Abraham (Bram) kreeg al vroeg Engelse ziekte.
Hij heeft altijd bij zijn vader Jacob gewoond, ook na het overlijden van zijn moeder Greta. Toen zijn vader overleed, bleef hij samen met de huishoudster (tante Dicky) wonen. Weer later woonde hij in een aanleunwoning bij zijn broer Ruud in Noordwijkerhout.
Na een moeilijke bevalling bleek een zuurstofgebrek bij Bram. Op latere leeftijd kreeg hij Rachitis, waardoor hij gekromde vingers had en eenstram lijf.
Hij ging wel naar de lagere school, kon goed (de bijbel) lezen.
Hij gaf vaak een speech bij verjaardagen/huwelijken, altijd verweven met teksten uit de bijbel. Hij woonde bij zijn vader (Jacob) en diens huishoudster (tante Dickie) op het bedrijf in Oegstgeest. Later in een aanleunwoning bij zijn broer Ruud in Noordwijkerhout.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.