(1) Hij is getrouwd met Neeltje Keleman.
Zij zijn getrouwd op 23 maart 1809 te Monnikendam.
Het eerste gezin: Jan Jansz Meij
Moest in oktober 1818 de PC nog bericht worden dat er geen gezin was, op 5 november meldt de SC aan de MIJ in Den Haag, dat zich een 'geschikt en genegen huisgezin' heeft aangemeld. Een 'alleszins bekwaam man met vrouw en twee kinderen'. Het is Jan Jansz. Meij, geboren op 16 september 1776, dp. geref. 19.9, zoon van Jan Jansz. Meij die op 4 juni 1768 ondertrouwt met Maria Ernst Bosch.
Jan is 42 jaar, tuinman, op 23 maart 1809 in M'dam getrouwd (hij was al weduwnaar van Antje Wilkes) met de eveneens 42-jarige Neeltje Keeleman uit Nieuwendam, aldaar gedoopt op 4 mei 1775.
Jan Jansz. Meij is in 1802 lidmaat van de gereformeerde gemeente geworden. Achter zijn naam is later bijgeschreven dat hij in 1820 naar Vledder is vertrokken.
Neeltje Keleman is in 1809 als lidmate ingeschreven. Ook bij haar de vermelding: 1820 naar Vledder.
Kinderen van Jan en Neeltje:
* Maria (Mietje), geb. 22 maart 1810, dp. geref. 25.3.
* Jan en Grietje (tweeling), geb. 31 januari 1813, dp. geref. 24.2.
Grietje is op 29 oktober 1814 op het KH begraven.
* Pieter, geb. 20 maart 1816, dp. geref. 31.3, op 30 september 1818 op het kerkhof begraven.
Hoewel Jan Meij zich al in november 1818 had aangemeld, duurde het nog ruim anderhalf jaar voor het gezin metterdaad naar Drente kon vertrekken.
Dat had o.a. te maken met het grote aanbod van gezinnen uit het hele land, waardoor er in Drente enige tijd onvoldoende huisvesting was. Ook de koude winter van 1819/1820 speelde een rol.
Omdat Jan Meij slechts twee kinderen had vraagt de SC op 15 november 1819 aan de MIJ 'of het ons vergund is dit huisgezin voltallig te maken en bij hun twee arme kinderen toe te voegen, opdat ook alzo zijn huisgezin uit 6 personen bestaat'(10).
Op 19 november geeft de PC haar fiat, al had men het liever anders gezien. En mochten er problemen ontstaan, dan houdt zij zich het recht voor om die extra kinderen terug te sturen.
Op 22 april 1820 wordt besloten dat het gezin Meij, bestaande uit Jan, zijn huisvrouw Neeltje Keleman en de twee kinderen Jan (7 jaar) en Maria (10 jaar), aangevuld zal worden met Jan Ferdinand Munnik, 'een jongeling met wie men hier verlegen is' en een meisje, Geesje Dirks.
Over Geesje Dirks wordt verder niet meer gesproken, maar het is wel zeker dat ze in Drente is terechtgekomen, want ze wordt op 3 november 1822 uit de Kolonie ontslagen.
Vertrek
Het gezin van Jan Jansz Meij, hoewel als eerste aangemeld, heeft vier andere gezinnen voor zien gaan (zie onder). Maar op dinsdag 13 juni 1820 is het dan eindelijk zover en vertrekt hij met de jaagschuit naar Amsterdam. Daar moet hij kontakt opnemen met de kassier van de MIJ, de heer P.J. Ameshoff die in de Bergstraat op nr. 17 woont en van 's morgens negen tot half een op dat adres bereikbaar is.
De reiskosten tot Amsterdam zijn betaald en het gezin Meij heeft een reispenning, ter waarde van f 3,-, meegekregen, 'ten einde bij hunne aankomst aldaar (Frederiksoord) in de eerste behoefte te kunnen voorzien'. 'Alle autoriteiten en subcommissies worden verzocht aan deze personen, op vertoon van hunnen geleidebrief, bij dezelve doorreize, in gevallen van nood alle hulp en bescherming te willen verlenen'.
Burgemeester Arbman zorgt voor het door de MIJ verlangde certificaat van goed zedelijk gedrag, dat aan de directeur van de Kolonie moet worden overhandigd.
Vanuit Amsterdam gaat het gezin nog diezelfde avond per 'beurtschip' naar Steenwijk en wordt vandaar met paard en wagen naar de Kolonie vervoerd (11)
Op 16 juni wordt Jan Meij en zijn gezin in Frederiksoord ingeschreven, krijgen ze een hoeve met de benodigde huisraad toegewezen en gereedschappen om aan de slag te kunnen gaan. Omdat men uniform gekleed moest zijn, ontvangt iedereen de specifieke Kolonie-kleding, waarvan de kosten gedurende het verblijf, uit de verdiensten moesten worden terugbetaald.
Op 20 november 1825 wordt het gezin Jan Meij overgeplaatst naar de Ommerschans (zie onder), om op 1 oktober 1829 van de Ommerschans naar Willemsoord en op 8 mei 1830 weer naar Frederiksoord te verhuizen. De reden van deze verhuizingen heb ik niet kunnen achterhalen.
Begin 1830 verzoekt Jan Meij of hij en z'n gezin uit de Kolonie ontslagen mag worden. Dat kan, maar de PC in Den Haag deelt aan de SC van M'dam mee, dat ze het niet verstandig vindt. De praktijk heeft nl. geleerd dat zij die de Kolonie verlieten, omdat zij elders meer konden verdienen, op den duur toch niet in hun onderhoud konden blijven voorzien, met alle gevolgen van dien. De PC adviseert daarom de SC om het ontslag niet aan te moedigen.
Blijkbaar heeft het geholpen want eind mei schrijft de PC dat, hoewel de toestemming voor ontslag was verleend, Jan Meij van voornemen is veranderd en besloten heeft om toch 'in zijn betrekking' te blijven.
Op 17 augustus 1833 ontvangt de SC te M'dam een brief van Jan Jansz Meij die, gelet op de zinsbouw en woordkeus, laat zien dat Jan van uiterst eenvoudige komaf was. Hij woont nu weer in Frederiksoord, maar is enige tijd in de Ommerschans woonachtig geweest. Bij zijn vertrek naar Ommerschans had hij twee koeien, maar toen hij terugkwam was er nog maar éen. Hij vraagt aan de SC om daar in Den Haag melding van te maken 'en dan zal z'n tweede koe er ook wel weer komen'.
Een paar jaar later, op 10 mei 1836, is Jan Jansz Meij in de gemeente Vledder overleden.
Zijn weduwe Neeltje, inmiddels 70 jaar, vraagt op 18 januari 1838 aan de SC of de hoeve op naam van haar zoon Jan overgeschreven mag worden. Jan jr. is voornemens te trouwen en heeft belooft voor zijn moeder te zorgen. Aldus gebeurt.
De directeur van de Kolonie heeft in 1844 een overzicht gemaakt van het wel en wee van diverse gezinnen. Het gezin Meij bestaat op 25 mei uit Jan Meij jr. geboren in 1813, getrouwd met Trijntje Veen, geboren in 1812. Zij hebben drie kinderen van 6, 4 en 1 jaar en moeder Neeltje woont bij hen in. Jan werkt op het land, de vrouw bemoeit zich alleen met de huishouding en oma Keleman verricht nog enig naaiwerk. Het oudste kind gaat naar school. De gezondheid van allen is goed. Het gezin gedraagt zich, naar het oordeel van de directeur bizonder goed.
Neeltje Keleman overlijdt op 87-jarige leeftijd op 1 januari 1853 in de gemeente Vledder.
Nog eens Monnickendam en de Maatschappij
Na het kolonistengezin van Jan Meij te hebben gevolgd, keren we terug naar Monnickendam. Daar is het plan van Van den Bosch in eerste instantie met enthousiasme ontvangen. Halverwege de maand oktober 1818 waren er al zo'n 80 contribuanten en eind 1820 94.
Dat aantal bleek echter meteen het hoogtepunt, want de jaren daarna nam het aantal begunstigers sterk af. In 1835 bijvoorbeeld waren er nog slechts 25 contribuanten en 6 giftgevers. Rond 1850 kwam er een kleine opleving, toen er 33 leden werden geteld, maar drie jaar later waren het er opnieuw slechts 25, waar onder de leden van de SC van M'dam en enkele welgestelden.
De teruggang in betrokkenheid kende verschillende oorzaken: het overlijden en verhuizen van begunstigers, maar ook negatieve berichtgeving over de Kolonie, waardoor contribuanten besloten hun lidmaatschap te beëindigen. Een aantal contribuanten was bovendien in de veronderstelling dat het lidmaatschap van de MIJ voor slechts éen jaar was.
Ook de watersnood van 1825 heeft in Waterland de betrokkenheid bij de aktiviteiten van de MIJ sterk verminderd.
Contribuanten kregen een nummer en kwamen op een lijst. Ieder jaar, zo rond oktober, ontvingen zij een betalingsbewijs voor hun bijdrage van 52 x 5 cent = f 2,60.
De begunstigers konden, tegen een gereduceerde prijs, het door de Mij uitgegeven informatieblad de Star ontvangen, in 1827 vervangen door 'De Vriend des Vaderlands', dat in december 1842 voor het laatst werd uitgegeven.
Kind(eren):
(2) Hij is getrouwd met Antje Wilkes.
Zij zijn getrouwd
(Research):Jan Janse Meij is 44 jaar als hij midden 1820 met echtgenote en drie kinderen naar de kolonie trekt. Volgens Monnickendam is dit een 'geschikt huisgezin' en is Jan Jansz een 'alleszins bekwaam man'.
Na vier jaar, op 19 november 1825, moet Jan Janse Meij verschijnen voor de Raad van Policie. Hij wordt ervan beschuldigd
'op den 12 dezer twee schepels rogge aan eenen boer verkocht, en laat in den avond afgeleverd te hebben.'
Jan weet dat hij gezien is en bekent gewoon. Desgevraagd voegt hij toe
´14 stuivers het schepel´ daarvoor te hebben gehad.
Dit wordt door de leden van de Raad beschouwd
'als opzettelijk bedrog en dieverij omtrent hunne weldoeners'
En bij het vonnis wordt voorts in overweging genomen
´de traagheid en slordigheid van Jan Jansen Meij en zijne huisvrouw´.
Het gezin wordt veroordeeld tot de strafkolonie en de twee schepels rogge kosten hen vier jaar (!) opsluiting.
Oktober 1829 mag Jan Janse weer terug, maar hij heeft er inmiddels genoeg van, hij vraagt de subcommissie Monnickendam of hij terug mag komen, ze hebben het wel gezien daar. Het lijkt of de Meijs voorgoed van de kolonie zullen verdwijnen. Maar niets is minder waar.
De leiding van de kolonie en de subcommissie praten op hen in en en dat helpt. Na een tijdje meldt Jan Meij dat hij van voornemen is veranderd en besloten heeft om toch 'in zijn betrekking' te blijven.
Jan Janse Meij blijft er tot zijn dood en daarna vraagt zijn weduwe of de koloniale hoeve overgenomen mag worden door hun zoon die ook Jan heet. Die is inmiddels getrouwd met een dochter van de kolonist uit Zijpe (zie hoeve 36). Het mag en ze nemen moeders in huis tot haar dood. Daarna zal de jongste zoon van Jan die voor de afwisseling Pieter heet, trouwen met een kleindochter van een kolonist uit Amsterdam en op zijn beurt de Monnickendamse hoeve overnemen. Pas als hij overlijdt verdwijnt de laatste Meij van de kolonie en dan is het al... 1936!
Bevolkingsregister van de Maatschappij van Weldadigheid
Jan Jansen Meij, geboren op 19-09-1776; plaats van herkomst: Monnikendam; godsdienst: herv.; aangekomen op 16-06-1820; ingeschreven in Frederiksoord als kolonistenvader; overleden op 10-05-1835.
Ingeschreven als wonende op hoeve: 63 (inv.nr. 1346); 62 (inv.nr. 1348); 62 (inv.nr. 1349).
Bijzonderheden:
Uit de contributie van het Arr. Monnikendam. Van beroep tuinman.
Op aankomstdatum geplaatst in kolonie I, Frederiksoord,
op 20-11-1825 naar Ommerschans Strafkolonie,
op 01-10-1829 naar kolonie III, Willemsoord,
op 08-05-1830 van kolonie III naar kolonie I.
Gehuwd met Neeltje Keterman, geb 04-05-1775 en overl. 01-01-1853.
Uit het huwelijk zijn 2 kinderen geboren.
De weduwe is op 10-05-1838 ingedeeld bij zoon Jan en aldaar overleden.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Jan Jansen Meij | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(1) 1809 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Neeltje Keleman | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(2) | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Antje Wilkes | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.