Hij is getrouwd met Jannetje van Egmond.
Zij zijn getrouwd op 3 april 1856 te Rijnsburg, hij was toen 23 jaar oud.
Kind(eren):
In 1921 begonnen Lau Homan, Hein Bader en Daan Hoogewoning aan een experiment. In plaats van het „groene veilen" van de bolgewassen, ging men het geoogste produkt, de bloembollen, veilen. In de voormalige stal vande postkoetspaarden van Hotel De Witte Zwaan in Lisse werd de eerste veiling gehouden. Men dacht dat deze ruimte wel voldoende zou zijn, maarhet tegendeel bleek waar. De aanvoer was telkens zo groot, dat de bollen veelal buiten stonden. Het geluk lachte de drie ondernemende heren toe: het was een lange en hete zomer, zodat dit geen problemen gaf.
Handelsmerk
Een witte zwaan werd op de eigen bollenmanden aangebracht. Naar de eerste plaats van vestiging werd deze trotse en weerbare vogel als handelsmerk gekozen. De NV. Hollands Bloembollenhuis Hobaho (afkorting van de oprichters Homan, Bader en Hoogewoning), had direct vanaf de start in 1931 de wind goed in de zeilen. Men had het lesje goed geleerd en pakte de zaken direct groot aan. Aan de haven in Lisse lieten ze een voor die dagen enorme hal bouwen: oppervlakte 4200 vierkante meter. Hiervan was 500 vierkante meter sloot, zodat de aanvoer met boten kon binnenvaren. Het leek een sterke overschatting, met „schade en schande" zou men wel wijs worden. Nergens was er nog zo''n grote loods gebouwd. Zelfs Fokkerkwam een kijkje nemen of zo iets ook uitvoerbaar was als hangar!
Succes
In de zomer van 1922 nam men de loods in gebruik. Het gelach verstomde.Zeer veel bollenkwekers brachten hun produkten ter veiling en vele handelaars en exporteurs kwamen op de Hobaho af. Men stond perplex: 3700 vierkante meter volgestouwd met bollen. En nog ruimte te kort. IJs van Duyn, een goede vriend uit Amsterdam organiseerde een vloot dekschuiten met een oppervlakte van 500 vierkante meter, welke de hal werd ingevaren. Ook deze ruimte werd met bollen volgezet. Na afloop van het seizoen werd de sloot direct gedempt, zodat men daarna over de volledige 4200 vierkante meter kon beschikken. Ook in 1923 was die „belachelijk" grote hal steeds vol en de lachers heel stil.
Het kantoor bleef nog in de Witte Zwaan, op enkele honderden meters afstand. Administrateur was de latere directeur, Th. Zwetsloot. Beladen met papieren heeft hij toen snelheidsrecords gelopen. In 1924 was dat over. In de hal bouwde men aan de voorzijde een kantoor en afmijnzaal. Aandat af mijnen met een klok moesten de heren kopers nog wel even wennen, gewoon als ze waren om tussen en op de manden met bollen te verkeren tijdens het afmijnen. De veilingmeesters op het podium hebben in vroeger jaren enorme prestaties geleverd. Met enorm stemgeluid werden de bollen aangeprezen en geregistreerd. Ze konden dat dag in dag uit volhoudendoor in eendrachtige samenwerking met de inkopers de sfeer in de veilingzaal gezellig te houden.
Daniel Hoogewoning | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
1856 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
Jannetje van Egmond | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.