Hij is getrouwd met Walburga van Meurs.
Zij zijn getrouwd op 22 januari 1437 te , hij was toen 24 jaar oud.
Kind(eren):
Hij was Heer van Baer.
Willem van Egmont (26 januari 1412 Grave, 19 januari 1483) was heer van Egmont, IJsselstein, Schoonderwoerd en Haastrecht en stadhouder van Gelre.
Willem was een zoon van Jan II van Egmont en een jongere broer van Arnold van Egmont, hertog van Gelre. Willem die in 1444 van zijn broeder de heerlijkheid Mechelen had gekregen, moest deze in 1459, nadat er een twist was ontstaan over de rechtmatigheid van het bezit, overlaten aan de maarschalk van Brabant, Jan heer van Wesemael, die Mechelen bij zijn dood (1462) aan Karel de Stoute naliet. Hij ging met zijn broers samen met een groot gevolg naar het Heilige land (1458-1464) en werd op dezereis te Rome door paus Pius II plechtig ontvangen. Hoewel hij in 1452 tot raadsheer bij het Hof van Holland was benoemd, verbleef hij meestal in Gelre, waar hij zijn broer steunde in zijn conflicten met diens zoon Adolf van Egmont. Nadat Adolf zijn vader had opgesloten, voerde Willem de pro-Bourgondische partij aan.
Toen de Bourgondische hertog Karel de Stoute in 1473 de macht in Gelre verwierf, benoemde hij Willem tot stadhouder. Deze voelde zich echter te oud voor het ambt. Later zou zijn gelijknamige zoon eveneens stadhouder worden van Gelre. In 1477 nam Maria van Bourgondië Willem op in haar Grote Raad. Heer Willem was in 1478 op het kapittel te Brugge ridder van het Orde van het Gulden Vlies gemaakt.
Willem was op 22 januari 1437 in het huwelijk getreden met Walburga van Meurs, vrouwe van Baer en Lathum, dochter van Frederik van Meurs en Engelberta van Kleef.
Uit het huwelijk werden, naast vier dochters, ook drie zonen geboren, die allen belangrijke functies zouden bekleden in dienst van het Bourgondisch-Habsburgse huis:
1. Jan III graaf van Egmont, stadhouder van Holland, Zeeland en West-Friesland
2. Frederik van Egmont, graaf van Buren
3. Willem van Egmont jr., stadhouder van Gelre
4. Anna van Egmond (1440 - 1 september 1462), trouwde op 14 augustus 1459 met Bernard van Bentheim (1435 - 28 november 1476), graaf van Bentheim
5. Elisabeth (?-1539), trouwde met Gijsbrecht van Bronckhorst
6. Walburgia van Egmond, non te Renkum
7. Margeretha, was gehuwd met Jan van Merode
Naast de kinderen uit zijn huwelijk had van Egmont nog vier kinderen bij verschillende vrouwen:
8. Nicolaas van Egmond, werd gevangen op het Valkhof 1478-1481 tezamen met zijn halfbroers Frederik en Willem.
9. Hendrik van Egmond (-voor 1511), wiens moeder Aleid Kreijnck was
10. Frederik van Egmond
11. Hendrika van Egmond, zij trouwde met Willem van Tuyl van Bulckesteijn (-1449). Hij was een zoon van Willem Willemsz. van Tuyll en Machteld van Matenesse, dochter van Adriaen van Matenesse (1385-1435)
Hij is bijgezet in Grave naast zijn broer, hertog Arnold van Gelre.
Willem van Egmond, heer van Baer, 1456-1483
Na de dood van Walraven van Baer vererft Baer aan Walburga van Meurs. Dit nichtje van Walraven is op 22 januari 1437 getrouwd met Willem van Egmond, de broer van de hertog van Gelre, Arnold van Egmond. Zo komt de bannerij met kasteel Baer in huis Egmond terecht.
Toevalligerwijs brengt Willem van Egmond (geboren 1412) zijn jeugd door aan het hof van hertog Reinald IV van Gelre, zodat hij geen onbekende is in De Graafschap. Het is in die tijd gewoonte om jonge knapen aan een bevriend hof op te voeden. Gemeend wordt dat het hun zelfstandigheid bevordert, een equivalent van het tegenwoordige "op kamers" gaan wonen.
In 1430 gaat Willem de aanstaande bruid, Catharina van Kleef, voor zijn broer, hertog Arnold van Gelre, in Lobith ophalen. Een eervolle taak voor een 22-jarige. In 1437 gebeurt het omgekeerde als hertog Arnold in Venlo de bruid van Willem ophaalt.
Als hun vader Jan II van Egmond overlijdt, doet Willem afstand van 31 boeken die deze bezit ten faveure van zijn broer hertog Arnold van Gelre. Een uniek kijkje in het boekenbezit van lokale heren. Zo zitten er religieuze en juridische boeken tussen, maar ook typische 'ridder'-boeken over het africhten van valken en sperwers en over het mennen van paarden. Willem behoudt het boek met de titel "Dat boeck de proprietatibus rerum", een natuurwetenschappelijke encyclopedie.
Rond 1468 komt Willem op voor de rechten van zijn broer hertog Arnold als deze door zijn zoon Adolf van Egmond gevangen wordt gehouden. Deze Gelderse perikelen vinden hun dieptepunt in de slag bij Straelen in 1468.
Willem wordt in 1471 (nogmaals?) door zijn broer hertog Arnold bevestigd in alle rechten betreffende de heerlijkheid Baer als vrij goed. Bij deze bevestiging blijken Ellecom en Ochten ook tot de bezittingen te behoren. In 1473 wordt hij stadhouder in dienst van hertog Karel van Gelre. Op 17 januari 1483 komt Willem te overlijden en hij wordt Grave begraven.
Notities bij Willem van Egmond
Hij is begraven in Grave naast zijn broeder, hertog Arnold van Gelre.
Heer van IJsselstein door erfenis van zijn oom Willem van Egmond en van Egmond, Leerdam, Haastrecht en Schoonderwoerd (1451) door erfenis van zijn vader en als gevolg van deling met zijn broeder.
Willem, die in 1444 van zijn broeder de heerlijkheid Mechelen had gekregen, moest deze in 1459, nadat er een twist was gerezen over het rechtmatige van dit bezit, overdragen aan de maarschalk van Brabant, Jan van Wesemael, die Mechelen bij zijn do od in 1462 aan Karel de Stoute naliet.
De beide broeders gingen tezamen met een groot gevolg naar het Heilige Land en werden op deze reis te Rome door paus Pius II (1458-1464) plechtig ontvangen.
Willem steunde zijn broeder, de hertog van Gelre, voortdurend, ook tegen diens zoon Adolf en heeft zich van 1459 tot de dood van de ongelukkige hertog (1473) diens lot aangetrokken, daarin vooral gesteund door zijn zoons Jan en Frederik en de hertog van Kleef.
Toen eindelijk in 1473 Karel de Stoute na de dood van hertog Arnold, terwijl hij Adolf in gevangenschap hield, zich als hertog van Gelre had laten huldigen benoemde hij de heer van
IJsselstein tot stadhouder van het hertogdom.
Hierdoor kwam de partij, die hertog Arnold had aangehangen weer aan het bewind en bleef dit tot de dood van de stadhouder, toen zij plaats moesten maken voor Adolf's zoon Karel met wie de strijd tegen de Bourgondiërs, welke een halve eeuw zou duren, een aanvang nam.
Heer Willem was in 1478 op het kapittel te Brugge ridder van het Gulden Vlies gemaakt.
Zijn portret komt voor op een glas in de St. Romboutskerk te Mechelen.
Het is niet geheel zeker of Frederik en Hendrika bastaarden van hem zijn; Nicolaas en Hendrik zijn dat wel.
Zie: Dek, Genealogie Egmond, pag. 65; Drossaers, Arch. Nassausche Domeinraad II, Inv. no. 436.
Abdij van Egmond; toegangsnummer: 356; 4. Regestenlijst: 1066.1451 januari 25 (op Sinte Pouwelsdach conversie)
Willem van Matteness, abt van Egmond beleent heer Willem, heer tot Egmond, broeder tot Gelre en heer van het land van Mechelen, met de heerlijkheid van Egmond volgens de bepalingen van de uitspraak, te weten op de voorwaarden, waarop diens vader Jan, heer tot Egmond, de heerlijkheid van de graaflijkheid van Hollant in leen had gehouden.
Oorspr. (Inv.no. 110). Met het afgesleten zegel in rode was van den abt; met contra-zegel 1073.1451 Augustus 16 (des neesten Manendages nae onser Liever Vrouwen dach assumptio)
Gijsbrecht van Vyanen, ridder, heer van Noirdeloiss, Ott van Egmondt, Geryt Utenhaghe en Gijsbert van der Huelle, zegslieden in het geschil tussen heer Willem van Matenesse, abt van Egmondt, en het convent ter ene zijde en heer Wilhem, broeder van Gelre, heer van Egmondt en 's lands van Mechelen ter andere zijde, bepalen, dat het "Krijtt", gelegen tussen het kerkhof en het dorp Egmond, een leen is van den heer van Egmond, maar dat hij dit onbetimmerd moet laten; dat de abt zijn recht mag laten gelden op de kerk van Egmond en op de collatie der kerk van Egmond op Zee; terwijl verder over het cariteitsland in Egmond en de achterstallen van erfhuur en wagendiensten in Egmond en Rinnegom een regeling gemaakt werd.
a. Oorspr. (Inv.no. 111). Met de zegels van en abt van Egmond, het convent van Egmond, den heer van Egmond en van de beide eerstgenoemde zegslieden (alle in rode was); de zegels der beide laatstgenoemde zegslieden in groene was.
b. Afschrift op papier van notaris Johannes Renie z.j. (Inv.no. 111) (16e-eeuw).
c. Afschrift op perkament (rol) z.j. (Inv.no. 111). (Gelijktijdig ?)
1107.1454 juli 6 (Rome apud Sanctum Petrum)
Paus Nicolaus V verklaart in het geschil tussen heer Willem van Egmond en deken en kapittel van S. Catharina bij Egmond op den Hoef enerzijds, en abt en convent van Egmond en broeder Arnoldus anderzijds over de kerk van Egmond, die naar beweren vande eerste partij door paus johannes met het kapittel geïncorporeerd zou zijn en naar beweren van de tweede partij door paus Eugenius met de abdij geïncorporeerd zou zijn, dat naar de jongste brieven geoordeeld moet worden en dat deze geëxecuteerd moeten worden.
Oorspr. (Inv.no. 699), Met het loden zegel van den paus.
1120.1455 Augustus 5
Philips, hertog van Bourgoingen, verklaart, dat de abt van Egmond zich beklaagd heeft over het feit, dat, hoewel hem is toegestaan een meier te zetten, die de schulden van het godshuis mag
innen volgens hetzelfde recht als de heer van Egmond , de schepenen van Egmond toch in strijd daarmee handelen; dat de heer van Egmond,zich in het z.g. cariteitsland rechten aanmatigt, die den abt toekomen en dat de renten wegens wagendiensten doorde buren niet worden betaald; om welke redenen de hertog last geeft den heer van Egmond een dwangbevel te zenden en in geval van oppositie te dagvaarden voor het Hof van Hollant tegen den 21en Augustus naastkomende.
Oorspr. (Inv.no. 112). Met opgedrukt signet van den oorkonder in rode was.
1122.1455 December 22 (in den Hage)
De abt van Egmonde en de heer van Egmonde komen overeen voor het Hof van Holland, het de klachten van den abt over nietnakoming van de uitspraak van het Hof door den heer van Egmond onderzocht zullen worden door Geryt van Assendelff en mr. Henrick van der Mye vanwege den abt en door Lodewijck van der Eycke en Mr. Anthonis Michiels (raden van gen. Hof) vanwege den heer van Egmond.
Oorspr. (Inv.no. 112). Met de handtekening van Adam van Cleve, secretaris van het Hof.
1132.1456 October 24
Arnt van Hemerdt, doctor in de decreten, Willem Butenwech, beide conventuaal in Egmonde, Gijsbert van der Huell, rentmeester, en Derick van Riedwijck, baljuw te Egmonde, zegslieden in het geschil tussen heer Willem van Matenesse, abt van Egmonde , en zijn convent enerzijds en heer Willem, broeder tot Gelre, heer van Egmond, Ysselsteyn en 's lands van Mechelen anderzijds, bepalen, dat ten aanzien van de achterstallen van wagendiensten, de erfhuren en het cariteitsland de uitspraak van Gijsbrecht van Vyanen c.s. zal uitgevoerd worden; dat de abt terzake van panding en toewijzing dezelfde rechten als de heer van Egmond zal hebben; dat de heer van Egmond zal waken, dat zijn onderzaten, die dienstland van het godshuis houden, dit onveranderd en onverdeeld zullen houden en dat reeds vervreemde landen weder "aan den dienst" teruggebracht zullen worden.
a. Oorspr. (Inv.no. 112). Met de geschonden zegels (in rode was) van abt en van het convent van Egmond en die van Willem Butenwech, Gysbert van der Huell en Derick van Riedwijck. De zegels van Arndt van Hemert en den heer van Egmond zijn verloren.
b. Gelijktijdig afschrift op perkament (Inv.no. 112).
1145.1458 juli 26 (Woensdaghes na Sinte Jacobsdach den heylighen apostel)
Willem, broeder van Ghelre, heer van Egmonde, Yselsteyn en het land van Mechelen, verklaart goed te vinden, dat de beslissing van de kwestie, gerezen tussen de kanunniken van zijn slot te
Egmonde en den abt van Egmonde uitgesteld wordt.
Oorspr. (Inv.no. 699). Op papier. Met de rest van het opgedrukte zegel in de rode was van den oorkonder.
1148.1458 December 21
Willem, broeder van Ghelre, heer van Egmond, Yselsteyn en het land van Mechelen, verklaart goed te vinden, dat in het proces voor het Hof van Rome, gevoerd door abt en convent van Egmond enerzijds en deken en kapittel van Egmond, anderzijds, de pleitredenen uitgesteld worden tot S. Johansmis
te midzomer.
Oorspr. (Inv.no. 699). Met het geschonden opgedrukt signet in rode was van de oorkonder.
1277.1476 September 18 (feria quarta post festum S. Lamberti episcopi)
De officiaal van den aartsdiaken van Trajectum admitteert Theodericus van den Broeck, priester, hem op nominatie van heer Wilhelmus, heer van Egmonda en Baer, door Gerardus van Poelgeest, abt van het klooster Egmonda, patroon der kerk voorgedragen tot het pastoraat van de kerk te Egmonda aan zee, vacerende door overlijden van Johannes Oedzerusz.
Oorspr. (Inv.no. 704). Met de rest van het zegel van de oorkonder. Repertorium op de Cuykse lenen in Holland, Het Sticht en Gelre, 1129-1649 - IJsselstein: 52. Het gerecht (1319: hoog en laag, put en galg) in Eiteren aan beide zijden van (1319: en in) de IJssel, tijm, veer, visserij (1319: en waarden, strekkend aan de ene zijde van de IJssel van Opburen tot Snodelhoek en aan de andere zijde van Oudegein tot Fellenoord, zoals de leenheer houdt van het Sticht, dat verkreeg van het Rijk): 11-4-1436: Heer Willem van Egmond, heer van IJsselstein, LRK 114 fo 45.
21-1-1453: Heer Willem, broeder van Gelre, heer van Egmond, IJsselstein en het land van Mechelen, bij dode van Willem, zijn oom, wiens belening wordt betuigd, omdat hij destijds geen akte kreeg, LRK 118 c.Nd.Holland fo 7-8.
13-5-1469: Frederik van Egmond, jongere zoon, bij overdracht door Willem, raad en kamerling, zijn vader, met diens lijftocht op f400,- rijns, LRK 118 c.Nd.Holland fo 8-9.
In 1473 wordt hij stadhouder in dienst van hertog Karel van Gelre.
Op 17 januari 1483 komt Willem te overlijden en hij wordt Grave begraven.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Willem van Egmond | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
1437 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
Walburga van Meurs | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.