Onduidelijk is wie van de broers zich nu heer van Baer mag noemen. Misschien zijn ze het alle drie tegelijkertijd of volgen ze elkaar op als Arnold en Frederic II zonder nageslacht blijven. Arnold wordt als eerstein de oorkonden genoemd en verdwijnt ook als eerste. Aangenomen wordt dat hij de oudste van de broers is. In 1236 getuigt hij bij de bevestiging van giften door Evert I van Heekeren Ψ aan het klooster Betlehem door graaf Otto II van Gelre. In 1243 is hij borg voor de graaf van Gelre bij diens koop van goederen van de graaf Van Der Mark. Arnold heeft geen bekend nageslacht.
Arnold Ridder van Rheden | ||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.