(1) Hij is getrouwd met Maria Cornelia Gorp, van (Gurp, van).
Zij zijn getrouwd op 3 mei 1821 te Tilburg, hij was toen 27 jaar oud.
Kind(eren):
(2) Hij is getrouwd met Maria Theresia Smeulders.
Zij zijn getrouwd
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Johannes Adriaan Teurlings | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(1) 1821 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Maria Cornelia Gorp, van (Gurp, van) | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(2) | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Maria Theresia Smeulders | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Reitse Hoevenstraat 32. Rijksmonument
Het complex dat thans bekendstaat als ‘de Oliemolen’ is gebouwd omstreeks 1770 door de president-schepen van Tilburg, Cornelis Bles.(28)
Dit langgerekte bedrijfspand met pannen schilddak is tot omstreeks 1880 in gebruik geweest als rosoliemolen.(29) De oudst bekende olieslager was Jan van Pelt.(30) Omdat het slaan van olie geen dagtaak was, oefende hij daarnaast het beroep van landbouwer uit. Vanaf 1824 werd de molen bewoond door olieslager en landbouwer Jan Teurlings. In 1880 vraagt Francis Antonie Teurlings een hinderwetvergunning aan voor de oprichting van een windmolen ten behoeve van een olieslagerij.(31) Het gedeelte waar de rosoliemolen stond, werd toen verbouwd tot afzonderlijk woonhuis, het andere deel bleef in gebruik als boerderij.(32) Na 1920 werd het gebouw verkocht aan de congregatie van Mill Hill.(33) In 1979 werd de Oliemolen gerstaureerd, waarna het pand in gebruik werd genomen als oudheidkundig centrum. Thans is er een reptielenhuis in gevestigd.
Reitse Hoevenstraat 32. Rijksmonument
Het complex dat thans bekendstaat als ‘de Oliemolen’ is gebouwd omstreeks 1770 door de president-schepen van Tilburg, Cornelis Bles.(28)
Dit langgerekte bedrijfspand met pannen schilddak is tot omstreeks 1880 in gebruik geweest als rosoliemolen.(29) De oudst bekende olieslager was Jan van Pelt.(30) Omdat het slaan van olie geen dagtaak was, oefende hij daarnaast het beroep van landbouwer uit. Vanaf 1824 werd de molen bewoond door olieslager en landbouwer Jan Teurlings. In 1880 vraagt Francis Antonie Teurlings een hinderwetvergunning aan voor de oprichting van een windmolen ten behoeve van een olieslagerij.(31) Het gedeelte waar de rosoliemolen stond, werd toen verbouwd tot afzonderlijk woonhuis, het andere deel bleef in gebruik als boerderij.(32) Na 1920 werd het gebouw verkocht aan de congregatie van Mill Hill.(33) In 1979 werd de Oliemolen gerestaureerd, waarna het pand in gebruik werd genomen als oudheidkundig centrum. Thans is er een reptielenhuis in gevestigd.