Stamboom Van Baare » Johan Willemsz (????-1628)

Persoonlijke gegevens Johan Willemsz 


Gezin van Johan Willemsz


Kind(eren):

  1. Pelgrom/Pelgrim Jansz  ????-< 1616 


Notities over Johan Willemsz

Sprokkels
Vonck van de Poel

door ©Philip van Dael

III Een dochter van Pelgrom Vonck (en Alidt [Noest]?), tr. Willem NN.

Ouders van (volgorde onbekend):

Johan Willemsz., volgt IV
Agnes Willemsdr., overl. voor 1600, tr. Gijsbert van Essevelt, herbergier te Ingen, overl. tussen 7 mei 1604 en 22 april 1611. Gijsbert hertrouwt voor 1600 AnnaMertensdr., overl. na 30 nov 1635.

ORA NB 105, fol. 192, d.d.31 maart 1603:
Gijsbert van Essevelt vanwege en als vader van zijn twee onmondige kinderen, te weten Willem en Agnes van Essevelt, die hij heeft gekregen bijzaliger Agnes Willemsdr., spreekt aan Arien Vonck voor 200 keizer’s gulden, vermogens obligatie daarvan zijnde en hiermede inbedingende.

Gijsbert van Essevelt spreekt voorts aan Bartholomeus Vonck voor 67 gulden en 10 stuivers. En nog de voornoemde Bartholomeus Vonck als mede-erfgenaam van zijn overleden zuster Digna Voncken, voor een bedrag van 31gulden en 5 stuivers, al na obligatie daarvan zijnde en hiermede inbedingende.

ORA NB 105, fol. 180 verso, d.d. 7 mei 1604:
Gijsbert van Essevelt voor hemzelf en mede uit naam en vanwege zijn zusters, tesamen erfgenamen van hun moeder Johanna, weduwe van Joost van Essevelt, spreekt aan Pelgrom Vonck en Alidt Voncken cum suis, als erfgenamen van zaliger Digna Voncken, voor een hoofdsom van 100 keizer’s gulden.

Toelichting:

Dat Johan Willemsz, en Agnes Willemsdr. broer en zus zijn is (nog) nietbewezen. Er zijn echter sterke indicaties die wel in die richting wijzen.

Digna Vonck, overl. tussen 18 juni 1599 en 9 nov 1601, was gehuwd met Johan Gijsbert Roelofsz., overl. voor 23 jan 1606 (hij hertr. Elisabeth van Ommeren).

Johan Gijsbert Roelofsz. was een broer van Johanna Gijsbert Roelofsdr.,overl. na 1610/11, die gehuwd was met Joost van Essevelt (overl. voor 9 ok 1587). Zij waren de ouders van bovengenoemde Gijsbert van Essevelt, die in eerste echt gehuwd was met Agnes Willemsdr.. Digna Vonck was dus een (aangetrouwde) tante van Gijsbert van Essevelt.

In de akte van 31 maart 1603 spreekt Gijsbert van Essevelt Arien Vonck aan, echter vanwege zijn kinderen bij zijn overleden huisvrouw Agnes Willemsdr..
Dat impliceert een connectie met de familie Vonck via Gijsbert van Essevelt’s eerste echtgenote Agnes Willemsdr. Agnes Willemsdr moet zelf dus een nauwe familieband met de Voncken te hebben.

Voorts blijkt Johan Willemsz. meerdere malen vermeld te worden met leden van de familie Vonck. Hij wordt ondermeer met Adam Vonck vermeld als erfgenamen van Digna Vonck (die gehuwd was geweest met Johan Gijsbert Roelofsz. en zelf een zus was van Bartholomeus Vonck, kinderen van Adriaen (Pelgroms) Vonck en (waarsch) van Margriet van Eck. Opmerkelijk daarbij is dat hij niet als erfgenaam vanwege zijn echtgenote wordt vermeld, maar dat hij dus zelf erfgenaam van Digna Vonck was, net als Agnes Willemsdr. Ook hij moet dus een nauwe familieband met de Voncken hebben gehad.

Wat ligt er dan meer voor de hand te liggen dan dat Agnes en Johan zus en broer zijn geweest. Beiden moeten bloedverwanten zijn geweest van deVoncken en nauw verwant aan de kinderen van de broers Adriaen en DirckVonck Pelgroms.

Het feit dat bij financiele transacties Jan Willemsz nazaten zich wendden tot de plaatselijke familie Van Eck, en het aannemen van de naam Vonck bij diens nazaten, zou tot de veronderstelling kunnen leiden dat JanWillemsz gehuwd zou kunnen zijn geweest met een dochter uit het huwelijk Adriaen Vonck en Margriet van Eck. Chronlogisch lijkt dat echter niet mogelijk. De Betuwse familie Van Eck was weliswaar familie van Johan en Agnes Willems, maar aangehuwd.

Het meest voor de hand liggende is daarom dat de moeder van Agnes en Johan Willems een zuster zal zijn geweest van de broers Adriaen en Dirck Vonck Pelgroms.

IV Johan Willemsz., tot Ochten, meermalen vermeld onder de gerichtlieden van de Nederbetuwe, heemraad van het polderdsitrict Nederbetuwe, overleden tussen 20 sept 1621 en 10 juni 1628.

Jan Willemsz wordt meerdere malen vermeld, vaak met leden van de familie Vonck. Hij wordt ondermeer met Adam Vonck vermeld als erfgenamen van Digna Vonck (zus van Bartholomeus Vonck, kinderen van Adriaen (Pelgroms) Vonck en (waarsch) van Margriet van Eck).

De zoon van Jan Willemsz, Pelgrim Jansz, werd op 6 mei 1610 door opdracht van Cornelis van Eck beleend met 1 ½ morgen land deel uitmakende van12 morgen, gelegen te Ingen op de Klinkenberg, in de Beemt en op de Oosterink.

Fam.arch. Asch van Wijck, Inv.Nr. 428, d.d. 24 jan 1596:
Wij Dirck Vonck van Lhienden den Scholtz, Adriaen Vonck Pelgromsz. en Johan Wilhelmsz doen kondt ende bekennen(?) overmits desen apenen ewigenerffmaechgescheytsbrieff dat bij alzulcke gebeden dedinxvrunden ende magen daerbij over endeaen onthaelt ende eendrachtelick gebeden zijn vanAdam Vonck van Lhienden ende Joffer Meyns Voncke echteluyden, Johan Vonck van Lhienden ende Margareta Voncke broeder ende gesusteren, daer wij een eerlick ewich erffmaechgescheyt opgericht aengegeven gededinght ende gemaect hebben tusschen hen mannen ende vrouwe personen voornoemt, soe ... voorscreven ..echteluyden, voorts broeder ende suster voornoemt, duer(?) tusschenspreken van ons gebeden dedenxvrunden ende magen ..(?) eendrachtlicken met malcanderen verbeken(?) verdragen ende gescheydenzijn van alle erffenisse ende goederen gerede ende ongerede als oerluyden aenbestorven aengeerft ende achtergelaten is werden van vader ende moeder zaliger Derck Vonck Pelgromsz. ende Marria de Bruyn echteluyden plachten tho zijn ende mets desen voer oer ende oeren erffgenaemen van dien allen gescheyden ende gedijlt sullen zijn wesen ende blijven sullen van nu then ewigen dagen toe.
Ten iersten is Johan Vonck voorschreven voer hem ende zijne erffgenaemen met vrunden raets gedeylt aen een stuck lants genoempt den Haeck soe groot ende cleyn dat stuck lants op datum dese met zijn bepotinge gelegen leyt boven Rhenen, ende daertoe oock gedeylt tho zijn aen de huysinge ende getimmer daer Johan Vonck voorschreven alnu woont, mett grote ende cleyne schueren, metten berch ende mestvaelt daerbij, soe groot endecleyn dat tho samen binnen der stadt Rhenen gelegen leyt, alheth voorschreven met eggen met eynden met bepotinge met allen rechten ende toebehoren doe daer met recht toebehorende is, sal daertoe blijven.
Item hiertoe sullen Johan Vonck voorschreven met Adam Vonck ende Meyns Voncke echteluyden voer oer ende oeren erffgenaemen tho samen met malcanderen gedeylt zijn aen erff ende goet genoemt den Hoeck soe buytendijcx als binnendijcx, liggende ende worts(?) aende huysinge ende hoffstadtmette bepatinge aldaer staende niet van dien vuytgescheyden, in 't cleyn off groot, soe groot ende cleyn die huysinge ende hofstadt lants metten baulande, weylande ende Rijsweerdt streckende tot inden Rhijntoe gelegen leyt, inde heerlicheyt van der Marsche, ostwort naestgelegen den Amschen Bongaert toebehorende den Graeffinne van Culemborch ende den heeren van Oije, suydtwort den hogen wech, westwort de heeren van der Horst ende noordtwort den Rhijnstroom naestliggende.
Item hiero..(?) zijn Adam Vonck ende Joffer. Meyns Voncke echteluyden voorschreven noch gedeylt bij de helfte van den Hoeck voorschreven, aen thien hondt lants aenden hogen wech liggende, oostwort naestgelandt de erffgenaemen van Henrick Lijster, zuydworth den hogewech, westwort den Graefinne van Culemborchende noordtwort het kerckenlandt van Rhenen, dat Steven van Grootfeldt nu in 't gebruyck heft. Noch zijn zij echteluyden voorschreven gedeylt aen eenen mergen lants bij den steenoven liggende, streckende tot in den Rhijnstroomtoe, oostwort Johan Jansz. opte steenoven, suydtwort de Cluck(?)weteringe, westwort die kerck van Rhenen,ofte dat Steven van Grootfelt in 't gebruyck heft ende noordtworth denRhijnstroom ende daertoe zijn zij noch gedeylt aen soeven hondt lants in 't Roth liggende, oostwort naestgelandt de erffgenamen van Henrick Lijster, zuydtwordt het Convent van Rhenen, westwort de erffgenamen van Derck van Brakell ende noordtworth den hogen wech.
Noch zijn zij echteluyden voorschreven gedeylt aen een renth brieff vanJohan Roeloffsz. van sess gulden des jaers en daertoe noch aen een renth brieff en renthe oick sess gulden jaerlicx, slaende op 't huys ende hoffstat de Geldersche Blom binnen Rhenen binnen Rhenen ende daertoe noch aen een renthe van drie gulden jaerlicx gaende vuyt die hoffstadt tho Kesteren daer Derck Aelbertsz woont, toebehorende den Capittelheeren van St. Wolborgen t'Aernhem.
Item Margareta Voncke voirschreven sall huer tegens hebben ende gedeyltzijn aen een weycamp lants aen 't alde veer liggende inder Marsche, groot omtrent drie mergen lants, die Goert Stevensz. alnu in 't gebruyck heft, met noch aen acht hont baulants s(?)teynden aenden weycamp liggende daer oostwort naestgelandt zijn de erffgenaemen van Henrick Lijster,zuydtwort de Cluick(?)weteringk, westwort de landtcommelduer, 't welckSteven van Grootfelt nu gebruyckende is ende noordtwort den gemeynstraet naestliggende.
Hiertoe sall Margareta voirschreven noch hebben ende gedeylt zijn aen omtrent dardenhalven mergen lants, wesende de camp onder den dijck bij een hecken liggende, dat men noemp Arndt de Bruyns hecken, oostwort naestgelegen een gemeynstraet, zuydtwort de erffgenaemen van henrick Lijster, westwort den fijvers, west en noordtwort den dijck. noch is zij Margareta aen een langen acker lants, oostwort naestgelandt die kerck tot Rhenen, ofte dat landt dat Steven van Grootfelt in 't gebruyck heft, zuydtwort een vicarie daer Cornelis van Eck ende Jan Lijster tegens malcanderen om richten, westwort Ariaen Jansz. ende Frans van Ewick ende noordtwort een gemeynstraeth,
noch is zij Margareta voorschreven gedeylt aen een weycamp lants gelegen in Meertervelt genaempt het Geecken (?), oostwort naestgelandt de erfgenaemen van Dirck Vonck Hillensz, zuydtwort den Begijnekamp, westwort Reyer van Hattem ende noordtwort Ariaen Vonck Pelgromsz., ider percele van effue.(?) met eggen, met eynden met timmeringen ende bepotinge, voort met dijck ende weteringe ende met allen rechten ende toebehoren, soedaer met recht toebehorende is, sall daertoe blijven ende ider perceelloffs soe groot ende cleyn dat gelegen buyten ende binnen Rhenen oick in der Marssche ende binnen Lhienden soe hier voorschreven staeth ende in zijn rechte bepalinge gelegen leyt.
Item hiertoe sall Margareta Voncke voorschreven noch hebben ende gedeylt zijn aen een renth brieff slaende op Joffrouw Valckenaers inhaldende der somme van vuerhondert en vijftich carolus keysers guldens hooftsoms.
Noch aen een renthbrieff van hondert guldens hooftsoms, die renth daervan wesende jaerlicx sess gulden sprekende op Gerit Petersz, noch aen een renthbrieff van soeven gulden jaerlicx gaende vuyt die huysinge van Ammel Thonisz h(?)uyder tho Rhenen ende sall daertoe noch gedeylt zijn aen twe gulden jaerlicx gaende vuyt drie huysinge van Willem Gerritsz. Bock. alle dese voorschreven jaerlicxen renthen ende renthbrieffuen salleen ider daer hij aengedeylt is, in haer bewaer vercrijgn ende behalden soe recht zij.
Item soe hier noch een jaerlicxe renth der hooftsomme van dien wesende drie hondert guldens, ongedeylt blven, sall een ieder zijne aenpaert daer aff ontfangen vermoegens dient renthbrieff ende allen erffgenamen ende renthbrieffuen sullen dese voorschreven vrij ende vranck aenvangen op Petry ad Cathedram erstcomende nae datum deses ende alle voerconner(?) ende voerplicht, soe van ongelden als anders, sullen die erffgenamen malcanderen gelijck vuythelpen nae rechtbehoeren, sonder emgefaut(?) daerinne te sullen laten vallen, ende off den eenen bij den anderen in enige zaicken te cort quame, off vercort worde (als verhopende m..(?) sullen dienselven die dat geboeden wederom aen d'ander parthije daer 't gebreck aen ware, verhalen moeghen metter peyndinge aen oeren erffgenamenende goederen guede(?) ende onrede, alsmen heeren thijns ende verschenen binnen jaersche pacht nae lantrecht van Nederbetuwen vuyt peyndt ende inwint ende off hier tot eniger tijt noch enich misverstanden verresen (als verhopende neen(?)) halden wij magen ende vrunden voorschreven hierover staende ende gewest tho zijn, altijt tot onser verclaringe.
Dus sullen wij erffgenamen voorschreven van allen desen erffenisse(?) ende goederen soe vootschreven staeth durch tusschenspreken van onsvrunden en magen voornoemt voer ons ende onsen erffgenamen ...tlicke(?) vruntlicken ende eendrachtlicken met malcanderen ve..ken(?) verdragen ende gescheyden zijn. Wesende en blijven sullen van ..then (?) ewigen dagen toe..then(?) lantrecht ende t'allen rechten ende alle d..ck(?) sonder argelist. Ende want ons erffgenaemen ende personen voornoemt dit voorschreven verdrach ende eweige erffmaeggescheyt Naewtho(?) will ende danck is ende ons daer aen seer waell ge...cht(?) ende gelieft, soe hebben wij tot een leykende(?) waerheyt om dit aldus t'achtervolgen ende nae te gaen, soe voorschreven staeth voer ons ende onsen erffgenaemen ende wijmagen ende vrunden wo..(?) doer tedenshalven. Ick Adriaen Vonck voorschreven, als oem ende momber in desen zaicke gebeden ende gecoren tho zijn over(?) Margareta Voncke voorschreven, dese erffmaechgescheytsbrieffue met ons selffs handt onderteykent ende elcx ons segel met onsen vrijen wille beneden aen desen apenen brieff gehangen. Gegeven in 't jaer ons Heeren dusent vijffhondert sess ende tnegentich den vierende twyntichsten dach, January stilo vetery. Item dese brieffuen zijn twe alleens luyndende van woort tot woort nae malcanderen gescreven.
Was getekend:
A. Vonck van Lienden Meyns Voncken X J. Vonck van Lienden

ORA NB 105, fol 42, d.d. 30 maart 1601:

Hendrik van den Heuvel volmachtigde van Derkske van den Berch spreekt aan met recht en tussen p en p Johan Vonck Dircksz en Johan Willemsz.

ORA NB 105, fol 45 verso, d.d. 30 maart 1601:

Gijsbert Aertsz spreekt aan met recht tussen p en p Johan Willemsz voorde somme van f 33 heerkomende van verdiend loon, die hij met paard en wagen in tijd ter nood vanwege het dorp heeft verdient, daarvoor Jan Willemsz als principaal vanwege het dorp gelooft heeft en voor 10 daalders schade en voor de schaden met recht ter goede rekeninge en bedingt hiermee zijn wacht.

ORA NB 105, fol 49 verso, d.d. 13 okt 1601:

Item up ten 13de octobris hefft Ula van Achtevelt cum tutore Johan Wylhemse heemraed ..

ORA NB 105, fol 65 verso, d.d. 9 nov 1601:

Dirck Verhuedt, volmachtich van Johan Willemsz ende Adam Vonck, als erfgenaemen van zaliger Digna Voncken, affgestorvene huijsfrouwe van JohanGijsbert Roeloffsz, spreekt aen met recht tusschen p ende p Guert Jacobsz tot Wyel, als voor die helft van twe hondert keysergulden die gemelte Guert Jacobsz in 't affsterven van die voorschreven Digna Voncken, den boedel van Jan Gijsbertsz schuldich geweest is, ende vooren schaden met recht, allet ter goeder rekenonge, vermogens zekere obligatie bij den voorschreven Guert Jacobsz gepasseert ende bedinght hiermede sijn wacht.

ORA NB 105, fol 85, d.d. 17 jan 1603:

Johan Wylhems und Johan Vonck hebben oer antwoert ingebracht - Hanrick van den Heuvel volm. na Derisken van den Bergh pro ut in scriptis.

ORA NB 105, fol 104, d.d. 31 jan 1603:

Johan Wylhemsz tot Echten eyscht copia van d'aenspraeck Jacob van Werdenburch op hem gedaen, sall moegen hebben in schrijfft, om ten naesten ...(?) te antwoirden.

Bezwaar, OCHTEN, d.d.20-2-1603:

Adriaen Janss en Cornelia van Merwijck echtel. vendiderunt aan Johan Willemss een jaarlijkse rente van 7½ Carolus gld., solvendo op Petri ad Cathedram, uit een huis en hofstad op Ochten aan de Cuijll, alwaar de echtelieden wonen, groot ca. 2½ morgen, O: erfgenamen van Peter Dirckx, Z: de weerdgraaf, W: Rutger die Haes, N: Honingseweg. Gerl. Ruttger die Haes; Cornelis die Kemp.

ORA NB 105, fol 147, d.d. 11 april (?) 1603:

Wiesen die Ridderschappen in voorordell tusschen Arendt die Cock aenlegger aen ..(?) und Johan Wylhemsz voer woorden anderdeels datt die verweerder ..het...(?) sal wesen up up oir binnen jaersche ..the(?) anthewoorden te geven.

ORA NB 105, fol 148 verso, d.d. 11 april (?) 1603:

Golisten(?) habett ordell tusschen J. Arndt die Cock und Johan Wylhemszhefft in plaets van antwoort ... .... quitan..(?).

ORA NB 105, fol 154, d.d. 21 nov 1603:

Jacob van Weerdenborgh spreeckt aen met recht tusschen p ende p Johan Wilhemsz als mede gebruycker van Berndt van Weerdenborchs hoffstadt tot Echten voor zijn quota van eenendetwyntich keysers gulden binnen jaersche verschenen renten vermogens zegel ende brieff hiermede inbedingende,te weten voor veerthien keysers gulden jaerlicx van deselve renthe ende moch voor drieendetwyntich jaeren achterstedige renthen van dyen, tergoeder rekeningen ende voorden schaden met recht ende bedinght hiermede zijn wacht.

ORA NB 105, fol 160, d.d. 21 nov 1603:

Wiesen die Ridderschappen tusschen J Arndt die Cock na apping(?), aenlegger aen een, und Johan Wylhemsz verweerder anderdeels, datt die parthijen tusschen die vandien nae..(?) mytt malckanderen in vrundtschappen verdraech sullen ... noch(?) sall al...(?) daerinne geantwoordt(?) is(?).... sall te behoeren.

Onduidelijk of de volgende Johan Willemsz dezelfde is:

ORA NB 105, fol 167, d.d. 27 febr 1604:

Up huyden dato is als heere Amptman vertoont zekere procuratie bij Anthonis Wylhemsz, Wylhem und Laurens Wylhems, gebruderen, vertoent voer degerechte offte beyde scholtus van Lienden gepasseert in up haeren broder Johan Wylhemsz in omnibus daer van den heeren amptman sijn z gerechticheijt und alhier geregistreett, in dato 13 februarij te geven ...(?)

ORA NB 105, fol 170, d.d. 27 febr 1604:

Wiesen die Ridderschappen voer recht tusschen recht..(?) und pandtkerongh Arndt die Cock aende...(?) und Johan Wylhemsz talt(?) Ochten verweerder anderdeels datt die verweerder gehalden sall wesen die geeyste renthen opte leggen und te betalen condempnerende een selve in anrechte(?) pandtkerongh und in die kor(?)pro rato.

ORA NB 105, fol 179 verso, d.d. 7 mei 1604:

Henrick van den Heuvel, volmachtigde van de kerkmeesters van Ingen, wacht Johan Wylhemsz cum suis om te antwoorden.

ORA NB 200, fol. 26 verso/27, d.d. 9 nov 1616:

Johan en Hillebrand Vonck, mitsgaders Jan Willemsz hebben lange tijd geprocedeerd en opgewonnen (waarsch. in de betekenins van: gerechtelijk onteigenen) de hofstad van zaliger Gerrit van Weerdenborch, en zij hebben mede gekocht en afgelost de rente die op de betreffende hofstad was gevestigd, verleend door de heer van Varik, Hendrik van Beijnhem, de heer van Doddendaal en de Nonnen van Wamel. De tegenwoordige tegenpartij in deze is Derkske van den Bergh, echtgenote van Gijsbert Kemerlingh (Kamerling). Zij had garandbrieven op de betreffende hofstad afgegeven. Omdat de Voncken en Jan Willemsz de hofstad (van haar) hebben onteigend heeft Derkske van Weerdenborch haar verder waarschap en garant gezocht op Jacob van Weerdenborch, Johan van Aelst, Herman en Hendrik van Reedt met Hendrik Reijnen als respectievelijke erfgenamen van haar ouders, als bezitters van de hofstede. Op 3 juni 1616 hebben Johan en Hillebrand Vonck en Jan Willemsz voor het gerecht van Kesteren ingestemd dat Jacobvan Weerdenborch hen verwinnen (betalen) zal de ingeloste rentebrievenen alles wat zij direkt of indirekt sprekende hadden op de betreffendehofstad. Op voorwaarde dat Jacob van Weerdenborch hun afhouden zal vanGijsbert Kamerling, als man en voogd van Derkske van den Bergh. Dit laatste echtpaar zal hun geschil met Jacob van Weerdenborch ook aan het gerecht voorleggen. Johan en Hillebrand Vonck, en Johan Willemsz zullen in maart 1617 aan Jacob van Weerdenborch cederen (overgeven) de ingeloste (rente)brieven etc. Jacob van Weerdenborch zal aan Johan en Hillebrand Vonck, en Johan Willemsz betalen een bedrag van f 4.075, te betalen in twee gelijke termijnen, de ene helft `petri 1618 en de andere helft Petri 1619. Voor de schade die Derkske van den Bergh heeft geleden zal Jacob van Weerdenborch, tegenwoordig inlosser van de hofdtsad van zaliger Gerrit van Weerdenborch, haar een bedrag geven van f 700, de ene helft binnen 10 dagen en de andere heflt maart 1617.
NB: in de kantlijn staat vermeld dat Gijsbert Kamerling, inmiddels weduwnaar van Derkske van den Bergh, op 23 sept 1625 verklaart dat de f 700 nog niet betaalt is.

ORA NB, Inv.Nr. 262, fol. 51 verso, d.d. 10 maart 1618:

Jacob van Weerdenborgh en Agata Verdelft hebben Jan Willemsen opghedragen een hofstad met drie akkers bouwland, met nog een weikamp gelegen over de Bonengraaff, genaamd Ewald Pansiers Hofstad, tesamen groot omtrent 6 morgen. Op last van 1 ½ tijns hoen aan Weerdenborgh’s Hofstad.

ORA NB 200, fol. 90, nr. 265, d.d. 20 sept. 1621:

Het zoontje van de zoon van Johan Willemsen, genaamd Gerrit Pelgromsen,is in de nacht van maandag op dinsdag uit zijn huis te Ochten gehaald en door soldaten naar ‘s Hertogenbosch gebracht en aldaar gevangen gehouden. Johan Willemsen heeft bekend, gewild en gerechtelijk overgegeven dat hij zijn kleinzoon zal rantsonneren (onderhouden tijdens zijn gevangenschap) en de kosten zal betalen uit de boedel die Gerrit Pelgromsen is aangekomen na het overlijden van zijn vader Pelgrom Jansen.

ORA NB 200, fol. 148/149, d.d. 10 juni 1628:
Ten aanzien van een kamp lands, genaamd de Bronckhorsten Camp, groot ca. 9 morgen en gelegen in de kerspel van Ochten worden als belenders vermeld: Ten oosten: de erfgenamen van zaliger Adam Vonck; Ten zuiden: de erfgenamen van Johan Willemsen; Ten westen: de Ochtense straat; Ten noorden: de nieuwe dijk of gemeenstraat.

V Pelgrom Jansz, [ruw geschat geb. ca. 1580], op 6 mei 1610 na opdrachtdoor Cornelis van Eck beleend met 1 ½ morgen, deel uitmakende van 12 morgen, gelegen te Ingen op de Klinkenberg, in de Beemt en op de Oosterink. Hij moet overleden zijn voor 14 sept 1616 toen zijn kinderen Gerrit, Jan, Aeltien en Gauken met deze 1 ½ morgen beleend werden, waarbij hun grootvader Jan Willemsz als hulder optrad. We vinden de broers Jan enHildebrand Vonck (ook) in 1616 gezamenlijk optreden met eveneens een Jan Willemsz, hetgeen een familieband tussen hen waarschijnlijk maakt.

De echtgenote van Pelgrom Jansz is zeer vermoedelijk Hermken van Achteveld, die op 7 juli 1613 als weduwe van Pelgrom Jansz vermeld wordt (alsdan zou Pelgrom Jans overleden zijn tussen 6 mei 1610 en 7 juli 1613).

Dit vermoeden wordt verstrekt door Jan van Achtevelt Vonck, zoon van Pelgrom's zoon Gerrit Vonck, die dus duidelijk als toenaam de naam van zijn grootmoeder gebruikte en soms zelfs alleen maar als Van Achtevelt voorkomt.

ORA NB, InvNr 200, fol. 3, d.d. 12 juli 1613:
Compareerden Willem Cornelissen, en bekent schuldig te zijn Hermken vanAchtevelt, weduwe zaliger Pelgrom Jans de somme van f 800. Hij zal eeaterugbetalen op de dag van Johannes in 1614

In de aantekeningen van Asch van Wijck komt echter ook voor:
Schepenacten Nederbetuwe, Signaat voor 1654 fol. 30 dd. 06-07-1636 Jennike Willemsdr. weduwe Pelgrom Vonck. De betreffende acte is nog niet achterhaald. Volgens nog ongeverifieerde bronnen zou Jenneke Willems echter de echtgenote zijn van Pelgrom Vonck, zn van Adriaen/Arien Vonck.

Kinderen:

Gerrit, volgt VI
Jan
Aeltien
Gauken

VI Gerrit Vonck (Pelgroms), geb. voor 14 sept 1616 (en waarsch. voor 7 juli 1613), overl. tussen 10 maart 1652 en 1 mei 1658. Hij wordt, nog onmondig, in september 1621 in de nacht van maandag op dinsdag uit zijn huis te Ochten gehaald en door soldaten naar 's Hertogenbosch gebracht en aldaar gevangen gehouden. Tr. voor 22 mei 1646 met Evertgen Jans, wanneer hij als haar hulder optreedt als zij beleend wordt met 1 ½ morgeneveneens afkomstig uit de totaal 12 morgen gelegen op de Klinkenberg, in de Beemt en op de Oosterink te Ingen. Zij was een dr van Jan Alerts die op 29 dec 1609 eveneens door opdracht van Cornelis van Eck met deze1 ½ morgen beleend werd. Evertge is overleden na 1 mei 1670.

Wat opvalt bij dit echtpaar is dat zij geregeld geld lenen van de familie Van Eck, wellicht dezelfde familie die beleend was met de 12 morgen gelegen op de Klinkenberg, in de Beemt en op de Oosterink te Ingen. Hetzou niet verbazen als er in de 16de eeuw ergens een link is met deze familie Van Eck.

Voorts wordt als zekerheid ook het huis (de bouwinge) de Poel ingezet, dat blijkbaar eigendom was van Gerrit Vonck en Evertge Jans. Daarbij valt het op dat diversen van hun vermoedelijke kinderen niet alleen vermeld worden met de naam Vonck, maar ook als Vonck van de Poel.

Daarnaast valt op dat zij twee zoons Jan hadden. De ene Jan Gerrits Vonck, maar ook geregeld als Jan Alardts Vonck vermeld, met dus een duidelijke verwijzing naar zijn grootvader van moeder's zijde. De ander vinden we terug als Jan van Achtevelt Vonck, en soms zelfs als Jan van Achtevelt, met dus een duidelijke verwijzing naar zijn grootmoeder van vader's kant.

Het ultieme bewijs daartoe werd gevonden bij de doop te Ochten op 1 juli 1677 van Jan, zoon van Aeltgen Vonck en Gijsbert Geverts:
Den 1 julij, een soontje van Gijsbert Geverts gedoopt , Jan genaamt, ten overstaen van Jan Alardts ende Jan Achtevelt, met hare [=hun] suster Jantjen, als getuigen.

ORA NB 200, fol. 90, nr. 265, d.d. 20 sept. 1621:
Het zoontje van de zoon van Johan Willemsen, genaamd Gerrit Pelgromsen,is in de nacht van maandag op dinsdag uit zijn huis te Ochten gehaald en door soldaten naar ‘s Hertogenbosch gebracht en aldaar gevangen gehouden. Johan Willemsen heeft bekend, gewild en gerechtelijk overgegeven dat hij zijn kleinzoon zal rantsonneren (onderhouden tijdens zijn gevangenschap) en de kosten zal betalen uit de boedel die Gerrit Pelgromsen is aangekomen na het overlijden van zijn vader Pelgrom Jansen.

ORA NB Bezwaar Ingen, Inv.Nr. 234, fol 28 verso, d.d. 8 mei 1649:
Gerard Vonck en Evertgen Jans, echtelieden, promiserunt joffr. Margarita van Eck f 200 met intrest uit huisinge en hofstad met ca 2 morgen bouwland.

Desselfs Evertgen Jans geeft deselve obligatie vermeerderd met f 100 met intrest en daarvoor het voorschreven onderpand verbonden.

ORA NB, Inv.Nr. 234, fol. 17, d.d. 20 okt 1651:
Alard Willemsen en Beatrix van Hattum, echtelieden, beloven Gerard Vonck Pelgrumsz f 800 uit een morgen boomgaard aan de Ingense Dijk.

ORA NB, Inv.Nr. 234, fol. 22 verso, d.d. 1 mei 1653:
Evertgen Jansen, weduwe van Gerard Vonck Pelgromsz, belooft Johan van Eck f 300 uit een huis, hofstad, boomgaard en bouwland, groot 3 ½ morgen.

ORA NB, Inv.Nr. 234, d.d. 1 mei 1658 (B133):
Desselfs Evertgen Jans heeft noch schuldig bekend Jor Hendrik van Eck f300 met intrest uit zekere wei en weert groot drie morgen buitendijks gelegen.

In de kantlijn staat:
Wij ondergschreven bekennen ontvangen te hebben uit handen van Evertje Jans, weduwe van Gerrit Vonck, de somma van f 300 ...(?) in mindering van f 1.200 .. dispositie (?) door Jor. Hendrik van Eck cum suis aan de gemene huisarmen tot Ingen bij dispositie gemaakt en wij(?) die voor s'weduwe op intrest genomen, na de teneur de dispositie in vier onderscheidelijke obligaties daarvan gepasseerd, ieder van de f 100 welke bij finale restitutie der voorschreven kapitale penn.(?) ... (?) deselve obligaties bij ons gevonden werden, zullen worden onder kwijt gecasseerd, zo niey die voornoemde weduwe volkomen dies aangaande, ..(?) indemneren als recht is oorkondt ons getekend de 20 nov 1671 in Ingen.
(w.g.) J. Esvelt als diaken. Geregistreerd de 7 aug 1702.

ORA NB Bezwaar Ochten, fol. 22 verso, d.d. 10 maart 1652:
Gerrit Vonck Pelgromsen en Lucas Verhuet verkopen 4 hont bouwland, gelegen in de Hoef, en 4 1/2 roey schaardijk aldaar gelegen, idem 11 hont bouwland genaamd Timmermans Hof, aan Cornelis Jansen Udents.

ORA NB Bezwaar Ochten, fol. 48, d.d. 23 juli 1655:
Gerrit Vonck vermeld als belender (zuid waarts) van 3 morgen weiland inhet kerspel Ochten.

ORA NB Bezwaar Ingen, Inv.Nr. 234, fol. 29, d.d. 1 mei 1659:
Evertgen Jans, weduwe van Gerard Vonck promisit joffr Maria van Eck f 100 met intrest uit een huis, hofstad, boomgaard en bouwland, groot 2 1/2 morgen.

ORA NB, Inv.Nr. 234, fol. 55 verso, d.d. 10 juni 1668:
Jooste Jansen van Routrecht en Gerritgen Gerrits van Rooswinkel, echtelieden, als pincipalen, en Evertgen Jans, weduwe van Gerard Vonck, als borge, beloven de armen tot Ingen f 100 en hebben daartoe verbonden 7 hont bouwland in het Middelste Voorburgt.

ORA NB Bezwaar Ingen, Inv.Nr. 234, fol. 59 verso, d.d. 15 mei 1669:
Evertgen Jans, wed van zaliger Gerard Vonck, met haar momber Pelgrim Vonck van de Poel, promisit joffr. Eva Uijttenboomgaard, wed Suffolck, desomme van f 800 met intrest en daarvoor verbonden drie morgen boomgaard en ander hondt(?), mitsgaders huis en hofstede genaamd De Poell.

ORA NB Bezwaar Ingen, Inv.Nr. 234, fol. 82, d.d. 1 mei 1670:
Evertgen Jans, wed van Gerrit Vonck, promisit Cornelis Jansz van Ommeren f 100 met intrest en daarvoor verbonden huis, hofstad en boomgaard, groot twee morgen, gelegen op Ingen.

ORA NB, Inv.Nr. 234, fol. 28 verso, d.d. 30 nov 1671:
Gijsbert van Eck, A.J. Goldsteyn, Paulus Peregrinus, predikant te Ingen, en J. Estveld, diaken, verklaren van Evertjen Jans, weduwe van GerritVonck, ontvangen te hebben f 300. Zulks in mindering van f 1.200 door jonker Hendrik van Eck, c.s., aan de gemene Huisarmen tot Ingen vermaakt en uitgeleend aan voornoemde Evertjen Jans geleend middels 4 obligaties van ieder f 300.

ORA NB, Inv.Nr. 234, fol. 79, d.d. 22 febr 1675:
Johan van Estvelt, heeft voor een vordering van f 100 o Geurt van Estvelt, beslag gelegd op de penningen die Geurt van Estvelt te vorderen heeft van de boedel van zaliger Evert Jans, weduwe van Gerard Vonck.

Kinderen uit het huwelijk Gerrit Vonck en Evertge Jans waren:

Pelgrom Gerrits Vonck, vermeld in 1673, tr. Neeltje (Cornelia) CornelisVerkuijl. Beiden overleden tussen 25 aug 1705 en 19 jan 1717.
ORA NB Bezwaar Ingen, Inv.Nr. 234, fol. 173, d.d. 24 juni 1697: Op Jan de Kemp zijn gerede en ongerede goederen onder Ingen en mede op zodanige pachtpenningen als Pelgrom Vonck, pachter van 2 1/2 morgen bouwland onder Ingen gelegen en ...

ORA NB Bezwaar Ingen, Inv.Nr. 234, fol. 200, d.d. 25 aug 1705 en geregisteerd 6 jan 1710: Pelgrom Gerritsen en Neeltje Cornelis Vercuijl, echtelieden, et haec cum tutore marito, hebben schuldig bekend aan Jan Ariense Vonck en Maijken van Wijck, echtelieden, en hun erven, de somme vanf 500, met intrest, en hebben daartoe verbonden een huis en hofstad met de aanhorige boomgaard groot totaal 6 morgen en 2 1/2 hont, genaamd De Poell, gelegen in de kerspel van Ingen.

ORA NB Bezwaar Ingen, Inv.Nr. 234: fol. 219 verso, d.d. 19 jan 1717, geregistreerd 25 jan 1717 De erfgenamen van Pelgrim Vonck en Neeltje Verkuijl, in leven echtelieden, hebben verkocht en gerransporteerd aan Gerrit Vonck en desselfs erven, zeker stuk bouwland, groot een morgen, onder Ingen, met belendingen: west: Gerrit Vonck; zuid: de Poell bouwing; noord: de commanderije tot Ingenvoor een bedrag van f 354

ORA NB Bezwaar Ingen, Inv.Nr. 234: fol. 221, d.d. 28 mei 1717, geregistreerd 29 mei 1717 Cornelis, Aert en Neeltje Verkuijl, kinderen van Geurt Cornelisz, mitsgaders de weduwe van Wouter de Gier, de vrouwspersonencum tutore, gezamenlijke erfgenamen van Neeltje Verkuijl, in leven weduwe van Pelgrim Vonck, hebben gecedeerd en getransporteerd aan en ten behoeve van Bert Verkuijl, vier morgen weiland, in het kerspel Ingen.

Aeltgen Gerrits Vonck, zie Vonck - via vrouwelijke lijn uit Vonck van de Poel
Jantje Vonck, tr. Roelof Roelofsz van de Weert (de Jonge). Ouders van:
Gerrit, ged. Ingen 22 sept 1678
Evertje, ged. Ingen 6 febr 1681
Jan, ged. Ingen 20 juni 1682
Gerrit, ged. Ingen 24 juni 1683
Heijltje, ged. Ingen 19 okt 1684
Adriaen, ged. Ingen 25 okt 1685
Anneken, ged. Ingen 21 dec 1686
Gerritjen, ged. Ingen 17 maart 1689
Roelof en Gerritjen, ged. Ingen 10 maart 1695
Benjamin, ged. Ingen 26 april 1696
Jan, ged. Ingen 16 nov 1699
Hendersken, ged. Ingen 2 sept 1703
Jan (Alerts/Gerrits) Vonk, tr. 1) Nieske van Wijck, tr. 2) Maurik 9 mei1669 Maaijke van Wijck.
Hij komt meestal voor als Jan Alerts Vonck, terwijl uit de contekst vanoverige vermeldingen zeker is dat het de zoon van Gerrit (Pelgrims) betreft.

Hij wordt beleend met de twee keer 1 ½ morgen land op Klinkenberg en Oosterink, herkomende van zijn vader en van zijn moeder, en draagt de 3 morgen op 2 juli 1679 op aan Rochus Wilbrennink.

Kinderen uit het eerste huwelijk (vader Jan Alerts Vonck):

Dirk en Gerrit, ged. Ingen 10 nov 1667
Kinderen uit het tweede huwelijk (vader Jan Alerts Vonck):

Jacob, ged. Ingen 2 okt 1670
Willemke, ged. Ingen 4 febr 1672
Gerritjen, ged. Ingen 7 april 1678, overl. voor 16 febr 1737, tr. Hendrik Hol.
Zie ORA NB, InvNr 234, Bezwaar Ingen, fol. 330, d.d.
Gerrit, ged. Ingen 30 nov 1679
Jacob, ged. Ingen 1 jan 1683
Helena, ged. Ingen 3 mei 1685
ORA NB, InvNr 234, fol. 61 verso, d.d. 9 dec 1669: Jan Gerrits Vonck enMaijken van Wijck, echtelieden, promiserunt f 1.000 aan Elisabeth Martens van Rossum, met intrest, en stellen tot onderpand 3 morgen en 2 hont bouwland, genaamd De Geem(?), daar oost Baet Verhuet en Gerard van Hattum; west en zuid de gemene straat en noord de Bandijk, vermogens obligatie van 9 dec 1669.

ORA NB, InvNr 234, fol. 281 verso, d.d. 27 aug 1732, geregistreerd 27 aug 1732: Gerrit Voncken en Willem Voncken, gebroeders bekennen schuldigte zijn aan de heer Christiaan Freudenburg en vrouwe Johanna Maria vanSomeren van Vrijenesse, echtelieden, de somme van f 1.300, welke de debiteuren's ouders Jan Gerritse Voncken en Maaijken Jacobse van Wijck, in leven echtelieden, bij personele obligatie van dato 8/18 aug 1681 uithoofde van aangetelde gelden als anders aan de heer postmeester Wilbrenninck schuldig gebleven, en hebben tot onderoand gesteld 1 1/2 morgen uiterwaard genaamd De Noengaertsweerd: oost de heer Her...(?); west de vrouw van der Vij..er(?); zuid de bandijk en noord erven(?) van Westrhenen. Item 3 1/2 morgen zo nieuw land als boomgaard: oost de Bandijk, west de gemene straet, zuid juffrouw van der Pijl, en tot slot 11 hont bouwland en boomgaard: oost de Bandijk, west Jan van Rijnberk, zuid Gerrit van Triest en noor de Bandijk.

Heijltje Vonck, tr. Jan van Essen. Ouders van:
Gerrit, ged. Ingen 26 juli 1667

Gauken Vonck (van de Poel), tr. Willem de Leeuw, zn.v. Marten de Leeuw en Maria van Wijck. Ouders van:
Gerrit, ged. Ingen 18 sept 1670
Evert, ged. Ingen 3 maart 1672
Jantje, ged. Ingen 4 mei 1673
Jan, ged. Ingen 22 dec 1674
Meerten, ged. Ingen 25 maart 1677
Evertje, ged. Ingen 28 mei 1679
Guert, ged. Ingen 22 aug 1680
Jacobus, ged. Ingen 19 aug 1683
Johannes, ged. Ingen febr 1689
Maria, ged. Ingen 1 april 1694

Helena Vonck (van de Poel), tr. Jan van Esseveld. Ouders van:
Neeltje, ged. Ingen 9 dec 1666
Gerrit, ged. Ingen 16 sept 1669
Anneke, ged. Ingen 24 maart 1672
Alert, ged. Ingen 27 dec 1674
Evertje, ged. Ingen 21 nov 1680
Roelof, ged. Ingen 24 mei 1682

Jan van Achtevelt Vonck, tr. 1) Ommeren 20 febr 1681 Geurtje de Leeuw, dr.v. Marten de Leeuw en Maria van Wijck; tr. 2) Ommeren 22 febr 1692 Gijsbertje van Wijck.
Met attestatie van Ingen Jan van Achtevelt Vonck, JM en Geurtie de Leew, beyde woonende aldaer.

Johan Achtevelt Vonck, W.M. van Geurtie de Leew, en Gijsbertie van Wijck, JD van Ravenswaay.

Familiegeld Nederbetuwe, “Copia. Verdeiling vant familiegeld den 19 martij 1702 fedateert en het dorp Ingen toegesonden den 23 october anno ultimo monterende 434:” .. filio 27: .. Agtevelt Vonk f 2 – 10 – ..

Kinderen uit het eerste huwelijk:

Gerrit
Maria, ged. Ingen 22 jan 1688
Kinderen uit het eerste huwelijk:

Grietje, ged. Ingen 21 dec 1702

ORA NB 234, fol. 113v-114, d.d. 29 mei 1679:
Marten de Leeuw x Maria van Wijck verdelen hun goederen, ten gunste van:
Willem de Leeuw x Gouken Vonck
Neeltgen de Leeuw
Janten de Leeuw x Cornelis van Hien
Geurtje de Leeuw, ongehuwde dochter
Op de brief is een aantekening geplaatst dd 30 nov 1685, waaruit blijktdat Geeritgen (Geurtje) de Leeuw dan inmiddels gehuwd is met Johan vanAchtevelt Vonck.

ORA NB 234, fol 114v, d.d. 13 jan 1682:
Johan van Achtevelt x Geurtje de Leeuw beloven dominee Brandolphus 400 gulden uit hun huis en hofstad groot ca 4 morgen op Ingen in de Brey.

ORA NB 234, fol 119, 29 nov 1685:
Willemke Vermeer transporteert aan Willem de Leeuw x Gauda Vonck, Jan van Achtevelt x Gerritje de Leeuw, de eigendom van 3 morgen weiland op Ingen in Ingenerveld

ORA NB 234, fol 129, d.d. 2 febr 1687:
Gijbert Gevers belooft dominee Hornius x Petronella Gillis f 150 voorvoor de borg Wessel Gerrits verbindt 2 morgen 2 hont bouwland op Ingen, belendend ondermeer zuid Pelgrom Vonck, west jonker Van Eck’s erfgenamen en noord Jan van Achtevelt.

ORA NB 262, fol 82/82v, d.d. 25 febr 1696:
Jan van Achtevelt Vonck en Gijsbertje van Wijck verlopen 5 morgen weiland, genaamd Kievietsheuvel, gelegen in de Overbroekpolder bij Ochten, aan Jan Willemsen en Gijsbertje van de Valentijn.

ORA NB 234, fol 157, d.d. 13 febr 1693:
Jan van Achtevelt Vonck en Gijsbertje van Wijck bekennen Diderik van Broekhuisen, heer van Eck, etc., f 400 schuldig te zijn en stellen als zekerheid 3 morgen boomgaard en bouwland in de Poelse bouwing gelegen, daar oost: de Liendense Tochtsloot; west en zuid: jonker Van Eck’s erfgenamen en noord: de heren van Wesel.

ORA NB 242, fol.85v, d.d. 7 juli 1694:
Willem de Leeuw x Gouda Vonck, Adriaan Dirks van Dam x Neeltje de Leeuw, Cornelis van Hien x Juliana de Leeuw, Jan van Achtevelt, wdnr v Geurtje de Leeuw en nu gehuwd met Gijsbertje van Wijck, tesamen kinderen en erfgenamen van zaliger Marten de Leeuw.

ORA NB 234, fol 183-184, d.d. 19 aug 1699:
Magescheid tussen Johan Aghtevelt Vonck, eerder weduwnaar en boedelhouder van Gevertje de Leeuw, vader van Gerrit Vonck bij diezelfde Gevertje, ter enerzijde en Willem de Leeuw als bloedmomber van het onmundige kind ter andere zijde, met tussenspraak van de edele Joan Bernsen Vonck en betreffende de moederlijke goederen en nalatenschap van het kind. Eenen ander bestaat uit:
Huis, hof en boomgaard en annex bouwland, groot totaal 3 morgen en 9 hont in de Breij in het kerspel Ingen
Op de betreffende hofstad staat een kapitaal gevestigd van f 900 ten gunste van de erfgenamen van heer Diderik van Eck, in leven heer van Eck en Wiel
Nog een kapitaal van f 900 ten gunste van ... brouwer te Nijmegen
En tot slot nog f 150 ten gunste van de Armen te Ommeren
Nog 5 hont bouwland gelegen op Lettingen onder Ommeren
ORA NB 234, fol 186-186verso, d.d. 24 juli 1700:
Willem de Leeuw en Adriaan Dirksen van Dam, omen en mombers over het onmundige kind van Geurtje de Leeuw verwekt bij Jan van Achtevelt Vonck, hebben met instemming van de vader schuldig bekend aan heer Albert van Deelen tot Spankeren, heer van Maurik, een som van f 400. Zij verbindendaartoe huis, hofstad, berg en schuur met boomgaard en bouwland groot omyrent 4 morgen en onder Ingen gelegen, daar oost en west: de gemene straat; zuid: Cornelis van Wijck en noord: de heere Hoeven.

Heeft u aanvullingen, correcties of vragen met betrekking tot Johan Willemsz?
De auteur van deze publicatie hoort het graag van u!

Voorouders (en nakomelingen) van Johan Willemsz

Johan Willemsz
????-1628



Onbekend


Via Snelzoeken kunt u zoeken op naam, voornaam gevolgd door een achternaam. U typt enkele letters in (minimaal 3) en direct verschijnt er een lijst met persoonsnamen binnen deze publicatie. Hoe meer letters u intypt hoe specifieker de resultaten. Klik op een persoonsnaam om naar de pagina van die persoon te gaan.

  • Of u kleine letters of hoofdletters intypt maak niet uit.
  • Wanneer u niet zeker bent over de voornaam of exacte schrijfwijze dan kunt u een sterretje (*) gebruiken. Voorbeeld: "*ornelis de b*r" vindt zowel "cornelis de boer" als "kornelis de buur".
  • Het is niet mogelijk om tekens anders dan het alfabet in te voeren (dus ook geen diacritische tekens als ö en é).



Visualiseer een andere verwantschap

De getoonde gegevens hebben geen bronnen.

Over de familienaam Willemsz

  • Bekijk de informatie die Genealogie Online heeft over de familienaam Willemsz.
  • Bekijk de informatie die Open Archieven heeft over Willemsz.
  • Bekijk in het Wie (onder)zoekt wie? register wie de familienaam Willemsz (onder)zoekt.

De publicatie Stamboom Van Baare is opgesteld door .neem contact op
Wilt u bij het overnemen van gegevens uit deze stamboom alstublieft een verwijzing naar de herkomst opnemen:
van Baare, "Stamboom Van Baare", database, Genealogie Online (https://www.genealogieonline.nl/stamboom-van-baare/I5333.php : benaderd 16 januari 2026), "Johan Willemsz (????-1628)".