(1) Zij is getrouwd met Albrecht van Voorne.
Zij zijn getrouwd in het jaar 1275 te .
(2) Zij is getrouwd met Wolfert I van Borselen.
Zij zijn getrouwd in het jaar 1297 te .
Catharina van Durbuy (gestorven 26 september 1328) was de dochter van Gerard van Luxemburg en Machteld van Kleef.
Ze was tweemaal getrouwd met een burggraaf van Zeeland:
±1280 met Albert van Voorne (1287) en in
1297 met Wolfert I van Borselen (1299), twee belangrijke edellieden in Holland en Zeeland.
Als vrouwe van Voorne, vrouwe van Teilingen en burggravin van Zeeland was zij een prominente vrouw in dit gebied.
Ze wordt genoemd als de vermoedelijke minnares van graaf Floris V van Holland. Dit is echter een speculatie van historici, waaronder Fruin, welke nauwelijks door bronnen wordt gesteund.
Kind(eren):
1. Hendrik I van Voorne ± 1275-± 1330
2. Elisabeth van Voorne
3. Gerard van Voorne ± 1280-± 1337
4. Catherine van Voorne
5. Zweder van Voorne
Alternatieve namen: Catharina van Limburg van Durbuy van Luxemburg, Catherine van Limburg van Luxemburg Durbuy, Teijlingen van Voorne, Catharina van Teijlingen, Teylingen, Theylingen, Voorne Teijlingen, Catherine van Voorne van Luxemburg Durbuy
Catharina van Durbuy was de tweede dochter van Gerard van Luxemburg, heer van Durbuy, en Machteld van Kleef. Haar leven speelde zich grotendeels af in onze streken: tweemaal sloot zij een huwelijk met mannen die behoorden tot de machtigste edellieden in het graafschap Holland en Zeeland. Dit maakte Catharina in de decennia rond 1300 tot een van de meest prominente vrouwen van dit gebied. In de geschiedschrijving wordt zij echter vooral vermeld als de vermoedelijke minnares van de Hollandse graaf Floris V.
Het geboortejaar en de omstandigheden waarin Catharina van Durbuy opgroeide, zijn onbekend. Het ligt voor de hand dat zij rond 1280 naar Voorne is gekomen, ten tijde van haar huwelijk met Albert van Voorne. Albert was behalve landsheer van een relatief klein maar zelfstandig territorium een van de meest vooraanstaande raadgevers van de Hollandse graaf. Als burggraaf van Zeeland vertegenwoordigde de heer van Voorne bovendien het grafelijk gezag in Zeeland. Catharina's ouders schonken haar eenbruidsschat van duizend pond, een bedrag dat kennelijk dermate hoog was dat het in jaarlijkse termijnen moest worden uitgekeerd. Toen Albert in 1287 overleed, was de totale som nog niet voldaan. Catharina bleef achter met drie opgroeiende zoons: Gerard, Hendrik en Zweder. Aangezien de oudste zoon, Gerard, op dat moment nog een kind was, nam Catharina zelf het beheer van de heerlijkheid in handen, hetgeen niet als vanzelfsprekend zal zijn ervaren. Uit de door Catharina uitgevaardigde oorkonden blijkt dat zij zelfstandig handelde, in sommige gevallen nadrukkelijk als voogdes namens haar zoon, totdat deze in 1296 volwassen was en het bestuur over de heerlijkheid op zich nam. Soms voerde zij ook de titel 'burggravin van Zeeland', maar het is niet duidelijk of zij ook de daarbij horende taken op zich heeft genomen.
Na de dood van Albert van Voorne schonk Floris V (1254-1296) aan Catharina de heerlijkheid Teylingen, onder de voorwaarde dat zij deze zou teruggeven indien zij opnieuw trouwde. Toen zij in 1297 in het huwelijk trad met Wolfert van Borssele, bleef zij echter in het bezit van de Teylingse goederen. Dit was ongetwijfeld te danken aan de omstandigheid dat Wolfert in zijn hoedanigheid als voogd van Floris' zoon, de nog jonge graaf Jan I (1284-1299), het graafschap in feite controleerde. Het huwelijk met Catharina zal de machtspositie van Wolfert van Borssele verder hebben versterkt, temeer daar vrijwel tegelijk een huwelijk werd gesloten tussen Gerard van Voorne en Wolferts dochter Heilwich. Betwijfeld kan worden of dit voor Catharina eengelukkige periode was: Wolferts usurpatie van de grafelijke macht maakte hem namelijk tot een gehaat man, en in 1299 kwam hij in Delft bij een lynchpartij aan zijn einde. Catharina was getuige van de moord op haar echtgenoot; zelf kon zij ternauwernood in veiligheid worden gebracht. Catharina noemde zich gedurende haar verdere leven 'vrouwe van Voorne en van Teylingen', waaraan zij in een enkel geval nog de titel 'van Zandenburg' toevoegde, die verwijst naar de bezittingen van het geslacht Van Borssele.
Catharina's levensloop valt hoofdzakelijk te reconstrueren aan de hand van een overzichtelijke hoeveelheid administratieve documenten, zoals oorkonden. Die bieden echter nauwelijks zicht op haar werkzaamheden en activiteiten, laat staan op haar persoon. Des te interessanter is het dat een tijdgenoot, Willem Procurator, in zijn kroniek meldt dat Catharina een 'zeer schone vrouw' ('pulcherrima domina') was. Waarschijnlijk heeft deze mededeling in combinatie met de grafelijke schenking van deheerlijkheid Teylingen ertoe geleid dat in de historiografie de opvatting heeft postgevat dat Catharina amoureuze betrekkingen zou hebben onderhouden met Floris V. Zo veronderstelde Robert Fruin in 1902 dat de schenking van de graaf was bedoeld om Catharina in de nabijheid van zijn geliefde verblijf in Vogelenzang te kunnen laten wonen. Een paar jaar later omschreef Henri Obreen haar als 'een grote vriendin' van de Hollandse graaf, hoewel hij een gerucht over een uit hun relatie voortgekomen zoon naar het rijk der fabelen verwees. En in 1996 schreef Jan van Herwaarden dat Catharina 'naar alle waarschijnlijkheid' behoorde tot Floris' vriendinnen, waarbij ook hij opnieuw aannam dat zij zich in Teylingen dicht bij de graaf bevond. Hetis echter volstrekt onzeker of Catharina daadwerkelijk in Teylingen verbleef. Daar komt nog eens bij dat de Hollandse graaf in deze periode voortdurend door zijn graafschap trok. Zijn schenking van de Teylingse goederen kan misschien beter worden verklaard uit het belang dat de Hollandse graaf had bij een goede verstandhouding met het geslacht Voorne, dat immers de rol van intermediair vervulde tussen de graaf en de steeds voor opstandigheid vatbare Zeeuwse adel.
De nadruk die doorgaans wordt gelegd op haar reputatie van grafelijk minnares doet dan ook geen recht aan het feit dat Catharina van Durbuy in de eerste plaats een belangrijke edelvrouw was, die zich door de omstandigheden genoodzaakt zag tot zelfstandig optreden, niet alleen in Voorne maar ook in verband met haar andere bezittingen. Het is vooral om die reden dat de al genoemde Willem Procurator haar bij haar overlijden, in het najaar van 1328, memoreerde als een 'in dit land buitengewoon beroemde vrouw' ('huius patrie famosissima de Voerne [...] domina'). Catharina is vooral in de herinnering gebleven als vrouwe van Voorne. Het is onbekend waar zij is begraven; wellicht bij haar eerste man, Albert van Voorne, in de abdij van Loosduinen.
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.