Hij is getrouwd met Anna Maria Willemine Frederike van Doorninck.
Zij zijn getrouwd op 5 maart 1885 te Zutphen (Gl), hij was toen 26 jaar oud.
Beroep: Burgemeester Boschkapelle en Stoppeldijk, Hontenisse, rentmeester
Karel Jan André Guyon baron Collot d 'Escury is op 15 december1858 in 's-Gravenhage geboren en op 04 mei 1929 in Kloosterzande overleden. Als jonge man is hij naar de Officiersschool in Delft gezonden. Zijn vader had zijn zoons liever laten studeren, maar daar schijnt hij niet genoeg geld voor gehad te hebben. Karel heeft het niet verder dan onderofficier gebracht, want hij moest in 1881 weer thuis komen om zijn vader bij te staan. Door de slechte gang van zaken in de meekrapteelt ging het slecht met de boeren. In 1884 werd Karel benoemd tot Burgemeester van Boschkapelle en Stoppeldijk. Onder Boschkapelle kocht hij een boerderij, Hagestein genaamd, waar hij met zijn gezin ruim acht jaar heeft gewoond. 5 maart 1885 trouwde hij met Anna Maria Willemine Frederike van Doorninck (Frits) (geb. in Zutphen op 30 september 1859 en overleden op 30 mei 1931 in Kloosterzande overleden). Zij kregen vier kinderen, twee jongens en twee meisjes. Sara, Jet, Willem en Dolf. Kort na de dood van zijn vader volgde hij die op als burgemeester van Hontenisse en rentmeester van het Kroondomein rentambt Hulst. Het gezin verhuisde in oktober 1893. Hier heeft Karel een actieve rol gespeeld bij de oprichting van de Coöperatieve Suikerfabriek in Sas van Gent, de eerste in ons land. De teelt van suikerbieten heeft de boeren in Zeeuwsch Vlaanderen geholpen er na de malaise van de meekrapteelt weer bovenop te komen. Toen de fabriek in 1899 tot stand kwam, werd hij voorzitter van de coöperatie. Ook was hij medeoprichter van de coöperatieve boterfabriek in Kloosterzande en de Federatieve Nederlandsche Zuivelbond, die op 20 oktober 1900 werd opgericht en waarvan hij jarenlang, van april 1901 tot 15 januari 1921, voorzitter is geweest. Van het Nederlandsch Rundvee Stamboek is Karel jarenlang vice -voorzitter geweest. Na zijn aftreden in 1907 werd hij tot lid van verdienste benoemd. Verder zat Karel in verschillende polderbesturen en internationale landbouwverenigingen. Voor dit laatste moest hij nogal eens reizen naar het buitenland maken.
De watersnood van 1906 heeft hem fors in beslag genomen. Zijn echtgenote heeft zich toen ook ten volle ingezet voor de slachtoffers en meegeholpen fondsen voor de leniging van de nood te werven. Onder andere werden prentbriefkaarten voor het goede doel verkocht met de afbeelding van Koningin Wilhelmina. Maar ook de eerste wereldoorlog gaf de nodige extra belasting. Zeer veel Belgische vluchtelingen kwamen in die tijd naar Nederland, wat een burgemeester als Karel in het grensgebied met Belgie bijzonder opeiste. Hoezeer zijn echtgenote, die Frits genoemd werd, zich heeft ingezet bij de opvang van vluchtelingen blijkt uit de stukken die bij de familie te Kloosterzande bewaard zijn gebleven. Frits heeft ook veel gecorrespondeerd met de moeders van de soldaten. Na de oorlog, in 1919 en 1920, beijverde zij zich ook voor de opvang in Nederland van ondervoede kinderen tot de leeftijd van 15 jaar uit Hongarije, Oostenrijk en Duitsland. Frits had zitting in het landelijk comite voor de opvang van ondervoede kinderen.
Het was in Boschkapelle en later in Kloosterzande steeds een levendige bedoening. In die dagen kwamen de gasten nog niet met eigen auto's en bleven dus meestal logeren. Vele familieleden en vrienden ondervonden 's zomers de grote gastvrijheid en hartelijkheid van de bewoners van Huis te Zande.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.