Hij is getrouwd met Catharina.
Zij zijn getrouwd in het jaar 1605, hij was toen 29 jaar oud.
Kind(eren):
Hij is geboren 1576.
Hij is overleden op 13 januari 1664 in Oirschot, hij was toen 88 jaar oud.
Beroepen:
schepen en regent.
vanaf 11 maart 1631 Hoevenaar hoeve van Heerbeek te Oirschot (Abt van Perk).
Vermelding op 25 juli 1637: Testament:
In de naam van de heer Jesus Christus, Amen. Vandaag is voor ons schepenen en secretaris van Oirschot verschenen de geachte Peter Martens van de Collenberg, gezond van lijf en leden en diens vrouw Catharina die ziek in haar bed ligt, maar wel in het bezit van haar verstandelijke vermogens zoals ons duidelijk is gebleken. Ze overdenken de broosheid van het menselijk bestaan en willen voordat ze komen te overlijden eerst over hun aardse bezit hebben beschikt. Ze maken daarom nu samen met wederzijdse instemming daarin hun testament op. In de eerste plaats hernieuwen ze hierbij al hun eerder testamenten van voor deze datum en bevelen hun ziel, zodra ze zijn komen te overlijden aan bij de almachtige God en diens moeder Maria. Verder vermaken de testateurs elkaar over en weer aan de langstlevende van hen beiden, alleen voor het geval die niet komt te hertrouwen, het vruchtgebruik van al hun beider bezit, waarvan die langstlevende zoveel zal mogen verkopen of belasten als die dat wenst en die mag daarmee naar eigen keuze handelen alsof ze beiden nog in leven zouden zijn, maar de langstlevende moet wel aan de kinderen die nog ongehuwd zijn een uitzet meegeven zoals hun kinderen die al eerder zijn getrouwd die ook al hebben gehad.Indien de langstlevende zou komen te hertrouwen, dan willen de testateurs dat de langstlevende zich zal houden aan de bepalingen daaromtrent in het gewoonterecht van Oirschot. Verder willen ze nadrukkelijk dat als de langstlevende niet komt te hertrouwen dat het overschot van het bezit na de dood van de langstlevende dan versterft op hun beider wettige kinderen ook volgens het recht daarover en ze benoemen die hierin nu als hun wettige erfgenamen. Ze wensen dat dit als testament wordt uitgevoerd. Datum 25 juli 1637, in aanwezigheid van Peter Cornelis Francken en Joorden Verhoeven als schepenen die deze akte naast de testateur en namens de testatrice die verklaarde niet te kunnen schrijven, hebben ondertekend. Getekend : Peter Martens, Peter Cornelis Francken, Joorden Jans P. et me presente, G. Goossens, secretaris, 1637.25.7
Vermelding op 11 september 1646: Attestatie[ Bron 1 ]:
Jan Gijsbert Sijckens en Gevert Willems van Ostaden verklaren t.i.v. Jan Hedricks een en ander over hetgeen Peter Martens van Collenberch over genoemde Jan heeft gezegd.
Vermelding op 27 november 1647: Attestatie[ Bron 2 ]:
Jan Goossens verklaart ter instantie van de schepen, dat van Jan Gielis zelf de rekening heeft geschreven, welke betaald moest worden aan Peeter van de Collenberch voor geleverde stenen aan Silvester Lintermans.
Vermelding op 27 november 1647: Attestatie[ Bron 3 ]:
Peeter Martens van Collenberch verklaart ter instantie van de schepen, dat hij aan Silvester Lintermans een goede partij "Careel stenen" heeft, waarvoor hij een ordonnantie heeft gekregen voor betaling etc.
Vermelding op 1 september 1650: Procuratie[ Bron 4 ]:
Jan Jan Melis en Gijsbert Henricx van der Aa, momboiren over de kinderen van Adolf Andriesse machtigen Peeter Martens van Collenberch om t.b.v. de kinderen te geld te innen bij Paulus Cremers, executeur testamentair van wijlen Johannes Bueckelius.
Vermelding op 22 december 1653: Attestatie[ Bron 5 ]:
Peeter Martens van Collenberch en Everart Eeckerschot verklaren t.i.v. de erfgenamen van Corstiaen Gerarts Scraem, dat zij in Den Bosch zijn geweest, inzake akkoord betreffen achterstallige betaling van een kapitaal aan de rentmeester van Loemel.
Vermelding op 17 juli 1660: Attestatie[ Bron 6 ]:
Peeter Martens van den Collenberch en Niclaes Jacobs verklaren t.i.v. Joordaen Stockelmans, dat Adriaen Henricx de Cort, inzake het vorstersambt is bedrogen door de Cort een stuk te laten tekenen, welke hij niet kon lezen.
Vermelding op 28 oktober 1660: Procuratie[ Bron 7 ]:
Peeter Martens van Collenberch machtigt Johan van der Hagen, procureur, om te procederen, inzake een rente, welke door de heren "cappitulairen" te St. Oedenrode werd geheven.
Vermelding op 22 maart 1662: Transport[ Bron 8 ]:
Peeter Marten Lambert van den Collenberch draagt een obligatie van 200 gulden over aan zijn zoon Peeter Peeters van den Collenberch, welke obligatie hem op 10-11-1648 was overgedragen door Henrick Lenaerts Boelarts.
Vermelding op 17 december 1663: Attestatie[ Bron 9 ]:
Peeter Martens van den Collenberch c.s. verklaren t.i.v. Jan Dircx van Cuijck e.a. dat de watervoorziening niet gelijkelijk is verdeeld en dat bij brand en of droogte moeilijkheden ontstaan. 40 jaar geleden was bij ieder huis een put aanwezig.
Vermelding op 28 december 1663: Attestatie[ Bron 10 ]:
Peeter Martens van Collenberch verklaart t.i.v. de kinderen van Willem Martens van Collenberch, dat hij nimmer pacht heeft betaald aan de kerk te St. Oedenrode uit zijn goederen, gelegen te Liempde.
Vermelding op 28 december 1663: Kwijting[ Bron 11 ]:
Peeter Martens van Collenberch verklaart door zijn zoon Jan betaald te zijn voor de door hem geleverde en verkochte bestialen en andere goederen.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Peter Martens van Collenberch | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
1605 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Catharina | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.