Wouter Verduijn wordt genoemd in de rekeningen van de Rekenkamer der
Domeinen van Holland in de jaren 1526, 1527 en 1528. In 1542 gebruikt
hij een deel "gorssinge" te 's Gravenambacht. Gezien zijn naam en het
tijdstip komt hij in aanmerking als de stamvader van het geslacht
Verduijn al blijft dit wel een veronderstelling.
Het geslacht Verduijn (ook wel geschreven als Duyn of Duynen) is een van de oudste geslachten van het dorp Charlois, tegenwoordig een stadswijk van Rotterdam. Maar vroeger was dat anders. In 1632 telde men er 137 huizen en heette het een fraai gebouwd dorp temidden van prachtige wei en korenvelden.
De familie Verduijn had in Charlois wel wat in de melk te brokkelen. Niet alleen waren het welgestelde boeren, zij zaten in het dagelijks bestuur als schepenen en in het kerkbestuur. Over diverse leden is wel het een en ander bekend zoals b.v. over Wouter Hendricksz. Verduijn.
Hij was naast bouwman ook schepen van Charlois van 1583 t/m 1586. Hij moet toen reeds gereformeerd geworden zijn, want hij was ook ambtsdrager en mede ondertekenaar en mede verantwoordelijk voor de kerkrekeningen. Ziek te bed liggende testeerde de welgestelde Wouter Hendricksz. op 11 juli 1626 en overleed vrijwel direct daarna. In zijn testament is voor het eerst sprake van de naam Verduijn en op de grafzerk welke het graf van Wouter en zijn vrouw Lijntje dekt is ook het wapen Verduijn te zien.
Uit het genoemde document leren we veel omtrent de familie samenstelling (op dat moment nog in leven zijnde broers en zusters, zoons en dochters)
Immers de jongste zoon erft om "sonderlinghe reden" de hofstede te Charlois met huis, schuren en beplantingen en 16 morgen land. Daarnaast ook nog akker en graafland, 1 morgen weiland in de Hille en 3 morgen en 280 roeden "bruijck land" liggende in de Westenbeke. Deze zoon, Cornelis Woutersz. moet hiervoor zijn broers en zusters fl. 10.000 betalen, waarvan fl. 3.000 contant. Het waren dus zeker geen arme boeren.
Cornelis Woutersz. deed het goed in Charlois. Hij was schepen van Charlois, van 1629 t/m 1660 en een van de medewerkers aan de tot stand komen van de kerkverbouwing. Zijn wapen prijkt ook in de kerktoren van Charlois.
Toch heeft hij wel steeds geld zorgen. Hij verkoopt land en gaat hypothecaire leningen aan o.a. bij Cornelis Verdonck te Rotterdam in 1654 voor fl. 3.000 en in 1655 bij Cornelis Conick voor fl. 2.050, bij Marie Prins in 1657 voor fl. 1.300 en bij Vice Admiraal Witte Cornelisz. De With fl. 2.000. Witte de With sneuvelde in 1658 in de Sont.
Een kleinzoon van Cornelis Woutersz. ene Cornelis Ariensz. Verduijn verlaat Charlois en gaat naar Bergambacht. De rede is waarschijnlijk dat zijn vrouw daar vandaan komt. Hij koopt in Bovenberg bij Bergambacht 14 hont weiland en wordt daar boer. Daarnaast is hij ook nog schepen van Bergambacht van 1737 t/m 1740. Zijn zoon, Willem Cornelisz. deed het nog iets beter. Hij was niet alleen schepen van Bergambacht maar ook burgemeester van 1748 t/m 1752. Daarnaast was hij ook nog in 1751 regerend burgemeester van 's Heerenaartsberg, een dorp onder de rook van Bergambacht.
Beide dorpen zijn echter vlekken op de kaart. Bergambacht telde samen met Ammerstol in 1732 166 huizen en 1 korenmolen. 's Heerenaartsberg telde toen 88 huizen.
Kind(eren):