Hij is getrouwd met Margaretha Van Cralingen.
Zij zijn getrouwd
Kind(eren):
Gerard (III) van Heemskerk (ook wel Gerrit van Heemskerck Arentszoon of Gerrit van Heemskerk), (ca.1300-1358) was heer van Heemskerk, de heerlijkheid Oosthuizen, Hobrederskoog, baljuw van Amstelland (1338-1349), baljuw van Rijnland (1347-1348) en een Kabeljauwse partizaanse leider. Getrouwd met Beatrix van Haerlem Willemsdr.
Hij was een zoon van Gerard II van Heemskerk en een vrouw genaamd Ada. In 1338 komt hij als ridder voor en tevens als baljuw van Amstelland. Dit was hij niet meer in 1350, daar is zijn jongere broer Hendrik als vervanger voor vermeld in de Amstelland kronieken.
In 1350 was hij een van de edelen die aan graaf Willem hun bescherming toezegden tegenover de ondersteuners van Margaretha van Beieren en was een van de belangrijkste ondertekenaars van de Kabeljauwse verbondsakte wat het begin van de Hoekse en Kabeljauwse twisten zouden gaan in luiden. Dat hij een man van aanzien was, blijkt uit het feit dat hij in 1351 met de abt van Egmond, de heer Jan I van Egmont en wat andere, ongenoemde edelen, in gezantschap naar Engeland voer om Machteld, dochter van Hendrik hertog van Lancaster, voor Willem van Beieren, graaf van Holland, tot huwelijks echtgenote te vragen.
In de nadagen van de strijd tussen Willem en Margaretha raakte Dirk van Brederode in de macht van Gerard van Heemskerk. Die werd op het kasteel van Heemskerk in gevangenschap gehouden.
In juli 1354 werd Dirk van Brederode voor drie maanden op vrije voeten gesteld, hij moet echter beloven weer terug te keren, levend of dood. Spoedig daarna werd de verzoening tussen moeder en zoon van Beieren een feit, bij welke gelegenheid alle wederzijdsche gevangenen in vrijheid werden gesteld. Gerard (III) heeft de zegepraal der hoeksche partij, na het optreden van hertog Albrecht, niet of slechts zeer kort mogen beleven, omdat hij in 1358 overleed, zijn goederen nalatende aan zijn zoonWouter van Heemskerk.
Notities bij Gerrit van Heemskerck
Ridder, geb. omstr. 1300, overl. 1358, zoon van Gerrit hiervoor, en van diens eerste vrouw Ada.
Hij was heer van Oosthuizen enz. en veroorloofde in 1334 aan de bevolking van Drei (waaronder hier Oosthuizen zal moeten worden begrepen) hun land, de Hobrederkoog, te omgeven met een zomerdijk. In 1338 komt hij als ridder voor en tevens als baljuwvan Amstelland. Dit was hij niet meer in 1350, daar dan zijn jongere broeder Hendrik als zoodanig wordt vermeld. In 1346 en 1347 was hij baljuw van Rijnland. In 1350 was hij een van de edelen die aan graaf Willem hun bescherming toezegden tegenover de helpers van Margaretha en behoorde hij dus tot de kabeljauwsche partij. Dat hij een man van aanzien was, blijkt daaruit dat hij in 1351 met den abt van Egmond, den heer van Egmond en eenige andere, ongenoemde edelen, in gezantschap naar Engeland ging om Machteld, dochter van Hendrik hertog van Lancaster, voor Willem van Beieren, graaf van Holland, ten huwelijk te vragen. In de woelige dagen van den strijd tusschen Willem en Margaretha geraakte Dirk van Brederode in de macht van G.v.H. en werdop het kasteel Heemskerk in gevangenschap gehouden. In Juli 1354 werd D.v.B. voor drie maanden op vrije voeten gesteld, doch hij moest op zware boete beloven ?weder in te comen, levende of dood?. Doch nadat de verloftijd door den graaf was verlengd,heeft G.v.H. toch de boete van 20.000 oude schilden niet ontvangen, daar spoedig daarna de verzoening tusschen moeder en zoon plaats had, bij welke gelegenheid alle wederzijdsche gevangenen in vrijheid werden gesteld. Hij heeft de zegepraal der hoeksche partij, na het optreden van hertog Albrecht, niet, of slechts zeer kort mogen beleven, daar hij in 1365 overleed.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Gerrit III van Heemskerck | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
Margaretha Van Cralingen | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.