Hij is getrouwd met Engelina Wilhelmina Johanna van der Monde.
Zij zijn getrouwd op 17 augustus 1854 te Bemmel (Gl), hij was toen 31 jaar oud.
Kind(eren):
Beroep: Meester in de rechten, President der Arrondissementsrechtbank te Nijmegen 1869-1877 en Arnhem 1877-1893, lid van de Provinciale Staten van Gelderland 1856-1886, Ridder in de Orde van de Nederlandsche Leeuw (18-2-1878).
Ingeschreven aan de Latijnse School 5-1-1837 en deze verlaten met een eerste vermelding op 7-9-1841. Studeert rechten te Leiden sedert 20-9-1841, kandidaat summa cum laude 29-6-1843, promoveert ald. 11-12-1845. Advocaat te Nijmegen sedert 1846, rechter-plaatsvervanger in de arrondissementsrechtbank Nijmegen (KB 31-3-1852, no. 53), procureur in de arr. rechtb. ald. (KB 14-2-1856, no. 55), rechter ald. (KB 20-8-1860, no. 35), president der arr. rechtb. Nijmegen (KB 14-2-1869, no. 3) en te Arnhem (KB 1-5-1877, no. 13) en eervol uit die functie ontslagen wegens aantasting van zijn gezichtsvermogen - hij is vrijwel blind geworden - (KB 26-8-1893, no. 23).
Wilhelmus Josephus was voorts o.a. secretaris van de Nijmeegsche Spoorweg Maatschappij, schoolopziener van het Xe district van Gelderland (KB 17-4-1853, no. 48), later van het IXe district (KB 23-9-1865, no. 42), waarnemend secretaris van het polderdistrict het Circul van de Ooy. Lid van het college van regenten van het Cellenbroederenhuis, de Ellendige en andere gevoegde Broederschappen 1864-1877, en regent van het Huis van Arrest te Nijmegen, eveneens tot 1877. Lid van de commissie van onderstand voor noodlijdenden in geval van watersnood te Nijmegen en van de Staatscommissie tot herziening van het Burgerlijk Wetboek, 2e afdeling, onder prof. mr. C. W. Opzoomer (dat laatste bij KB 20-3-1880, no. 20).
Als rechter wordt hij door tijdgenoten beschouwd als streng doch rechtvaardig. De afdoening der zaken in de rechtbank wordt door hem aanzienlijk bespoedigd. Als Statenlid heeft zijn optreden soms iets arrogants. Hij laakt de 'schroomvalligheid' vande Gelderse Staten tegenover de
vroegere Franse wetgeving en pleit voor een effectiever optreden in geschillen over rechtsbevoegdheid die bestaan bij zaken die de Staten behandelen. De belangen van zijn eigen streek verdedigt hij nadrukkelijk, zoals de overbrugging van Rijn en Waal, die hij belangrijker vindt dan een
brug over de IJssel bij Zutphen. Ook pleit hij voor betere verbindingen tussen de bij Nijmegen gelegen plaatsen Heumen en Groesbeek.
.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.