Beroep: Matroos 1e klas - Koninklijke Marine
Franciscus Xaverius is overleden bij de ondergang van de onderzeeboot Harer Majesteit "O-16" nabij Malakka. Het Maleisisch schiereiland of Malakka (vaak ook geschreven als Melakka of Mallacca) was een Nederlandse kolonie van 1641-1795 en van 1818-1825.
Franciscus Xaverius staat vermeld op de 'Erelijst van Gevallenen' van de Tweede Kamer der Staten Generaal. Abusievelijk staat daarop Amsterdam als zijn geboorteplaats vermeld. Dat moet echter Uithoorn zijn.
De ondergang van de Hr. Ms. "O-16" (met dank aan www.verreverwanten.nl)
Na 54 jaar onzekerheid, werd in september 1996 de Nederlandse onderzeeboot O-16 teruggevonden. Hij bleek op de zeebodem te liggen bij de kust van Malakka, ca. 50 mijl noord-noordoost van het eiland Tioman. De O-16 verging op 15 december 1941. 41 mannen verdronken. Er was één overlevende: kwartiermeester Cornelis de Wolf wist zich na 38 uur zwemmen het vege lijf te redden. Zijn zwemtocht is beroemd geworden en wordt o.a. beschreven in Karel Norels boek Varen en Vechten.
In 1937 heeft de O-16 een beroemde tocht gemaakt, dwars over de Atlantische Oceaan, met aan boord de in die tijd zeer beroemde professor F.A. Vening Meinesz. De professor had onder water zwaartekrachtproeven gedaan.
De O-16 werd gebouwd op de werf De Schelde in Vlissingen. De boot was het eerste ontwerp van ir. G. de Rooy en was ook de eerste Nederlandse onderzeeboot die gedeeltelijk werd gelast. De 0-16 werd te water gelaten op 27 januari 1936. Lengte o.a.: 76,53 meter; 984 ton b.w., 1194 ton o.w.; acht lanceerbuizen (vier voor, twee achter (hek) en twee dekbuizen).
Hr. Ms. O-16, onder bevel van LTZ 1 A. J. Bussemaker, kreeg op de avond van 12 december een Japans transportschip in zicht dat in de richting van Pattani, aan de uiterste zuidoost kust van Thailand, koerste. De Nederlandse onderzeeboot achtervolgde het vijandelijke schip tot in de monding van de Pattanirivier. Hier ankerde het Japanse schip bij drie andere schepen. De O-16 naderde geruisloos, elektrisch aan de oppervlakte varend, en vuurde torpedo`s af op alle vier de doelen. De aanval was zeer succesvol want de vier schepen zonken in het ondiepe water.
Na de succesvolle actie in de monding van de Pattanirivier koerste de O-16 terug richting Singapore. Deze oorlogspatrouille van de O-16 zou haar laatste worden want in de nacht van 14 op 15 december werd de Nederlandse onderzeeboot, aan de oppervlakte varend, getroffen door een zware ontploffing. De onderzeeboot zonk binnen een minuut en nam 36 bemanningsleden mee naar de diepte. De zes opvarenden die zich in de toren of aan dek bevonden kwamen in zee terecht. Van deze zes schipbreukelingen heeft alleen kwartiermeester Cornelis de Wolf het overleefd. Na een barre overlevingstocht van 38 uur bereikte hij zwemmend het eilandje Poelau Dyang waar hij opgevangen en verzorgd werd door de plaatselijke bevolking. Op 21 december keerde hij terug in Singapore en kon zijn verhaal vertellen.
Aangenomen werd dat de O-16 op een mijn gelopen was. Bekend was dat er een Brits mijnenveld aanwezig was ten zuiden van Poelau Tioman. Door het slechte weer van 14 december kon de O-16 uit koers geraakt zijn zodat zij in dit mijnenveld terecht kwam. Ook kon zij getroffen zijn door een losgeslagen Britse mijn. Een derde mogelijkheid was dat zij op een Japanse mijn was gelopen. Er waren in de omgeving Japanse mijnen gelegd waarvan men op dat moment op de O-16 geen weet van had kunnen hebben. Met de ondergang van de O-16 verloren 41 bemanningsleden het leven onder wie de zeer bekwame commandant Bussemaker.
Oogetuigeverslag van enig overlevende, Cornelis de Wolf:
"Het gebeurde om ongeveer 02.30 in de ochtend. Met een donderende klap vloog ik tegen de wand. Onze betrouwbare O-16 verdween in minder dan een minuut in de golven. Gedurende die seconden zag ik dat de commandant en de hoofd-officier probeerden het vuurluik dicht te trappen terwijl ik mijn uiterste best deed om mijn jas los te trekken uit het mijngereedschap. Mijn jas scheurde los en ik kwam, helemaal alleen, in het water terecht. Nee, dit kan niet, de vijf anderen moeten zich in de buurt bevinden. Vanwege de duisternis en de hoge golven kon ik niets zien en ik begon te schreeuwen. Ik hoorde een vaag geroep en zwom in de richting vanwaar de geluiden kwamen en zag vier andere bemanningsleden. Commandant Bussemaker zat daar niet bij. We bleven schreeuwen en hoorden een heel vage reactie. Helaas was hij te ver weg en het lukte ons niet om hem te vinden".
"We waren met z'n vijven: Officier Jeekel, korporaal Bos, de matrozen van Tol en Kruijdenhof en ikzelf. We oriënteerden ons op de sterren en de maan om richting de eilanden te zwemmen. Officier Jeekel zwom voorop en vroeg ons vaak of het goed met ons ging en of we het konden uithouden. Wij hadden allemaal onze kleren uitgetrokken, behalve matroos van Tol die het niet lukte om zijn jas uit te krijgen. Het lukte van Tol nauwelijks om bij te blijven. Ik kon het niet langer aanzien om hem zo te zien worstelen en zwom terug. Ik kon hem een klein beetje helpen, maar niet voor lang. Hij zonk een paar seconden later (...)".
Cornelis Wolf verloor onderweg de overige bemanningsleden een voor een, zwom 38 uur achtereen (81 kilometer) en werd via een gunstige stroming uiteindelijk op een koraalrif gesmeten, bloedend aan handen, benen en voeten.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen