Koestraat 33, Lathum, Zevenaar
Kasteel Lathum
Laatst bijgewerkt: 05 september 2015 | Gepubliceerd: 27 september 2000 | Geschreven door Alfred G. Stern | Afdrukken | E-mailadres | Hits: 3167
Huis Lathum, anno 2000.
Anno 1355
Wapen van de heren van Baer (en Lathum).
Kasteel aan de IJssel
Langs de IJssel, aan de weg van Doesburg naar Westervoort, ligt op een kleine verhoging het huis Lathum. Het is niet te bezichtigen, maar vanaf de weg is het goed te zien. Van groot strategisch belang is het kasteel niet geweest. Het nabijgelegen kasteel Baer, van de gelijknamige bannerheren, is aanzienlijk sterker geweest. Lathum is waarschijnlijk een afsplitsing van dit goed.
Huis Lathum, anno 2000.
Eerste gegevens
De heren van Lathum zullen bij hun opkomst aan het begin van de dertiende eeuw waarschijnlijk de beschikking hebben gehad over een woontoren; de verhoging waarop het tegenwoordige huis ligt duidt daarop.
De eerste concrete gegevens stammen uit 1355. In 1355 is er sprake van een huis, als Frederik V van Baer Ψ in de partijstrijd tussen de Bronckhorsten en de Heekerens het huis van zijn oom Hendrik van Baer, heer van Lathum Ψ platbrandt. Helaas zijn er geen afbeeldingen van het kasteel overgeleverd. Als de heren van Lathum uitsterven, vererft Lathum in 1462 aan de familie Dobbelsteyn.
Lathum, inclusief dorp, in de 18de eeuw.
Na de Middeleeuwen
Kelders van huis Lathum.Na het overlijden van Maarten van Rossem, die het kasteel van Franisca Mohr heeft gekocht, gaat het door verkoop van geslacht naar geslacht. De eigenaren zijn achtereenvolgens de familie Isendoorn (a Blois) (1555), Stepraedt (1628), Ulft (1690), Westerholt vanHackfort (1691), Staten van Gelderland (1735), Ten Brink (1813 op een veiling), Zadelhoff (1825), Van Eck (1842) en uiteindelijk koopt barones Sophia Wilhelmina van Heekeren in 1915 het huis om het bij haar nabijgelegen landgoed Bingerden te voegen.
Enkele beschrijvingen
In 1693 draagt Hendrik Willem van Westerholt het huis en de heerlijkheid op aan de Staten van Gelre: 'het huys te Laetum, liggende in sijn grachten, voorplaetsen, haven, bongaerden, wallen en twee campen landts, liggende aen de gracht.' Opvallend in deze beschrijving is nog altijd het verdedigende en zelfvoorziendende karakter van het huis.
In 1735 moet de bezoeker eerst een poort door, waarboven zich een fraaie kamer bevindt, voordat het huis betreden kan worden. Het huis bestaatuit een zaal (30 bij 24 voet), een klein kamertje en twee keukens. Onder het huis bevindt zich een kelder met in een hoek een gat waarin mensen gevangen kunnen worden gezet. In 1787 wordt de genoemde poort afgebroken en het huis verbouwd.
In 1741 is er sprake van: 'het huis te Lathem is een oud en sterk vierkant gebouw, met eene voorpoort, staande op eenen heuvel, die grootendeels uit puinhoopen bestaat; de graft om het huis is zeer vervuild en begroeid.'
Zoals zo veel kastelen in de Achterhoek is ook Lathum in vervallen toestand geraakt. Het huis wordt weinig bewoond hetgeen het (dure) onderhoud niet ten goede zal zijn gekomen. In de achttiende eeuw is het kasteelmogelijk al vervallen. Aan de fundamenten is goed te zien dat het kasteel vroeger groter is geweest.
Lathum, anno 1742 (tekening van J. de Beijer).
Een boerderij
In de negentiende en twintigste eeuw doet het huis dienst als boerderij. In 1905 worden de fundamenten van een poort gevonden en een deel van de grachten. In 1912 zijn aan de binnenkant nog resten te zien van een achthoekige toren die van kelder tot zolder reikt.
Het bouwwerk stamt nog uit de vijftiende eeuw en bestaat uit een hoog en een laag gedeelte. In 1916 maakt architect W. te Riele een ambitieus plan om een middeleeuws kasteel van de restanten te maken. Iets te ambitieus, want slechts twee Gelderse gevels en een traptoren worden van dit plan gerealiseerd.
Lathum voor 1905 op een prentbriefkaart.
Huidige staat
lathum2In april 1945 wordt het hoge deel van het huis samen met de traptoren door de Duitse bezetter opgeblazen. Het lage deel wordt gespaard;de ruïne van het hoge deel wordt afgebroken.
Het kasteel ligt tegenwoordig door een drukke weg gescheiden van het gelijknamige dorp. Nu is er een L-vormig grondplan overgebleven. De massieve Gelderse gevel maakt nog altijd een weerbare indruk, doordat er op de begane grond geen ramen in voorkomen en op de eerste verdieping slechts kleine ramen zijn aangebracht.
Kind(eren):
Huis Lathum, anno 2000.Hendrik van Lathum is de eerste heer waarover meer bekend is. Waarschijnlijk is hij geen zoon van Wenemar, omdat er ruim vijftig jaren zijn verstreken als Hendrik voor het eerst wordt genoemd. Waarschijnlijk zit er nog een (onbekend gebleven) generatie tussen. In 1295 treedt Hendrik van Lathum voor het voetlicht als hij als borg van graaf Reinald I van Gelre Ψ optreedt. In 1295 staat hij ook als borg te boek wanneer Hendrik I van Ochten Ψ goederen opdraagt aan de bisschop van Utrecht.
Het wapen dat Hendrik voert is een schuinbalk met een barensteel met vijf hangers. Hetgeen verdacht veel lijkt op het wapen van de heren van Baer, met wie de verwantschap reeds geschetst is. Ook zij voeren nu een schuinbalk met een barensteel.
In 1302 getuigt hij te Didam als Bernard van Duven (Duiven) afstand doet van zijn goederen ten behoeve van Adam II van den Bergh Ψ. In deze oorkonde wordt hij als edelman als eerste genoemd. In 1310 treedt hij als judex (rechter) en tutor (soort leraar) op voor Adam II van Bergh bijhet gericht te Etten.
Op latere leeftijd lijkt hij als broeder te zijn toegetreden tot het Duitse huis. Rond 1330 heeft hij als Duitse broeder geld geleend ten behoeve van het Duitse huis te Koblenz.