Hij is getrouwd met Catharina? N.N..
Zij zijn getrouwd
Kind(eren):
0191 Plaatsingslijst van de collectie particuliere charters Zutphen (1297-1809)
regestnummer 208
Titel van het archief
Collectie particuliere charters Zutphen (1297-1809)
Particuliere charters Zutphen
Regionaal Archief Zutphen
ARCHIEFNUMMER 325
REGESTENLIJST BEHORENDE TOT DE
INVENTARIS VAN HET ARCHIEF VAN HET KAPITTEL VAN SINT WALBURGIS 1059-1606
314
1446 april 3 (op den heligen sonnendach in der vasten war men singhet in der kerken Judica)
Berend Bueginck oorkondt dat hij met Berent Wolterdinck land heeft geruild, zoo dat de laatste zal
hebben âBueginck voerlandâ ende de beide Wolterdincken âWolterdinck wynckelâ.
a) Oorspr. (Inv.nr. 604). De zegels van Gysbert van Baer, heten Dymmingdal en Johan to Waerle
zijn verloren gegaan.
366
1471 mei 11 (up suncte Sarvatii episcopi)
Gysbert van Baer, geheten Dymmingdal, Harmen Waerle, Clawes Steverdincken Henrick Cleftinck
oorkonden dat zij als scheidslieden optreden in zake de geschillen tussen Wynolt Wolterdinck, Bernt
Bannyng en Henrick Klump over de verdeling van het goed Wolterdynck.
a) Oorspronkelijk (Inv. nr. 604). Met de beschadigde zegels van Ghysbert van Baer en Harmen
to Waerle. De andere scheidslieden hadden geen zegel voor handen.
367
1471 september 17 (up sunte Lamberts dach des heligen buscops)
Ghysbert van Baer geheten Dymmingdal, Harman to Waerle, Johan ten Sandeaan de ene zijde en
Harman Gerdinck, Henrick Elfftinck, geheten Hobbinck, aan de andere zijde treden op als
scheidslieden in de zaak tussen Wynolt Wolterdinck en zijn neef HenrickWolterdinck, de zoon van
Wynolts vader broer, over de verdeling van het goed Wolterdynck .
a) Oorspronkelijk (Inv. nr. 604). Met de enigszins beschadigde zegels in zwarte was van
Ghysbert van Baer, Harmen to Waelre, Harmen Gerdinck en Johan to Waerle(de laatste
zegelde op verzoek van de andere scheidslieden).
1297-1809
Fysieke beschrijving 1699 charters
Taal van het materiaal Dutch; Flemish Latin French
Instelling Regionaal Archief Zutphen
...1452 (In den jaer onss heren dusent vierhundert twe ende vijfftich)
Ghyesbert van Baer, geheten Dymmyngdal, Ryckwan Ybbekinck, Huughe to Waerle, Johan to Waerle, en Lambert Woelterdinck, maken een scheiding tussen Berent Wolterdinck en Gherit Woelterdinck, broers, betreffende hun ouders goed.
Met de zegels van Ghijesbert van Baer en Johan to Waerle in groene was.
Charternummer 4520.
Over Barh en het kasteel Baer:
Bahr
Naar navigatie springenNaar zoeken springen
Bahr
Gehucht in Nederland Vlag van Nederland
Wapen van Bahr
Details
Bahr (Gelderland)
Bahr
Situering
Provincie Vlag Gelderland Gelderland
Gemeente Vlag Zevenaar Zevenaar
Coördinaten 51° 59â² NB, 6° 3â² OL
Woonplaats (BAG) Lathum
Portaal Portaalicoon Nederland
Bahr is een gehucht en van oorsprong een bannerij, in de huidige gemeente Zevenaar, in de Nederlandse provincie Gelderland. Bahr is eeuwenlangde residentie geweest van de heren Van Baer, ook wel Baar, Bare of Bahr gespeld.
Tot 1 januari 2005 hoorde Bahr bij de voormalige gemeente Angerlo.
Mogelijke oorsprong
De bannerij van Baer, ligt ten oosten van de IJssel in de Liemers. De eerste adellijke heren van Baer noemen zich oorspronkelijk Van Rheden. Ook de heren van Heerde (Heerdt, Herde) en van Lathum (Latem, Lathem) zijn nauw verwant aan deze familie.
In het aloude rijmpje over de bannerheren figureren de heren van Baer als oudste geslacht. De namen Frederik en Gerard die veelvuldig in de familie voorkomen doen denken aan afstamming van Gerhard (III) "Mosellanus" en zijn Luxemburgse vrouw. Misschien dat daarom de meeste heren van Baer "Frederik" heten. Het verklaart hun oude afkomst, maar zeker is dit allerminst en bewijzen voor deze theorie zijn er niet.
Het geslacht Van Baer stamt af van het geslacht Van Rheden. Het Bahrse gebied behoorde in de 12e en 13e eeuw dan ook tot het kerspel Rheden enomvatte een groot deel van de oostrand van de Veluwe, inclusief Velp, Westervoort, Driel en Oosterbeek. Akten uit 1342 vertellen dat de heerschappij over Velp, Oosterbeek en Driel zijn verkocht aan hertog ReinoudII van Gelre, waardoor van de heerschappij van het geslacht Van Baar niets anders is overgebleven dan het gebied van Bahr en Lathum. In 1544 wordt Bahr (Baar) omschreven als een 'huyssinge' ende hofstadt (erf), gelegen aan de 'Ysselle' (IJssel).
Ten noorden van het gehucht lag het Kasteel Baer. Dit kasteel is in 1495 verwoest.
De oudste vermelding van het kasteel komt uit het jaar 1272 wanneer eneFrederic van Baer verhuist van het kasteel Rheden naar de heerlijkheidBaer. In 1380 wordt het kasteel als Gelders leen vermeld, door huwelijk kwam het geslacht Lathum in bezit van de heerlijkheid. In 1438 is er voor het eerst sprake van een kasteel. Bahr en Lathum waren tot 1471 twee aparte heerlijkheden maar werden dat jaar verenigd. Dankzij de Gelderse hertog hadden de heren van Bahr hun gebied kunnen uitbreiden. Toch kozen de heren van Bahr de kant van keizer Maximiliaan I, dit tot groteverbittering van Karel van Gelre. In 1495 werd het kasteel bezet gehouden door de Bourgondisch-gezinde Jan van Egmond. Het kasteel werd ingenomen en verwoest door hertog Karel met assistentie van Jacob van Bronckhorst en de steden Zutphen en Doesburg. Het kasteel werd zes weken onophoudelijk beschoten waarbij een toren volledig in puin geschoten werd evenals een groot gedeelte van de ringmuur. De aanvallers wisten uiteindelijk door een list op Hemelvaartsdag een aantal mannen binnen de murente krijgen. Daarop gaf Johan van Egmond zich over. Hertog Karel gaf meteen na de capitulatie opdracht aan Zutphense en Doesburgse metselaars het kasteel met de grond gelijk te maken.
Heerlijkheid
Het gericht van de bannerij bestond uit een ambtman en twee gerichtslieden. De heer bezat het recht van criminele justitie. In criminele en breukzaken trad een advocaat-fiscaal op. Omdat de omgeving van Bahr en Lathum slechte wegen had en last van hoogwater, werden gerichten vaak in Arnhem of Zutphen gehouden. Lamoraal van Egmont kreeg de heerlijkheid in 1557 in zijn bezit, maar verkocht de heerlijkheid in 1562 voor 74.000gulden door aan Jacob van Bronckhorst. Via de Bronckhorsten raakte hetgoed door vererving uiteindelijk in handen van de heren van Westerholt. De heerlijkheid werd ten slotte met alle bijbehorende rechten in het jaar 1735 door de Staten van Gelre en Zutphen gekocht van Johan Frederik van Westerholt tot Hackfort en toen opgedragen aan de Gelderse rekenkamer.
Restanten
In 1897 werden muurresten aangetroffen, en een deel van een onderaardsegang. In 1923 werden enkele fundamenten gevonden. In 1926 werd het fundament van een hoekmuur aangetroffen onder water. Ten noorden van de Bandijk ter hoogte van Bahr ligt een kolk. Mogelijk is de kolk een klein stukje van de voormalige slotgracht.
Gijsbert Ymmingdael ontfinck den Ymmingdael met alle sijnen tobehoren tot eenen Zutphenschen rechte, anno 1405.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen