, 1308 tot 1333. Het klooster Sint Vitus van Hoog-Elten had alleen al op de Veluwe 65 goederen/boerderijen, o.a. te Appel in de kerspel Voorthuijsen. Deze werden beheerd door het rentmeesterhuis dat gevestigd was te Kemna, ook Kemmenade vlakbij Nijkerk. Deze goederen werden door de Veluwse bevolking "Vrouwengoederen" genoemd omdat het Sint Vitus een klooster was uitsluitend voor hoogadelijke dames. In de zelfde schatting komt onder "des greven lude" voor ene Blankert met zijn zoon Alart wonend "bi Jonghe Gade van Essen". Blankart woont in de cloeft van Gherderen, cloeftleider is Neuden van der Biesen. Cloeft Gherderen is ongeveer de tegenwoordige gemeente Barneveld. Blankert was waarschijnlijk "dienstman" (ministrialis nostrum) van de Abdij van Hoog-Elten in de kerspel Voorthuizen, van zijn zoon Arnt is dat zeker. Blankart woonde te Appel, vlakbij de kerk van Voorthuizen, hij betaalt IIII ponden, dit is een van de hoogste belastingtarieven, de gemiddelde aanslag is I pond, 8 schellingen en 2 grooten. De ambtenaren van de Hertog waren blijkbaar nogal streng voor lieden die niet tot zijn onderdanen behoorden, want in eerste instantie was de aanslag VI pond. Maar uiteindelijk komt Blankart er met genoemde 4 pond vanaf. Vrancke van Estvelde betaalt als enige VII ponden. Hiermee lijkt ook de verbinding tussen de van Voorthuijsens van het goed "Voorthuijsen" onder Elten en die van de Veluwe aangetoond. Blankert heeft blijkbaar niet alleen het tijnsgoed "Blankertsgoed" in leen maar hij is ook eigenaar van een moelestat, waarschijnlijk van de eerste molen te Voorthuizen, bij zijn nazaten komt deze moelestatt steeds weer ter sprake. Het moge duidelijk zijn dat de genealogie van Blanckert in de eerste generaties zeer hypothetisch is, het is buitengewoon moeilijk om ieder op de juiste familie-plaats te vermelden.
In 1325 wordt Blankart van Voerthusen genoemd in de schattingsrol van de lande Gelre voor de Veluwe bij de inwoners van het latere Terschuur. Hij woonde op Blankertsgoed in Gherderen cloeft. Hiermee is hij de vroegst vermelde persoon op de West-Veluwe met de familienaam Van Voorthuisen. Te Drempt bij Doesburg wordt in A.D. 1252 reeds Bernhardus van Vorthusen vermeld en in 1310 te ’s-Heerenberg de gebroeders Mathias en Noijde Scakenszonen van Vorthusen. (de naam Voerthusen werd uitgesproken als Voorthusen)
Het Blanckertsgoed waarop Blankert woonde duikt op in een charter, die zich bevindt in het archief van het Hof van Gelre te Arnhem. Volgens de tekst beleend de abdis van Hoog-Elten ene Evert Morren met de helft van het "Blanckertsgoed" onderVoorthuijsen onder afgoeding van Everts broeder Rijck Morren en toekenning van een lijftocht aan Everts huisvrouw Meyntgen Pelen, 3 Juni en 23 December 1631. Het zijn 2 losse stukken maar deze zijn oorspronkelijk gehecht geweest. Ook veel gegevensover het goed en zijn bewoners in het archief van de boerderij de "Munt" onder Kootwijkerbroek. Het Blankertsgoed is heden ten dagen (A.D. 2000) gelegen aan de Kerkstraat 72/74 te Voorthuizen en bewoond door de familie Van Galen, veehouders. Het is buitengewoon dat Blankert zoveel volwassen kinderen heeft gehad want in 1348 heerste er de grote pestepidemie.
Blankart van Voerthusen wordt reeds rond 1330 genoemd in de Schatting Lande van Gelre, onder "die ander Heren luden" (dus niet van de Graaf de latere Hertog van Gelre) maar onder abbatisse Altinensi, de twaalfde abdes van Hoog-Elten, genaamdMabilia Jonkvrouwe van Batenburg, 1308-22 december 1333. Het klooster Sint Vitus van Hoog-Elten had alleen al op de Veluwe 65 goederen of boerderijen, o.a. te Appel bij Voorthuizen. Deze werden beheerd door het rentmeestershuis Kemna dat gevestigdwas vlakbij Nijkerk. Deze goederen werden door de Veluwse bevolking "Vrouwengoederen" genoemd omdat het Sint Vitus een klooster was uitsluitend voor hoogadelijke dames. Blankart woont in de cloeft van Gherderen, cloeftleider is Neuden van der Biesen, cloeft Garderen is ongeveer de tegenwoordige gemeente Barneveld. Blankert is zeer waarschijnlijk beheerder van een van de bezittingen van het klooster van Hoog-Elten.
Kind(eren):
of: Blankert van Voerthusen, Voorthyjsen
woonde in 1325 te Appel of Terschuur
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.