Hij heeft/had een relatie met Aeltjen Hendricksen van den Leeuwericksen poll.
Kind(eren):
Bij dopen van de kinderen: van den Leeuwerickenpol.
In 1711 wordt Jacob Gijsberts van Koudijs beleend na dode van zijn vaderGijsbert Jacobs van Koudijs met een legen kamp mit de pol in Glashorst(Leenboek Huis Scherpenzeel 143, fol. 77; 06-04-1711).
In 1711 en 1712 is Jacob Gijsbertsz van Coudijs leenman van HuisScherpenzeel.
Lidm. reg. Scherpenzeel 1715: Jacob Gijsbertsen en Aaltje Hendriksen, opAppelaar.
In 1725 wordt Jacop Gijsbertsz van Coudijs, oom en momber van deonmondige Gijsbert Petersz Nijnborig beleend met een stuk heetveld vanGlashorst (Leenboek Huis Scherpenzeel 143, fol. 122vo; 10-04-1725).
In 1726 wordt Jacob Gijsbertsz Coudijs beleend met 6 of 7 morgen land int Voort na opdracht door (zijn schoonvader) Hendrick Cornelisz xReijntje Franken (Leenhof 117, fol. 591; 1726. Bel. Holevoet nr. 18a).
In 1727 wordt Jacob Gijsbertsz Coudijs beleend met twee kampen in tVoort na opdracht door (zijn zwager) Frank Hendriksz (Leenhof 115, fol.176; 1727. Bel. Holevoet nr. 8).
In 1738 wordt Arnoldus van der Kisten, auditeur militair van de provincieUtrecht namens Jacob Gijsbertsen van Coudijs voor de Staten van Utrechtbeleend door opdracht van Gerardus van de Vliert met de helft van detiend, grof en smal, van Overeem, op 28-02-1737 gekocht voor f 890,=(Leenboek Huis Scherpenzeel 144, fol. 55; 06-03-1738).
Grafstenen in de Grote kerk van Scherpenzeel nr. 8: JACOB KOUDYS.
In 1743 wordt Geijsbert Jacobsen van Codijs beleend na dode van zijnvader Jacob Geijsbertse van Codijs met een Leegen kamp met de Pol inGlashorst (Leenboek Huis Scherpenzeel 144, fol. 88; 04-10-1743).
In 1743 worden Gijsbert Jacobsz Koudijs, Hendrik Jacobsz Koudijs enGerritje Jacobsz Coudijs x Barend den Bosch beleend na dode van hunvader met twee kampen in t Voort (Leenhof 117, fol. 595; 1743. Bel.Holevoet nr. 8).
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.