Stamboom Van Baare » Coenraadt de Graauw (1675-????)

Persoonlijke gegevens Coenraadt de Graauw 


Gezin van Coenraadt de Graauw

Hij heeft/had een relatie met Aaltien Jansdr. van Eck.


Kind(eren):

  1. Helena de Grauw  ± 1695-???? 
  2. Geertruijd de Graauw  1699-???? 
  3. Anneken de Grouw  < 1702-????


Notities over Coenraadt de Graauw

Notities bij Coenraad de Graauw
Reg.Arch.Rivierenland:
ORA bank van Kesteren, vrijwillige rechtspraak, akten van bezwaar, kerspel Ingen, inv. 234 (1660-1739):
PROTOCOL 1067 (folio 203)
Coenraadt de Grauw en Aaltjen van Eck echteluijden cum tutore marito hebben schuldigh bekent aan de juffrouwen Johanna en Anna Walburgh Foijert eene capitale somme van hondert vijftigh gulden cum interesse ad 5 gulden 10 stuijvers percento en daar voor speciaal verbonden eerstelick ontrent anderhalven mergen bouwlant en een half hont boomgaart gelegen onder den kerspel van Ingen aan den dijck, alwaar oostwaerts Lucas Verbeeck, zuijden de erffgenamen van Goossen van Lienden, west de weduwe en erffgenamen van Peter Gerritsen van Voorthuijsen en noorden den Bandijck ofte wie met recht daar naast gelant moge sijn, soo het selve van Alart van Laar cum suis op den 24 april 1686 is aangekoft; item een huijsinge, getimmer en beterschap alwaar wij echteluijden wonen en ons van onse ouderen aanbestorven, mede binnen Ingen gelegen, alwaer oost Gijsbert Noest, zuijden het gemeene voetpadt, west Wouter Brantsen en noorden de gemeijne straat ofte wie etc. en voorts generalick, vermogens obligatie van den 19 januarij 1711 bij de transportanten en geërfde getuijgenbeteeckent. Geregistreert den 24 januarij 1711.
#Gecasseert op quitantie van Theodorus Breunis ecclesiastes in ehen Anna W. Foijert eghteluijden, in dato den 24 april 1724, staande op 't eerste bladt verso van de doorsnedene obligatie. Actum den 30 october 1724.#
PROTOCOL 1340 (folio 313)
Gijsbert Noest en Huijbertje van den Bergh egteluijden, Cornelis Noest,Dirk Noest, Willem de Laat en Uliana Noest mede egteluijden, Dirkje Noest, Willemijntje Noest, Grietje Noest en Jan Cornelisse als voogd overhet minderjarige kint genaampt Aaltje Noest, hebben vercoft en getransporteert aan Coenraad de Grauw en Aaltje van Ek egteluijden, een weijcamp, groot ongeveer veertien hont in Ingerveld, kerspel Ingen, oost HansBarten, west dominee Wijkniet, zuijden de hoogwelgeboren vrouwe Van Geldermalsen en noord de Lange Steegh, sulcxs voor eene somma van aghthondert sesentwintigh guldens, vermogens acte van transport van dato den negentiende maij 17 centum sesendertigh, door de transportante en geërfde getuijgen onderteeckent. Geregistreert den 3 julij 1736.
Idem, inv. 235 (1739-1791):
PROTOCOL 37 (folio 65v.)
Willem de Laet en Ulijana Noest egteluijden, hæc cum tutore marito, promiserunt aen Coenraet de Grauw et uxori tot sijnne erven eenne somma van éénhondert guldens, welke beloove te restitueerre tegens den 28 maeij1742 met de interesse ad 4 percento en daer voor verbonde een huijs, hoff en boomgaert, groot ongeveer een hont onder Ingen, ompaalt ten oosten het gemeenne sandpat, west Gerrit van Hoeve, ofte wie etc., vermogens obligatie in dato den 27 maij door debiteure en geërfde getuijge betekent. Geregistreert den 30 maeij 1741.
#Gecasseert en geroijeert op quitantie en versoek van J.C. van Briessenweduwe de Graauw, staende onder de obligatie op het tweede blad, gedateert den 18 september 1766. Actum den 13 october 1766. J. Copes van Hasselt landschrijver.#
PROTOCOL 111 (folio 92v. - 95v.)
Wij Anthoni de Graauw en Johanna van Briesem egteluijden, mitsgaaders Roeloff van de Weert en Helena de Graauw egteluijden, voornoemde Anthonide Graauw en Roeloff van de Weerdt meede in qualiteijt als aangesteldevoogden over de minderjarigen kinderen van wijle Jan Wijkniet en Anna de Graauw geweesene egteluijden, met naamen Johanna, Willemina en Anna Wijkniet, alsmeede van het kindt van Adriana de Graauw bij Claas van dePeppel in egte verweckt, met naame Adriana van de Peppel, vermoogens testament van haare grootvader en grootmoeder Coenraadt de Graauw en Aeltjen van Eck geweesene egteluijden, van den 30 julij 1739 waerbij de erffportiën dier onmondigen meede sijn gedemonstreert en begroot, mitsgaaders Coenraadt, Maria en Aeltje van Ommeren mondigen kinderen van Roeloff van Ommeren en Geertruijd de Graauw gewesene egteluijden en dan noghLodewijck van Ommeren als oom en bloetmomboir van haaren nog minderjaarigen soon Jan van Ommeren hiertoe meede in die qualiteijt geauthoriseert bij appoinctement van den ...[datum ontbreekt] deeser door die hoogwelgeboore heere Diderick Louis van Brakel tot den Braakel en Vreedensteijn als gesubstitueerde amptman en oppermomboir verleent, doen condt hiermeede dat wij ten overstaen van de speciael hiertoe versogte dedingsluijden hebben beraampt en geslooten een wettigh en onverbreekelijck erffmagescheijdt naar allen magescheijdt regten over en van der boedel en naarlatenschap van haren opgemelte vaader en moeder, mitsgaders grootvader en grootmoeder, opgemelte Coenraadt de Grauw en Aeltjen van Eck, van welken boedel door geseijde Aeltjen van Eck als wedue en boedelhouderse een staat en inventaris ten comptoire van Nederbetuwe op den ...[datum ontbreekt] is geëxhibeert en sulcx alles soo en ingevoege als hiernaa volgt.
Dat ingevollige het voorschreeve testament van den 30 julij 1739 aan deopgemelte kinderen van Jan Wijkniet en Anna de Graauw gewesene egteluijden, voor haar aandeel in de voorschreeve naarlatenschap in eijgendom kragt deeses is overgegeven en toebedeelt eene mergen en drie hondt bouwlandt met een hondt boomgaardt onder Ingen geleegen, ompaalt ten oosten en westen de wedue Quint, suijden de Weetering en noorden de Bandijck, mitsgaders nog daar nog daarenboven een som van viertienhondert guldens uijt soodaane seventienhondert guldens, als volgens den voorschreevegeëxhibeerden inventaris onder den meede condivident Anthoni de Graauwberustende, sijn om en in behoeff van de opgemelte twee pupillen ten eersten op secuire onderpanden beleijt off vaste goederen daar voor aangekogt te werden, blijvende ondertusschen voornoemde Anthonij de Graauw niettemin gehouden om daarvan interessen te voldoen teegens vier ten hondert, dat meede conform het geseijde testament aan Adriana van de Peppel dogter van gemelte Adriana de Graauw en Claas Cornelisz van de Peppel in eijgendom is overgegeven en toebedeelt voor desselvs besprooke portie viertien hondt weijland in het Ingerveldt geleegen, ompaalt ten oosten Dirck van Dam, west de gemeene steeg, suijden den prædicant Van Randtwijck en noorden Johannes Barten, mitsgaaders nog daarenbooven driehondert guldens aan geldt dewelcke uijt den overschot off het restant vande gementioneerde seventienhondert guldens onder Anthoni de Graauw berustende, sullen moeten werden voldaan en bij de eerste geleegentheijdt meede op een secuir onderpandt in behoeff van het voornoemde minderjarigh dogtertjen beleijt off vastgoedt daar voor aangekogt, waarvan den meedeconvident Anthonij de Graauw intusschen off tot dat sulcx sal weesengeschiedt, insgelijcx renten sal moeten voldoen teegens vier ten hondert.
Dat vervolgens getreede sijnde tot de verdelinge der verder boedels gereede en ongereede goederen, actiën, effecten en crediten, soo sijn tusschen de voorschreeve condividenten Anthonij de Graauw en Roeloff van deWeerdt met derselver huijsvrouwen, mitsgaders de voornoemde meerderjarigen kinderen van Roelof van Ommeren en Geertruijdt de Graauw, neffens Lodewijck van Ommeren qualitate prædicta, onderling verdeelt de voorschreeve boedels, gereede goederen en meubilen invoegen dat ider in sijn qualiteijt bekent sijne portie daarvan genooten en ontfange te hebben, sijnde egter tusschen deese condividenten qualitate qua in gemeenschap verbleeve een capitaal van tweehondert guldens ten lasten van de wedue Quint, een van hondert guldens ten lasten van Willem de Laat en een van tweehondert guldens ten lasten van Dirk van Caukercken om neffens de nogh onbetaalde boedels active schulden ten gemeene behoeven ingevordert te werden.
Dat het geseijde ongereedt in drie eguale loote verdeelt sijnde, soo isdaarvan het eerste lot te deel gevallen aan Anthonij de Graauw en Johanna van Briesem egteluijden, bestaande in een huijsinge, camertjen en annexen hoff met sijn verder getimmer en bepootinge onder Inge geleege, waarnaast ten oosten de wedue Meerten de Leeuw, west de kerk, suijde voornoemde wedue De Leeuw en noorde de wedue Snoekeveldt; met nogh vier mergen weijlandt in het Ingenerveldt genaampt de Steeg en Middelste Weijde, ompaalt ten oosten de Commandurije, west Gijsbert van Esseveldt, suijde de Steeg en ten noorde Roeloff van de Weert.
Dat het tweede lot aan Roeloff van de Weert en Helena de Graauw egteluijden te deel gevalle is, als een huijs met nogh een kleijn huijsje daarannex, staande op de commandurijegrondt aan de noordtseijde van het dorp Ingen; met twee mergen weijlandt genaampt de Leecamp in het Ingenerveldt, ten oosten de Geere, west de heer Van Bentinck, suijde de meedecondivident Anthonij de Graauw en noorden de Weeteringh; ende dan nog agthondt landt genaampt de Elsackers onder Ingen, waarnaast ten oosten enwesten de heer Van Blijwerven, suijden denselven en noorde de Weeteringh.
Dat het laaste en derde lot te deel gevallen is aan de gesamentelijke voornoemde kinderen van Roelof van Ommeren en Geertruijd de Graauw, namentlijck vier en een halve mergen bouwlandt in de Breij onder Ingen geleegen, waarnaast ten oosten Gerret van de Weert, ten westen de heer Thesschemaaker, ten suijden Dirk Caukerken en ten noorde de straat; item nogh agt hondt elsenpas in het Ingense Voorburgh, ompaalt ten oosten Goosen van Ommeren, ten westen de erffgenaamen Wolson, ten suijden den Ommerenwal en ten noorden Hendrik Goverse; ende dan nog een huijs met eene mergen bouwlandt onder den kerspel Eck geleegen, ten oosten P. van de Berg, ten westen de Weeteringh, ten suijden joncker De Cocq en ten noorden Gerrit van Geijtenbeek.
Dat noopens de passive boedels schulden is versprooken dat die door de voornoemde meedecondividenten Anthoni de Graauw en Roeloff van de Weertmitsgaaders de opgemelte kinderen van Roeloff van Ommeren, ider voor haare regtelijke portie, sullen moeten gelast en gedragen werden, daaronder meede soodaane vierhondert guldens met de rente daarop te verloopen, als aan Adriana de Graauw meede ten huwelijck waaren belooft en naar doode van deselve door haare opgemelten man Claas Cornelisz van de Peppel aan desselvs voornoemdt dogtertjen Adriana van de Peppel voor haer moeders versterff sijn beweesen en dus het selve onmondige kindt nog uijt den voorschreeve boedel van haare grootvader en grootmoeder competeert, gelijck wijders in het gemeen allen ongelden sullen moeten werden voldaan tot den jaare 1744 ingeslooten.
En dewijle parthijen contrahenten in de voorschreeve partagie en deijlinge een goet genoegen sijn neemende, soo sal van nu voortaan een ider sijn toegedeelde erffportie in vollen eijgendom hebben, behouden en besitten, neffens de vrugten daarop thans staande, off de lopende pagten envoorts een ider sijn perceel off perceelen, met soodaane dijken, servituiten, tijsen, erffpagten en uijtgangen, mitsgaders geregtigheeden alsvan outs ende met regt daartoe mogten hebben gehoort. Beloovende de condividenten ider in haar reguardt en qualiteijt malkanderen naar magescheijdtsregten te sullen guarandeeren en vreijen en waaren omtrent allenactiën als 't eeniger tijd mogten werden gemoveert. Verbindende ten dien eijnde en tot verdere naakoominge van alle hetgeene voorschreeve, degemelte toegedeelde en verdere gereede en ongereede goederen, persoonen en erffgenaamen, deselve submitteerende aan de judicatuire van den Hoove provinciaal van Gelderlandt en pandinge ten landtregten sonder te konnen bejaaren off bedaagen, met expresse renuntiatie van de allen deeses eenigsints obsteerende exceptiën, weeren, defensiën en benefitiën van regten. Des t'oirconde sijn hiervan twee aleensluijdende instrumentengemaakt, het eene op een zegel van ses gulden en tien stuijvers en hetandere op een van vier stuijvers voor de copie off weerkleedt die beijde voor origineel gehouden werden en daarom eijgenhandigh door de condividenten ider in haare qualiteijt, de vrouwen geadsisteerdt als regtensen de aanweesende dedingsluijden sijn beteekent binnen Ingen op de 22 augusti 1745. En waare ondergeteekent: Anthonij de Graauw, Johanna C. van Brissem, Roeloff van de Weert, Helena de Graauw, K. van Ommeren getekent voor mijn selve en tekene meede voor mijn suster Maria van Ommerenals procuratie daervan hebbende K. van Ommeren, Dit merck X off kruijsgesteldt bij Lodewijck van Ommeren in mij present G. Wijkniet, A. van Ommeren, Aart Cornelisse hiertoe aangesogte dedingsvrint, G. Wijkniet dedingsvrient. Geregistreerdt den 10 jannuarij 1746.
PROTOCOL 160 (folio 113 - 114v.)
Op dato onderschreven is een vast en onverbrekelijk makenscheijd opgeregt en geslooten tussen de kinderen en erfgenaamen van wijlen Roeloff van Ommeren en Geertruijd de Grauw gewesene egteluijden met namen Coenraad van Ommeren en Neeljen de Haas egteluijden, Maria van Ommeren en Jacob van der Leelij meede egteluijden, de vrouwe gestarkt sijnde een ijdermet haare man, Jan van Ommeren en laastelijk Aaltjen van Ommeren gestarkt sijnde met haar oom Anthonij de Grauw, sulx over soodane naargelatene goederen als hun bij het overlijden van haare voornoemde vader en moeder sijn naargelaten, alsmeede van sodane goederen als hun lieden bij testaments van den 30 julij 1739 van haare grootvader en grootmoeder Coenraat de Grauw en Aaltjen van Eck gewesene egteluijden en naderhant bij der deijlinge volgens het makenscheijt van dato den 22 augustus 1745 haar bij lootinge sijn te deel gevalle als:
Eerstelijk sal den eerste of den outsten soon Coenraad van Ommeren en Neeltjen de Haas egteluijden van nu voortaan in volle ijgendom hebben enbesitten sulle een huijs met omtrent een marge uijtgerooijde boomgaartonder den kerspel van Ek geleegen, ompaalt oost den rigter Peter van den Bergh, west de straat ofte watergangh, noorde G. Gijtenbeek, zuijdendie hoogwelgeboore heer amptsjonker Cocq van Delwijnen ofte wie etc., alsnogh sal Coenraad behouden en besitten een capitaal van tweehondert en vijftigh guldens onder sijn eijgendom berustende.
Ten tweeden sal Maria van Ommeren en Jacob van der Lelij mede egteluijden van nu voortaan in vollen eijgendom besitten en behouden de gerigte helfte van vier en een halve margen bouwland in de Brij onder den kerspel van Ingen gelegen, welke helfte naast de noortsijde dwars maar niet regtop zal afgemeten worden, dog sal het de andere helfte moeten uijt- en overwegen daar de minste schaade geschied, ompaalt oost de straat, west Dirk Couterse, zuijd de wederhelfte van hetselve lant, noorden de heer Tessemaker etc..
Ten derden sal Aaltjen van Ommeren van nu voortaan in volle eijgendom hebben en besitten ook de geregte helfte van vier en een halve marge boulant mede in de Brij onder Ingen, sijnde de wederhelfte van haar suster, ompaalt oost de straat, west Dirk van Coukerken, zuijden Gerrit van de Weert, noorden haar suster met de wederhelfte.
Ten vierde of laaste sal Jan van Ommeren van nu voortaan in vollen eijgendom hebben en besitten, eerstelijk een huijs met een schuur en omtrent drie hond boomgaard in het Voorburgh onder Ingen, ompaalt ten ooste de gemene straat, west de Commandurij van Wesel, suijden de Diaconij vanIngen en noorden afgenome van Cornelis Willemse etc.; alsnogh sal Jan in vollen eijgendom hebben en besitten een elsepas groot agt hond in 'tVoorburgh mede onder Ingen, ompaalt oost Gose van Ommeren, west de erfgename van de heer Wolsom, zuijd Ommerenwal, noorden Hendrik Govertsen ofte wie etc..
Alle lasten uijtgeset sijnde en verpondinge tot 1749 ingesloote moet Coenraad van Ommeren voor sijn reekening betaalen van alle goederen, hiermeede bekenne voornoemde broers en susters met hunnen boedel, gerede enongerede goederen, gedijlt en gescheijden te sijn en belooven malkanderen te sullen helpen vrijen en ware voor alle akcie voorcommer en voorpligte soo als makenscheijt regt is. Hiermeede verbinden wij onse persoonen gerede en ongerede goederen nu hebbende of nog verswijgende, submitteerende aan de juddicature van den Hove provinciaal van Gelderlant ende pandinge ten landrechten deses ampts, sonder te connen bejaaren of bedaagen, met expriesse renuntiatie van alle obsterende exceptiën weren of devensie. Des oirkonde is deese door partijen beneffens hiertoe versogte geërfde getuijgen betekent binnen Ingen en sijn hier twee alleensluijden gemaakt, het eene op een zeegel van 3½ gulde het andere op een seegel van 4 stuijvers, dato den 8 october 1750. En waren ondertekent: Koenraad van Ommeren, Neeltjen de Haas, Jan van Ommeren, Maria van Ommeren, Jacob van der Lelij, Aaltjen van Ommeren, Anthonij de Grauw, J. van Baren als geërfde getuijgen, H. van Beekhoff als geërfde getuijgen. Geregistreerdt den 7 december 1750. Referentie: https://www.genealogieonline.nl/kwartierstaat-mulders/I19809.php

Heeft u aanvullingen, correcties of vragen met betrekking tot Coenraadt de Graauw?
De auteur van deze publicatie hoort het graag van u!


Tijdbalk Coenraadt de Graauw

  Deze functionaliteit is alleen beschikbaar voor browsers met Javascript ondersteuning.
Klik op de namen voor meer informatie. Gebruikte symbolen: grootouders grootouders   ouders ouders   broers-zussen broers/zussen   kinderen kinderen

Voorouders (en nakomelingen) van Coenraadt de Graauw


Via Snelzoeken kunt u zoeken op naam, voornaam gevolgd door een achternaam. U typt enkele letters in (minimaal 3) en direct verschijnt er een lijst met persoonsnamen binnen deze publicatie. Hoe meer letters u intypt hoe specifieker de resultaten. Klik op een persoonsnaam om naar de pagina van die persoon te gaan.

  • Of u kleine letters of hoofdletters intypt maak niet uit.
  • Wanneer u niet zeker bent over de voornaam of exacte schrijfwijze dan kunt u een sterretje (*) gebruiken. Voorbeeld: "*ornelis de b*r" vindt zowel "cornelis de boer" als "kornelis de buur".
  • Het is niet mogelijk om tekens anders dan het alfabet in te voeren (dus ook geen diacritische tekens als ö en é).



Visualiseer een andere verwantschap

De getoonde gegevens hebben geen bronnen.

Over de familienaam De Graauw


De publicatie Stamboom Van Baare is opgesteld door .neem contact op
Wilt u bij het overnemen van gegevens uit deze stamboom alstublieft een verwijzing naar de herkomst opnemen:
van Baare, "Stamboom Van Baare", database, Genealogie Online (https://www.genealogieonline.nl/stamboom-van-baare/I3763.php : benaderd 8 januari 2026), "Coenraadt de Graauw (1675-????)".