Nr. 670 folio 380 d.d. 19-06-1602.
Job Jobsz. Fabrij vroedschap alhier oud 63 jaar
(1) Hij is getrouwd met Geertgen Dirxdr..
Zij zijn getrouwd
Reijer Jacobsz. van Venloo weduewnaar Lijsbeth Joppendr. Overleden voor 17-01-1604
Dirck Joppen,
Cornelis Willemsz. Penning gehuwd met Annitgen Joppen,
Cornelis Willemsz. tHootgen gehuwd met Aechgen Joppen en
Jan Joppen gehuwd met Ariaentgen Joppen,
allen voor hunzelf en vervangende Arent Joppen en
Cornelis Cornelisz. Calff gehuwd met Grietgen Joppen en
Geertgen Joppen,
allen kinderen van zaliger Job Jobsz. Fabrij en erfgenamen van Lijsbet Joppen voorn
Kind(eren):
Kind(eren):
Jop Joppe Fabry rentmeester van St. Ursuleconvent Schiedam
d.d. 16-05-1577. een kustingbrief, sprekende op Pieter Pietersz. steenplaatser, beginnende met: Wij Maerten Thielmansz. en Jop Joppensz. Fabrij schepenen in Schiedam in dato 28-05-1575.
25-01-1578. Jop Joppensz. Fabrij boekhouder van Pieter Gerritsz. stierman
Nr. 579 folio 113v. d.d. 19-12-1569.
Nr. 582 folio 114v. d.d. ut supra.
Wouter Bol Huijchgensz. heeft verkocht aan Jop Joppensz. Fabri een huis en erf in de Boterstraat, belend ten N: de voorn. Wouter Bol met huis en erf en ten Z: Cornelis Cornelisz. schoenmaker met
huis en erf. Vrij en niet belast. Prijs f 1.200 van 40 gr. Vlaams, te betalen op termijnen. Speciale voorwaarde is dat Wouter Huijchgensz. Bol gehouden is voor de helft te onderhouden, zeker goed gelegen aan de noordzijde van het verkochte en hij niet mag betimmeren zeker licht in de keuken aan de noordzijde van het voorn. huis. Penningborg: Joris Jansz. Waarborg: Cornelis Jansz. Croentgen.
Nr. 1444 folio 360v. d.d. 28-06-1576.
Jop Joppesz. Fabrij heeft verkocht aan Joris Maertensz. Koij 1/8 part scheeps van een buisschip waarop Jacob Joosten Bolleman stierman is. Prijs f 150 van 40 gr. Vlaams, te betalen op termijnen.
Gedaan onder verband van waterrecht.
Nr. 1564 folio 405v. d.d. 16-05-1577.
Barbar Joostensdr. weduwe Jan Willemsz. Braem geassisteerd met haar gekozen voogd Jan Ariensz. Panser heeft overgedragen aan Jan Cornelisz. van Geesel wonende te Dordrecht een kustingbrief,
sprekende op Pieter Pietersz. steenplaatser, beginnende met: Wij Maerten Thielmansz. en Jop Joppensz. Fabrij schepenen in Schiedam in dato 28-05-1575.
Nr. 17 folio 4v. d.d. 25-01-1578.
Jop Joppensz. Fabrij boekhouder van Pieter Gerritsz. stierman heeft verkocht aan Arien Jansz. kuiper van Delfshaven als principaal en Jan Wolphertsz. mede van Delfshaven als borg, een buisschip met
toebehoren, laatst gestierd door voorn. Pieter Gerritsz. Prijs f 1.162-10-00 van 40 gr. Vlaams, te betalen op 3 termijnen. Gedaan onder verband van waterrecht.
Nr. 159 folio 67v. d.d. 27-02-1586.
Nr. 160 folio 67 d.d. ut supra.
Job Joppensz. Fabrij raad alhier en Pieter Claesz. brouwer alhier c.s. hebben belooft in conformite ten probatie gedaan voor notaris ten huize van Gerrit Dircxz. schepen op 10-01-1585, Guilliaen du Kaen
van Dieppe, te vrijen en waren een vlieboot, nu oud 3 jaar genaamd de Windhont groot 60 vaten. Zij verbinden daaronder hun personen en goederen. Gedaan onder verband van waterrecht.
Nr. 322 folio 251 d.d. 14-09-1588.
T.v.v. Lambrecht Carelsz. koopman alhuer hebben Rochus Pietersz. Vries oud 71 jaar, Leendert Eelgisz. oud 70 jaar en Jop Joppensz. Fabri oud 50 jaar, allen keurmeesters alhier verklaard dat zij t.v.v. de requirant op 29 augustus l.l. gekeurd hebben 8 lasten 6 tonnen volle haring, gevangen door Jan Pietersz. stierman van Enkhuizen, blijkens certificatie verleden voor het gerecht van Enkhuizen in
dato 27 augustus l l. Zij hebben hieronder bevonden 10 tonnen wanzouten haring en 1 ton haring gezouten met grof zout en gemerkt met het merk van de stierman.
Nr. 453 folio 391 d.d. 18-01-1591.
Nr. 454 folio 393 d.d. eodem die.
T.v.v. Huijbrecht Cornelisz. gehuwd met Maertgen Ariensdr. hebben Jop Joppensz. Fabrij oud 52 jaar en Wouter Ariensz. wonende Overschie oud 56 jaar verklaard dat 14 of 15 jaar geleden zij
deposanten geweest zijn ten huize van Jacob Ariensz. zaliger des requirants huisvrouw broeder, om aldaar te accorderen van de uitkoop met Adriaen Sijmonsz. haar zoons bestevader. Te weten dat
Maertgen Ariensdr. haar voorn. zoon (genaamd Pieter Willemsz.) geven zou al zijn vaders kleding en daar boven nog £ 6 Vlaams, wanneer hij tot zijn mondige dag was gekomen. Adriaen Sijmonsz.
beloofde het kind tot hem te nemen, zeggende, ghij en sult geen costen vant zelve kint hebben zoe lange als ick in levenden lijve blijve ende teijnden mijn doot sal ick tselve kindt (zoe verre het hem tot deuchden schickt) genouch naelaeten daer het bij sal mogen leven ende onderhouden worden zulcx dat ghij geen costen hebben en zult.
Nr. 564 folio 508 d.d. 03-08-1592.
T.v.v. Cornelis Ariensz. mandenmaker hebben Jop Joppensz. Fabrij oud 55 jaar en Jan Doesz. van Bolversteijn oud 52 jaar verklaard dat zij op 05-05-1592 zijn geweest ten huize van Jan Pietersz. Broot
int Tresoor alwaar zij waren om in het minnelijke te schikken inzake een geschil tussen de requirant en voorn. Jan Pietersz. Deze wilde dat Jop Joppensz. de requirant zou gaan halen om te accorderen,
wat deze heeft gedaan. Uiteindelijk zijn zij geaccordeerd en hebben het op de secretarie laten aantekenen.
Nr. 602 folio 553 d.d. 10-02-1593.
T.v.v. Jop Joppensz. Fabrij hebben Ploen Jansdr. weduwe Jan Maertensz. Jampone oud 65 jaar en Dirckgen Jeroensdr. oud 42 jaar verklaard, eerst Dirckgen dat een aantal jaren geleden Job Joppensz. doende was om een privaat te delven in zijn plaats, strekkende tot in de haven. Aangezien Jan Maertensz. haar schoonvader en Machtelt Gerritsdr. haar moeder toen geen opgang van een privaat hadden, verzochten zij aan Job Joppensz. (hun buurman), om een gemene opgang en lozing te maken door het privaat van de requirant. Dit onder conditie dat de requirant wederom zou timmeren een loods op de heining, staande op hun beider erf. De kosten van het privaat zouden worden gedeeld. Nog was geconditioneerd dat Jop Joppensz. op zijn kosten zou moeten makken een stenen gotier, om het water van de drop komende van de loods, te leiden in het privaat zodat deze schoon zou blijven. Zij heeft nooit gehoord of dit afgemaakt was. Ploentgen Jansdr. verklaarde dat zij na het overlijden van Machtelt Gerritsdr., ten huwelijk was gekomen in de huizing van Jan Maertensz. En haar man diverse malen heeft horen zeggen dat hij Jop Joppensz. dikwijls had verzocht de gotier te maken.
Nr. 204 folio 106 d.d. 10-08-1601.
Cornelis Cornelisz. Verheul burger alhier is schuldig aan Job Jobsz. Fabrij als rentmeester van
de conventgoederen binnen Schiedam, de somme van f 275-08-14 ter zake van landpacht. Hij
belooft te betalen f 60-09-10 als restant van landpacht over 1599, binnen 3 weken, Kerstmis f
107-09-10 over het jaar 1600 en de resterende f 107-09-10 over 1601 op Vlaardingse
paardenmarkt 1602. Pieter Cornelisz. Verheul schout van Kethel, broeder van Cornelis
Cornelisz. en Claes Dammasz. landman, stellen zich borg.
Nr. 660 folio 371 d.d. 22-04-1602.
T.v.v. Dirck Ariensz. Cuijper koopman alhier hebben Job Jobsz. Fabri oud 63 jaar, Wouter Reijnsz. 53 jaar en Gerrit Jansz. Hoeck 45 jaar, verklaard dat zij op 22 februari gekeurd hebben voor Dirck
Ariensz. Cuijper 10 lasten volle haring na Kruisdag gevangen, welke haring gescheept is in het schip van Arien Danen schipper om te varen naar de vloot. Dirck Ariensz. Cuijper heeft de haring verkocht
aan Hans van der Veecken koopman te Rotterdam, ieder last voor f 120.
Nr. 670 folio 380 d.d. 19-06-1602.
T.v.v. Dirck Jansz. van der Beeck zoutzieder te Leiden hebben Job Jobsz. Fabrij vroedschap alhier oud 63 jaar, Wouter Reijniersz. Scherp keurmeester van de haring 54 jaar en Frans Crijnesz.
Guldewaegen gezworen roededrager 69 jaar, verklaard, eerst Wouter Reijniersz. Scherp dat hij alhier wel 4 of 5 jaar collecteur is geweest op de impost van de comsumptie op het zout en Frans Crijnesz. dat hij wel 3 of 4 termijnen pachter is geweest. Alhier in het nooit gebruikelijk geweest dat men het zout dat de stad binnenkomt om geconsumeerd te worden haringvat enig biljet tot de pachter of collecteur gehaald heeft om vertoond te worden aan de pachter, etc.
folio 56 d.d. 28-05-1603.
T.v.v. Cornelis Alewijnsz., Pieter Pietersz. van der Burch en Pieter Claesz. Pesser eigenaren van de zoutketen alhier ter stede hebben Job Jobsz. Fabrij oud 65 jr , Jacob Rochusz. bakker oud 58 jr en
Jacob Lambrechtsz. oud 55 jr allen raden en vroedschappen dezer stede verklaard als volgt: Op heden 17-02-1603 compareerden voor Willem Nieupoort nts te Schiedam en hebben deze tvv Cornelis Alewijnsz., Pieter Pietersz. van der Burch en Pieter Claasz. Pesser verklaard dat zij deposanten op 29-12-1586 ter vergadering van de vroedschappen tegenwoordig zijn geweest dat de stede turf accijns zijnde 5 groot van de 100 ton turf verhoogd werd tot 6 st en een oortje alwaar ter zelfder tijd bij sommige van de vroedschappen voorgeslagen werd dat men de keten hier ter stede mede met dezelfde turf excijs zou bezwaren en daarop de keetmeesteren in dezelfde vergadering present zijnde zich hier opposerende alle de haar beloofde vrijdom waarop in dezelfde vergadering geresolveerd en besloten de resolutie daarvan geregistreerd op 29-12-1586 voorsz. presenterende tselve te allen tijde desnoods ofte verzocht zijnde met eed te bevestigen.
Nr. 576 folio 292v. d.d. 17-01-1604.
Reijer Jacobsz. van Venloo weduewnaar Lijsbeth Joppendr.
geassisteerd met Cornelis Gerritsz. blokmaker zijn buurman, ter ene zijde en
Dirck Joppen,
Cornelis Willemsz. Penning gehuwd met Annitgen Joppen,
Cornelis Willemsz. tHootgen gehuwd met Aechgen Joppen en
Jan Joppen gehuwd met Ariaentgen Joppen,
allen voor hunzelf en vervangende Arent Joppen en
Cornelis Cornelisz. Calff gehuwd met Grietgen Joppen en
Geertgen Joppen,
allen kinderen van zaliger Job Jobsz. Fabrij en erfgenamen van Lijsbet Joppen voorn.,
ter andere zijde. Zij zijn geaccordeerd nopens de nagelaten boedel van Lijsbeth Joppendr.,
te weten dat Reijnier Jacobsz. zal behouden de gehele boedel met in- en uitschulden.
Hiertegen zullen de erfgenamen de kleding van Lijsbeth Joppen, mitsgaders juwelenkist, predikstoel en luijermanden hebben. Hiervan zal Reijnier 2 ringen behouden tot een verering.
De erfgenamen zullen nog genieten het kindsgedeelte in de erfenis van Job Jobsz. Fabrij, zonder
dat Reijnier hiervan iets zal genieten.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Job Jobsz. Fabrij | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(1) | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Geertgen Dirxdr. | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Onbekend | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.