Hij is getrouwd met Badeloch van Haarlem.
Zij zijn getrouwd
Kind(eren):
Willem I van Egmont (ca.1180 - Elbe, 17 mei 1234) was Heer van Egmont.
Hij was een zoon van Wouter van Egmont en Mabelia van IJsselmonde. Hij werd op 28 augustus 1215 tot rentmeester of voogd van de Sint-Adelbertabdij benoemd, dit deed hij tot 1221. Hij liet in 1227 een kapel bouwen bij het slot aan de hoeven. Hij wasonder de aanzienlijke edelen ten tijden de graven Willem I en Floris IV, was even als zijn vader, advocatus der abdij en werd in 1227 door de abt met verschillende goederen beleend, zodat hij blijkbaar de leenheerschappij der abten erkende, al twistte hij ook langdurig met hen over rechten, die hij aan zichzelf ontleende. In het voorjaar van 1234 trok hij mee met Floris IV van Holland als vazal om de stedingers een halt toe te roepen, in een van de veldslagen nabij de Elbe werd Willem gedood. Zijn lichaam werd teruggebracht en begraven in het slotkapel in Egmond aan den Hoef.
Willem was gehuwd met Badeloch van Haarlem, waarmee hij minstens een zoon had:
Gerard van Egmont
Notities bij Willem I van Egmond
Hij was advocatus van de abdij, vermeld op 28 aug 1215 en in juli 1221.
Hij was leenvolger van zijn vader Wouter I van Egmond.
Hij was onder de aanzienlijke edelen ten tijde van de graven Willem I en Floris IV en was, evenals
zijn vader, advocatus van de abdij en werd in 1227 door de abt met verschillende goederen
beleend, al twistte hij ook langdurig met hen over de rechten, die hij aan zich getrokken zou
hebben.
In het voorjaar van 1234 vergezelde hij Floris IV met vele andere edelen op diens kruistocht tegen
de Stedingers aan de Elbe; hijzelf liet er het leven op 17-05-1234 en is begraven in de kapel,
welke hij aan het door hem herstelde slot op de Hoef had doen bouwen.Abdij van Egmond;
toegangsnummer: 356; 4. Regestenlijst:
27.1226 December
Henricus, abt van Hecmunda, Isbrandus, prior, en convent verklaren Wilhelmus, advocaat van de kerk
van Hecmunda, de advocatie, door hem onder goede titel in leen gehouden, en alle leengoederen,
welke hij van de kerk heeft, op zodanige voorwaarde verleend te hebben, dat zijn oudste dochter
genoemde advocatie en lenen zal verkrijgen, wanneer hij geen wettige zoon nalaat, terwijl zijn
oudste wettige broeder zal opvolgen, wanneer hij geen wettige dochter zal nalaten.
a. Gevidimeerd in den brief d.d. 1310 januari 18 (Reg.no. 151).
b. Afschrift (Inv.no. 3, fol, 25).
c. Afschrift z.j., (Inv.no. 100).
28.1227 November
Henricus, abt van Hecmunda, verklaart ter vermijding van twisten over de opvolging der goederen,
welke heer Wilhelmus van Hecmunda onder goede titel als leengoederen bezit, op zodanige
voorwaarde in leen te hebben gegeven, dat deze in het geslacht van Wilhelmus blijven zullen; dat
deze goederen in geval Wilhelmus zonder zonen of dochters na te laten overlijdt, aan de
nakomelingen van dezen zullen komen en vervolgens aan de naaste mannelijke of vrouwelijke wettige
erfgenamen zullen overgaan, met dien verstande, dat bij gelijke graad van verwantschap het
mannelijk geslacht zal voorgaan.
a. Afschrift (Inv.no. 3, fol, 25 vo).
b. Afschrift z.j. (Inv.no. 100).
29.1228 Augustus 16 (actum apud Egmundam)
H(enricus), abt van Egmunda, verklaart in overleg met zijn broeders aan Wilhelmus de Egmunda,
advocaat van het klooster, op diens verzoek, in erfelijke huurwaar te hebben gegeven zeker land,
genoemd Altrudelant, zoals Altrude deze landen bij haar leven bezeten heeft en op voorwaarde, dat
genoemde Wilhelmus jaarlijks 3 ponden en 15 denariën zal betalen; dat zijn erfgenamen het land op
dezelfde voorwaarden zullen hebben en dat Wilhelmus of zijn opvolgers het land aan anderen in
huurwaar of ter bezaaiing zullen kunnen geven.
a. Oorspr. (Inv.no. 311), Met rest van het zegel in witte was van den oorkonden.
b. Afschrift (Inv.no. 3, fol, 26 vo).
30.1228 November 25
lsbrandus, prior van het kapittel in Hecmunda, en het gehele convent verklaren hun toestemming te
geven voor de opdracht van het Adeltrudenland aan heer Wilhelmus door hun abt, welke opdracht zij
aanvankelijk niet goedgekeurd hadden.
Afschrift (Inv.no. 3, fol, 26 vo).
31.1230 januari 14 (apud Haerlem nono decimo Kal. Februarii)
Arnoldus, abt van Hecmunda, verklaart op verlangen van heer Florentius, graaf van Hollandia en in
overleg met het convent, den advocaat Wilhelmus de Egmunde en mannen van de kerk de ministerialen
van de kerk, die tussen de beek Galenvoerd e en de parochie Casterkum wonen, alsmede hun zoons en
dochters tegen zekere som gelds vrijgesteld te hebben van de keurmede op voorwaarde, dat deze tot
de andere diensten verplicht zullen blijven, en met dien verstande, dat wanneer een hunner met
een rninisteriale van de kerk huwt, die aan de keurmede onderworpen is, de zonen de staat van de
moeder zullen volgen.
a. Gevidimeerd in den brief d.d. 1319 Maart 27 (Reg.no. 180).
b. Afschrift d.d. 1319 Maart 24 (Inv.no. 1, fol, 13 vo).
c. Afschrift (Inv.no. 3, fol, 26 vo).
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.