Het perceel de Mussepot te Zuidgeest, dat met schaarbossen beplant was, kwam in 1807 in het bezit van P.J. Cuypers (¿ 1844). In 1846 begon zijn weduwe, Maria E.T van Mattemburgh, met de bouw van een klein buitenhuis met tuinmanswoning en in dat zelfde jaar werd door architect C. van Cuyk een plan geleverd voor 'eenen Engelschen hof en wandelingen door de velden, weyden en het bosch daertegen gelegen' (ontwerptekening 1846, Archief Brabants Landschap). Het huis bestaande uit de ovale zaal geflankeerd door twee vertrekken werd tussen 1852-1854 uitgebreid tot het tegenwoordige rechthoekige bouwblok. Een lofdicht op 'het buiten Mattemburgh en het buitenleven' (1855) bejubelde het huis en tuinaanleg, ook de tuinkoepel met ijskelder wordt genoemd. Onder het beheer van C.L.A. Cuypers, die zich in 1854 op Mattemburgh vestigde werd de plaats verder uitgebreid en verfraaid. In een taxatierapport uit 1884 staat omschreven het landhuis met wandeltuin, tuinkoepel, het dennenbos aan de Beukendreef, eiken- en beukenbomen, het Beukendreefje, Het Doorzicht, de Bijl, de Berg, de IJzeren brug en de moestuin alsmede tuinmanswoning, huis, stal, remise en bergplaatsen. Door huwelijk (1939) kwam het goed in bezit van Graaf de Chambure, die de oranjerie liet bouwen. In de twintigste eeuw onderging het goed verschillende wijzigingen door zware beschadigingen in deTweede Wereldoorlog, de uitbreiding van de vliegbasis Woensdrecht in 1952-1956 en de aanleg van de Antwerpsestraatweg in 1969-1970 waardoor de eenheid van de buitenplaats werd verstoord. In 1970 vond de overdracht aan de Stichting het Brabants Landschap plaats.
Hij is getrouwd met Maria Elizabetha Theresia van Mattemburgh.
Toestemming voor het huwelijk is 15 oktober 1796 verkregen te Oudenbosch ,NB.
Ze zijn in de kerk getrouwd op 8 november 1796 te Oudenbosch ,NB, hij was toen 33 jaar oud.Bron 3Kind(eren):
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen