Doopgetuige: Neeltje Thijs
Lam gedood
Jan Pietersz Hin, 10 jaar, en zijn 9-jarig vriendje Frederik Coenraads Weijts hadden in april 1770 een jong lam van het land van Klaas Bruijn bij Den Burg geroofd, gedood en aan Teunis Kooger verkocht. De ouders van de jongens waren door deze daad van de jongens ten zeerste ontzet en de vierschaar- Meijert Boon, IJsbrand Lap, Reijer Cornelisz Boon en Simon Boon- vond het vast maar een moeilijk geval.
Bij kinderen van die leeftijd viel niet te verwachten dat zij de ernst van hun misdrijf ten volle beseften, anderzijds was het schaap op Texel zo'n beetje een heilig dier. Wie jong begon met het stelen van een lam kon wel eens eindigen als een volwassen schapendief. De schepenen bepaalden daarom, dat de jongens moesten worden geleijd te water en te brood in het sogenaamde klaphuijs, den tijd van 2 maal 24 uur.
De zaterdag daarop weden zij voor het raadhuijs dezer stede aan de kaak gesteld met een advertentie van haar bedreven fait op de borst. Ook de schade moest natuurlijk door de ouders worden vergoed.
Bron: Irene Maas
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.