Hij is getrouwd met Marichie Adriaens Aelbrechtsdr Roos.
Zij zijn getrouwd rond 1590 te .
Kind(eren):
Notities bij Ghijsbrecht Pieters Meeuwenhil
NATI Nederlandse
SURN Gisbert
Ghijsbrecht was bouwman, eigenaar en gebruiker van land in de tien cavelen van het Grote Zomerland. Hij werd ook"Nieuwenhil" genoemd. Hij overleed op 01-07-1607 (1602?) te Mijnsheerenland en werd begraven in de kerk.
Graven Mijnsheerenland:
(G/T) Zerk, afm. 111 x 57,5 cm; randschr.: HIER LEIT BE/ GRAVEN MARIKEN
AERIENS D DIE HVIS/ VROV VAN GISBERT PIETERSZ/ inschr.: MEEVWEN/ HIL
SI/ STERF DEN/ 8 AVGVSTI/ 1607
--
ORA Moerkerken Dinghboek (1578-1606), Inv.nr. 23.
17 juni 1589:
Pieter Cornelis Joostensz. arresteert onder Gijsbrecht Pietersz. Meeuwenhil alzulk geld als Jan Bartsz. inNieuw-Beijerland te goed heeft van Gijsbrecht Pietersz. Dit vanwege een uitstaande geldvordering.
--
19 juni 1589:
Jan Adriaansz. Troost op Heinenoord pandt Cornelis Cornelisz. Smedijck, gehuwd met de weduwe van Heijnrick Cornelisz.,voor de som van 6 Karolusgulden en 4 stuivers wegens een uitstaande geldvordering. Geschiedt voor de stedehouder HuijchCornelisz.,de heemraad Gijsbrecht Pietersz. Meeuwenhil en de bode Cornelis Jansz.
--
16 september 1589:
De heemraden Jan Heijnricksz. van der Vest, Gijsbrecht Pietersz. Meeuwenhil, Jan Jacobsz. (Pentionaris) en Claas Jansz.Vinck schatten t.b.v. Adriaan Joostensz. Smouter de twee beste koeien van Simon Pleunen aan de Blaak op 35 Karolusguldenhet stuk.
--
1 maart 1591:
De heemraden Aart Jansz., Jan Heijnricksz. van der Vest, Anthonis Claasz. Spruijt, Gijsbrecht Pietersz. Meeuwenhil,Niclaas van Driel, Jan Jacobsz. (Pentionaris) en Adriaan van Driel schatten in opdracht van de schout Johan van Raezvelten t.b.v. Schalk Willemsz. het beste bed met een hoofdpeul van Adriaan Andriesz. Breewaart op 20 Karolusgulden.
Zijn tinnegoed wordt geschat op een waarde van 6 stuivers en het koperwerk op 8 stuivers voor het pond. Dit alles wegenseen schuld van 22 Karolusgulden.
--
7 september 1595:
Gijsbrecht Pietersz. Meeuwenhil neemt aan om te voeren en te drenken een roodgeblesde merrie of vulckpaard; het etmaalvoor 4 stuivers.
--
14 december 1595:
De schout Cornelis Jansz. en de secretaris Huich Cornelisz. visiteren in bijzijn van de chirurg meester CornelisJoppensz. twee wonden op het hoofd van Gijsbrecht Pietersz. Meeuwenhil, hem toegebracht met een bierkan door de smitAlbert Jorisz. des avonds ten huize van de bierverkoper in Mijnsheerenland Claas Cornelis Splintersz. Voor het curerenvan de wonden verlangt de chirurg 12 Karolusgulden en ten gelage 30 stuivers.
--
22 november 1599:
De secretaris Huich Cornelis Splintersz. staat in voor de schapen die door Adriaan, de zoon van Gijsbrecht Pietersz.Meeuwenhil, op 18 november jongstleden in de schutkooi gebracht zijn, toebehorende Haasje Lambrechtsdr., weduwe vanClaas Cornelisz.
--
19 november 1602:
Volgende personen zijn op de schouwdag van de buurwateringen in het Oudeland van Moerkercken en het Heilige Geestblok,waar ook de wallen, oude of nieuwe heuvels werden gevisiteerd, met een boete belegd:
De kinderen van zaliger Gijsbrecht Pietersz. Meeuwenhil, die hun watering bij het huis(inge) moeten verbeteren metschouffen en reuten.
Jan Pietersz. Vinck, die zijn ruigte aan de Meeldijkse weg beter moet afwerpen resp. afdoen. De kinderen van Meeuwenhil,die hun watering moeten verbeteren aan de weg bij Oth Pietersz. Veerdam.
--
29 november 1602:
Cornelis Pietersz. uit Strijen laat beslag leggen op het geld dat de dienstbode Cornelis te vorderen heeft van dekinderen van Gijsbrecht Pietersz. Meeuwenhil en zijn huisvrouw Maritje, die beide overleden zijn. Dit ter causa van deverpleging voor zekere tijd van het kind van voornoemde Cornelis.
--
25 maart 1604:
De dode en levende have van Pieter Pietersz. Dousburg, waaronder 1 ruinpaard, 3 merries, 4 trekpaarden, 13 melkbeesten,20 koeien als vaarsen, 6 éénwinterbeesten worden mitsgaders zijn huisraad t.b.v. Sebastiaan Olertsz. in Oud-Beijerlanddoor de staande vierschaar geschat wegens een schuldbekentenis van 666 Karolusgulden en 7 stuivers, die hij met deandere erfgenamen van Gijsbert Pietersz. Meeuwenhil op 13 maart 1603 ondertekend heeft. Pieter Pietersz. Dousburg isbloedvoogd van de 2 nagelatendochters van wijlen Gijsbrecht Pietersz. Meeuwenhil.
--
ORA Moerkerken (1606-1617), Inv.nr. 05.
12 juni 1606 (15)
Adriaen Aertsz. Hacke en Michiel Aertsz. Hacke, zijn broer, vervangende Cornelis Ghijsbrechtsz. in Charlois, hun zwager,machtigen Cornelis Pietersz. Nieuwenboer en Wouter Jansz. in de Linde, hun zwagers, om uit hun naam te mogen eisen voorde Gerechten van Odolphusland of -plaat al zodanige penningen als de voorschreven comparant als erfgenamen vanGhijsbrecht Pietersz. Meeuwenhil en Marichge Adriaen Aelbrechtsdr., hen lieden oom en (schoon-) moeder sprekende hebbenop Johan Haeck, wonende binnenOdolphusland genaamd Oolkensplaat.
--
20 mei 1608 (112)
Jan Dammasz. transporteert en cedeert ten bate van de weduwe en kinderen van zaliger Dammas Gerritsz. smit, eenjaarlijkse rente van 26 Cgld en 5 stuivers. Te weten: van de boel van zal. Ghijsbrecht Pietersz. Meeuwenhil de som van15 Cgld vanwege landpacht en de boel van Jan Jacobsz. Pentionaris de som van 11 Cgld en 5 stuivers vanwege eenjaarlijkse rente van het jaar 1604, Jan Dammasz. als Heilige Geestmeester de Heilige Geest (Armen) te Mijnsheerenlandgoed gedaan, zoals hij dit in zijn rekeningverantwoord heeft.
--
14 mei 1609 (158)
Otto Cornelis Cornelisz. Robben, vervangende Anna Cornelis Cornelisdr. Robbe, zijn zuster, en Joost Adriaensz.Kindermaker, die eertijds tot echtgenote heeft gehad Marichge Corn. Cornelisdr. Robben, verkopen aan Adriaen Jacobsz. opHeinenoord 459 roeden land in de Tien Kavelen, ten westen van de nieuwe dijk; de verkopers eertijds aangekomen bijoverlijden van Cornelis Cornelisz. Robben en deze Corn. Cornelisz. Robben aangekomen bij koop van Ghijsbrecht Pietersz.Meeuwenhil.
--
10 juni 1628 (123)
Wouter Jansz. verkoopt aan Michiel Jacobsz., brouwer in Het Hart te Dordrecht, een jaarlijkse losrente van 35Carolusgulden, te lossen met de hoofdsom van 500 Cgld. Wouter Jansz. verhypothekeert deze som op 2 morgen eigen land inhet Oudeland van Moerkercken. Oost Herman Godschalcksz., zuid het land van de Leprosen binnen Dordrecht, west het landvan het weeshuis binnen Dordrecht en noord de Achterweg. Voorts zekert hij deze som op zijn huis(ing), waar hijtegenwoordig in woont, en op 2 bergen, keten en een boomgaard. De grond waarop dit huis staat is eigendom van hetArmen-Weeshuis te Dordrecht. De hoeve staat aan de noordzijde van de Dorpweg oftewel sHeerenstraat in Mijnsheerenland,tegenover het Hof van Moerkercken. (Deze hoeve is eertijds inbezit geweest van Jan Heijesz., gehuwd met AdriaentgeAdriaensdochter. Hun dochter Heijltge Jan Heijesdochter huwt Jacob Cornelisz. aan de Blaak, één van de directevoorvaderen in rechte linie van het geslacht Van Eis. De hoeve gaat ca. 1553 over opPieter Cornelis Joostensz., die metde weduwe van Jan Heijesz. trouwt. Vor 1602 is deze hoeve in het bezit van Ghijsbrecht Pietersz. Meeuwenhil, gehuwd metMariken Adriaen Aelbrechtsdochter Roos; L.H.v.E.)
Nota: Desen besegelden rentebrieff bij mij op ten 15en Junij 1628/wesende op een donder-dach s morgens omtrent 5vuijren/t onsen huijse in t camerken an Wouter Jansz. gelevert om den selven an Michiel Jacobsz. Cotermans/brouwer in tHart tot Dordrechtte leveren.
--
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Ghijsbrecht Pieters Meeuwenhil | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
± 1590 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
Marichie Adriaens Aelbrechtsdr Roos | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.