getuigen : Laurentius Dingemans, Joanna Goverts, namens haar Elisabeth Adriaenssen i.p.v. Joanna Goverts.
(1) Hij is getrouwd met Adriana Cornelissen Brouwers.
Ze zijn in de kerk getrouwd op 24 september 1706 te Essen-Nispen (B), hij was toen 22 jaar oud.Bron 2
getuigen huw. : Arnoldus van Soest, Joannes Janssen Joossen
(2) Hij is getrouwd met Elisabeth Cornelissen van der Masten.
Toestemming voor het huwelijk is 30 juli 1707 verkregen te Zundert ,NB.
Ze zijn in de kerk getrouwd op 21 augustus 1707 te Zundert ,NB, hij was toen 23 jaar oud.Bron 3Kind(eren):
(3) Hij had een relatie met Cornelia Henricus Matthijssen.
De relatie startte voor 29 oktober 1710.
Kind(eren):
(4) Hij is getrouwd met Cornelia Antonissen Luijcken.
Ze zijn in de kerk getrouwd op 29 oktober 1710 te Essen-Nispen (B), hij was toen 26 jaar oud.Bron 4
getuigen huw. : Henricus Huijbrechts van Meir, Joannes Steven Roecken.
Kind(eren):
Een zware jongen van Nieuwmoer.
Brave mensen hebben geen geschiedenis, deugnieten wel. Dat was vroeger zo en
dat is nog steeds waar. Tenallen tijde zijn er randfiguren geweest, die zich met kon¬
den schikken naar recht en orde. Waar opgetekend, bieden hun namen en euvel¬
daden automatisch vertelstof. Minstens even boeiend zijn de geciteerde
gesprekken, omdat wij zo de kans krijgen onze voorouders te 'horen' spreken in hun
eigen streektaaltje. Maar vooral zijn het de mensen van toen, met hun reacties op
noodsituaties, hun karakter en temperament, die weer ten leven worden gewekt.
Govaart Schepers was de zoon van Jan Schepers en Anna Vergouwen. Als inwij¬
keling vermoedelijk uit Zundert, was hij in 1706 te Essen getrouwd met Adnana
(Corn)1Brouwers en in 1710 met Cornelia (Ant) Luyckx. Uit dit tweede huwelijk wer¬
den drie kinderen in Nieuwmoer geboren.
Govaart had al een gerechtelijk verleden achter zich, eer de eerste klachten voor de
schepenbank werden neergelegd. Pas in 1716-1717 defileren met minder dan
zeventien getuigen, die elf dagen en negenenendertig folio's lang een waslijst van
belastende verklaringen afleggen (GAK 29 H 116). Oude koeien en onfrisse zaken
van jaren her werden uitde gracht gehaald. Allen waren het erover eens dat Govaart
Schepers een schaamteloze schelm en een beruchte dief was. Aan de hand van de
getuigenissen hebben wij getracht de feiten min of meer chronologisch te
rangschikken.
Gesjoemel in Oudenbosch
Jacob (Corn) Mous had indertijd met vader Jan en zoon Govaart Schepers een
overeenkomst gesloten over het vervoer per schip van ongeveer 50 veertel (een
2800 kg) boekweit naar de moeder van Jozef Mouwente Oudenbosch. Tegenwil en
dank van de leverancier had Govaart voor eigen rekening een flinke partij
doorverkocht aan een onbekende persoon in Oudenbosch. Die koopman was door
vorster Jan Buysen dikwijls aangemaand zich kenbaar te maken.
Vijftien a zestien jaar later kwam Mous met zijn verhaal voor de pinnen.
Brutale intimidatie
Denijs (Peter) de Klerck, pachter van de Laerhoeve te Kalmthout, was naar
Wuustwezel gestapt om er vijf vierendeel laken te kopen. Gekomen op de eenzame
heide tussen Wuustwezel en Nieuwmoer, trad Schepers hem tegemoet met een
zware knuppel in de hand. Ofschoon hij er niks mee te maken had, vroeg hij van¬
waar hij kwam en wat hij bij zich had. Denijs antwoordde : 'lek hebbe dat laeken bij
Jan van Pelt in Wuestwesel gehaelt.'
Waarop Govaart snoefde: 'lek ben in dienste van Patries.' Die Patries was in die tijd
een gevreesd partisaen [bendehoofd] uit Zandvliet. Na hem een eind van zijn weg
afgeleid te hebben, beval Schepers: 'Gij moet met mij gaen naarden Patriesofte ick
sal u met mijn pistolen omverre schieten.' Ze zijn enige tijd verdergegaan, maar op
de afgesproken plaats niemand vindend, zei Schepers: 'De Patries is wegh, laet
ons hier gaen liggen.'
Denijs stribbelde tegen : 'Het is tijdt voor mij om naar huys te gaen.'
Govaart heeft dan zijn mes te voorschijn gehaald met de woorden: 'Light hier
nevens mij wegh ofte schiet uyt alle hetgene gij aenhebt ofte gij moet sterven!'
Zich zomaar in zijn blootje zetten noch een van de andere opties kon het slachtof¬
fer bekoren, lek en doen dat niet geirne. Meteen trok De Klerck zelf zijn mes uit de
schede om zich te verdedigen, liet zijn vracht in de steek en rende weg. Hij liep
zolang tot hij niet meer kon, steeds achtervolgd door de schurk. Buiten adem hijgde
hij: Ist saecken dat het sijn moedt, soo sal ick mijn selven verweiren.'
Daar schrok de overvaller toch van terug en suste hem: 'Gaet en haelt u laeken
wedrom, ick en hebbe het soo niet gemeynt.'
Denijs stelde een voorwaarde: 'Ick en sal mijn laeken niet haelen oft gij sult hier blij¬
ven liggen.' Hetgeende andere ook deed. Na zijn spullen opgehaald te hebben, zijn
ze samen nog een eind gegaan tot aan een turfvaart daar in de heide. Tenafscheid
duwde Schepers hem in het ondiepe water en verdween. Met een nat pak is De
Klerck dan toch ongedeerd thuis geraakt.
Twaalf jaar na de feiten deed hij zijn verhaal voor de schepenbank.
Paard gestolen
Rond dezelfde tijd had ook Denijs (Dingeman) Nuyten uit Horendonk te maken met
defamilie Schepers. Ingezelschap was hij van Roosendaalgekomen, toen dejonge
curieusneus Geert Leyens hem de vraag stelde wat hij daar gaan doen was. Denijs
antwoordde: 'De moeder van Schepers [Anna Vergouwen] wilde mij tot Roosendael
arresteren, omdat ick hadde geseydt dat Govaert Schepers hadde gestoolen een
paert, hetgene den selven Govaert heeft vercoght tot Antwerpen.' Tegen Anna had
hij gezegd: 'Arresteert mij, ick sal u goet maecken [het bewijs leveren], comende bij
de seigneurs van magistraet dat hij het paert heeft gestoolen ende tot Antwerpen
vercoght heeft. Ende ick sal u betoonen hoeveel geit hij Govaert vant selve heeft
gecregen ofte ontfanghen.'
Twaalf jaar na de feiten werd Denijs als getuige opgeroepen om de feiten te beves¬
tigen. Hij kreeg vijf vragen voorgelegd, waarvan hij er slechts twee beantwoordde.
Men vroeg hem zelfs welke haarkleur of bijzondere kentekens het paard droeg.
Verder geen nieuwe elementen.
Mishandeling
Drie of vier jaar geleden - zo vertelde Adriaan van Doren uit Nispen - was hij op
bezoek bij zijn ouders Huibrecht van Doren en Petronella Maes in de bekende her¬
berg In Amsterdamme te Achterbroek. Daar was het altijd een komen en gaan van
de postwagens Antwerpen-Amsterdam, kommiezen, koeriers en passanten, hongerigen en dorstigen, zakenlui en vrachtvoerders. Op dat ogenblik betaalde de
Antwerpse postmeester Hermans aan Cornelis (Jacob) Pauwels een factuur uit, ten
bedrage van zes gouden pistolen [geldstukken] in speciën. In de gelagzaal haalde
Pauwels zijn beurs boven om af te rekenen met de waard. Toevallig keek Govaart
Schepers toe, wiens ogen dadelijk begonnen te schitteren bij het zien van al dat
goud. Toen Pauwels vertrok, volgde hij hem op de voet. Adriaan vond dat verdacht
envroeg waar beiden naartoe waren. Hij kreeg ten antwoord dat Pauwels naar huis
was en Schepers was gaan wateren. Adriaan was van een andere mening: 'lek
geloove dat Govaert Pauwels sal opgevolght sijn.'
Daarop ging hij rond het huis, de stallingen en de schuren om hen te zoeken, nie¬
mand te zien. Binnengekomen herhaalde hij zijn vermoeden: 'Dien sal maer eens
hem opgevolght hebben.' Samen met enige anderen liep hij naar het straatje waar
Pauwels woonde. Aan het huis bleven zij staan luisteren, tot ze een doffe slag hoor¬
den. 'Hoort, hij slaeght hem al!' Adriaan trok zijn mes en stormde naar binnen.
Cornelis lag op de grond, terwijl Govaart met een zwaar hout op hem insloeg.
Bebloed en kermend van pijn, smeekte het slachtoffer zijn leven te sparen. Adriaan
riep: 'Govaert, gij schelm, wat doet gij?' Daarop wierp Schepers zijn wapen weg en
zette het op een lopen. Adriaan heeft hem enige tijd achternagezeten, keerde terug
en vond Pauwels zwaar gekwetst nog op de grond liggen. Met twee of drie man
hebben ze hem dan opgenomen en in zijn bed gelegd.
Ham gegapt
Peter (Jacob) de Ren verklaarde dat een tweetal jaar geleden een ham was
ontvreemd, die thuis bij hem op de zolder hing. De dief had het dak opengebroken
en was daarlangs binnengedrongen. Later vernam hij dat Govaart Schepers de
dader was. Deze had namelijk spontaan een bekentenis afgelegd, toen hij aan
Cornelis (Jan) Tilborghs had gevraagd: 'Wet gij wel dat ick over eenigen tijdt een
hamme hebbe gestoolen ten huyse van Peeter Jacobs7 Cornelis had er nog niets
van gehoord, waarop Schepers pochte: 'Hadde ick begeert, ick soude meerder
hammen connen hebben gestoolen, want ick hadde een gat door den daecke
gesneden daer de hammen altemael hongen.'
Oude man beroofd
De 70-jarige Cornelis Jorissen kwam aangifte doen van twee diefstallen. Een jaar
tevoren was zijn deurslot afgebroken, dat hij kort daarna vond genageld op de deur
van Schepers' hut. Zes maand later was in de wand van zijn keet waarin de blokken
heiturf lagen opgestapeld een gat geslagen, groot genoeg om een man door te laten
kruipen. De deur tussen het turfhok en zijn slaapstede stond open. Een broek uit de
kleerkist voor zijn bed was foetsie, evenals de sleutel van de huisdeur en 40 stuiver.
Om hem te tergen is Govaart enige dagen later voor zijn deur komen roepen en zin¬
gen.
Koe gestolen te Steenbergen
Govaart Schepers kon zijn misdrijven niet verzwijgen. Aan Anthoni (Meeusen) van
Hees uit de Schriek had hij terloops gevraagd: 'Hebdij wel hooren seggen datter
onlanghs een koeye is gestoolen bij Steenbergen?'
'Ja.'
lek hebbe de voors. koeye gestoolen ontrent Steenbergen. Op een missinge daer
der drij op waeren, daer hebbe ick er die een van genomen, die ick hebbe vercoght
voor vierendertigh guldens. Hebbe ick dat geit niet gauwe gewonnen?'
Diekoe bleek verhandeld te zijn in Ertbrandonder Hoevenen. Deautoriteiten namen
inlichtingen en ja, het klopte. Hendrik Cleiren uit Putte verklaarde dat op SintAndriesdag (29 november) 1715 rond zonsopgang een man bij hem was komen
aankloppen, niet te lang van gestalte, dragend een linnen kiel en een baalzak om
het,lijf gebonden. Hij vroeg een pijp tabak te mogen aansteken. De kerel had een
koe bij zich, zwart van haar met een witte bles op de kop, envroeg ze te ruilentegen
zes woldragende lammeren. Daarop had Cleiren geantwoord : 'Ist saecken dat gij
mij wilt een attestatie ofte getuygenis brengen dat het u koeye is, in plaets van ses
garenwol lammeren sal ick er u seven voor geven.' Het gevraagde bewijsstuk le¬
veren kon de dief natuurlijk niet en die is dan maar opgestapt achter langs de heide
richting Kapellen.
Jan de Coster, als getuige gedaagd, was ondertussen naar Kapellen verhuisd.
Omtrent Sint-Andriesdag 1715 rond 10 u 's morgens was bij hem op Ertbrand een
man aangekomen, niet te langh van corpus, vloek ofte bol van tronie ende swart van
hair, aenhebbende eenen quaeden versleten kiel met een grooten sack gebonden
om sijn leijff. De vreemdeling bood een koe aan, waarvan hij beweerde dat hij ze
had meegebracht 'niet verre van Calmpthout, van seker plaetsken ofte gehucht
waer staet sekere cappelle, alwaer hijoock seghdete woonen.' Nieuwmoerdus. Jan
schoof de verantwoordelijkheid voor de koop op zijn vrouw, die er 34 gulden voor
had betaald. Een week of zes later, terwijl de pantoffelheld afwezig was, zijn drie
mannende koe komen ophalen en hebben ze via Putte naar Steenbergen gebracht,
waar ze gestolen was. De gedupeerde was zijn geld en zijn koe kwijt.
Duistere praktijken
Een paar jaar voordien was voornoemde Anthoni van Hees ten huize van Schepers
geweest. Uit zijn kist had hij toen 'seker figure hebbende handen, voeten, oogen,
ooren etc. als geproportioneert in forma van een seer clijn kindt, behalve hebbende
swart gecrolt haier gelijck eenen ouden man' te voorschijn gehaald. Blijkbaar zijn
amulet. Tegen het postuurken had hij gezegd: 'Ha manneken'. Daarop had Anthoni
een huiveringwekkende schreeuw gehoord, zonder te weten of die kreet van
Govaart of van de pop afkomstig was. Daarop was hij 'seer vervaert' er vandoor
gegaan.
Aan dezelfde Anthoni had Govaart onlangs gevraagd: 'Hoe danigh gaet het met u?'
Deze haalde mistroostig de schouders op: 'Hoe soude het gaen? lek hebbe qualijck
broodt in huijs om te eten.'
Schepers trachtte hem te verleiden: 'lek hebbe alles: broodt, vleesch, boter, speek,
bierende alles hetgeneden hemelgeven can. Compt en gaet met mij, ick sal u oock
alles thuys doen hebben wat gij wilt ende den hemel geven can.
Anthoni vond het risico te groot: 'lek en soude dat niet willen doen. lek soude wel de
eerste rijse [keer] connen achterblijven. Gij soudt mij wel soo verre lijden, dat ick niet
meer en sal t'huys comen.'
Schepers verzekerde: 'Gij en hebt geenen noodt als ick bij u ben. Ick sal tijdts
genoeygs gewaerschaudt worden, als ick bij mij hebbe mijn dingenske [fetisj], ten
waere datse mij onvoorsints eenen cogel door den cop schooten.' Dat scheelde niet
veel bij het volgende incident.
Aanslag op de schout
St-Lucia werd reeds eeuwen speciaal vereerd in Nieuwmoer. Joris Laerhoven, voor¬
malig pastoor van Kalmthout, daarna pastoor van Roosendaal en landdeken van
Bergen op Zoom, dacht zelfs in zijn visitatierapport van december 1606 dat de H.
Lucia patrones was van Nieuwmoer. Hij vergiste zich, de kapel was aan O.-L.-Vrouw
gewijd. In ieder geval trok St-Luciadag elk jaar een massa bedevaartgangers,die de
relikwie kwamen vereren.
Op vrijdag 13 december 1715 was een capucijn uit Antwerpen naar Nieuwmoergekomen om er de feestpreek te houden. Na het lof ging schout Johan Leppenseen
pint drinken bij Govaart (Mathijs) de Rijck, wonend tussen de kapel en de pastorie.
De winteravond viel vroeg in. Toende schout met de pater aanstalten maakte om te
vertrekken, ging Schepers met een musket gewapend hem achterna. Aan de jon¬
geren die daar rondslenterden beval hij: 'Maeckt ulle wegh!' Dan bedreigde hij
Leppens: 'Mijnheer schoutet, vertreck oft maeckt u van hier. Gij en sulter niet langh
rijden ofte ick schiet u dat gij duyvels wort.'
Daarop zei de brave pater capucijn tot de schout: 'Attacqueert hem!' Deze wendde
zijn paard, trok zijn pistool uit het zadel en reedzijn belager achterna. Schepers ver¬
stopte zich in het duister achter de heg van de reeds genoemde Jacob Mous. Twee
tot driemaal schouderde de woesteling zijn roer om te schieten, tot de eigenaar hem
wegjoeg: 'Gaet wegh van mijn huys. lek en hebbe geen rusie van doen.' Mous ging
naar binnen, keek door het venster en hoorde verscheidene schoten in het wilde
weg. Gelukkig werd niemand geraakt. Was het te donker of was het de bedoeling
eerder schrik aan te jagen? Als om geen misverstand te laten, riep de dader uitda¬
gend: 'Mijnheer den schouthet, ofte dat gij niet en wist wie dat daer naer u
geschoten heeft, dat doet Govaert Janneken Schepers.' Na een goed half uur kwam
Govaart weer bij De Rijck binnen met een vierroer oft musquette, zeggend: 'lek
hebbe naar Jan Leppens ofte naer den heere schoutet geschooten.'
Merkwaardigdat er niet meteen werk van gemaakt is om de roekelozeschutter inte
rekenen.
Inbraak te Essen
Zondagmiddag 19 juli 1716 om 2 u hadden Marijn Dingemans en echtgenote
Corrtelia(Jan) van Dorst hun huis Over d'Aa in Essen op slot gedaan. Zij wandelden
tot bij buurman Jan (Jan) Mutsaerts en diens vrouw Maria Lambrechts, een gezin
met acht kinderen. Ook was daar Ida (Jacob) van Turnhout. Ze zaten allemaal
gezellig te buurten, toen Govaart Schepers binnenzeilde, vreemd aangestoten veel
dikker dan normaal. Zijn broek zat zo volgepropt, dat er enig wit linnen onderaan
uithing.
De vrouwen onder mekaar merkten meteen op : 'O Heer, hij heeft gestolen.'
Cornelia antwoordde : 'Hij magh mij bestooien hebben, want mijn huys staet leegh'.
Zij was er toch niet gerust in, want dadelijk keerdezij met haar man naar huis terug.
Ze ontdekten een groot gat in de lemen achterwand van de koestal, aanpalend aan
de woning. De deur tussen stal en keuken stond open. Zij wist zeker dat ze die met
een grendel had gesloten. Het ijzer was erg verbogen en bengelde aan één kram.
Een deur van de brasse [rommelkas] lag op de vloer. Verdwenen waren twee fluwijnen,
een witlinnen halsneusdoek, meer dan drie pond gesponnen linnengaren.
Zij ging terug naar Mutsaerts, waar de onbeschaamde dief nog altijd aanwezig was,
en zegde tegen haar buurvrouw: 'O Marie, ick sijn bestooien.
Deze wees naar de dader: 'lek weet het genoegh, hij heeft seeckerlijck u goet
gestolen, want de kanten hangen uyt sijn broeck.'
Cornelia meende te vertrekken, toen zij op de drempel bij haar voorschoot werd
gegrepen. Govaart sleurde haar terug, zwaaide met een stok in de lucht en riep: 'Gij
heicx, gij toovenaeres ende gij hoer, seght gij dat ick u goet gestolen hebbe?' Onder
vloeken en scheldwoorden schopte hij haar de deur uit. Buiten gekomen bedreigde
hij haar met een bloot mes boven het hoofd. Zij maakte dat zij wegkwam.
Intussen had Jan Mutsaerts hem bij zijn kleren tegengehouden. Schepers zegde:
'Neemt gij het voor haer op?' en sloeg hem met beide vuisten op de borst.
Jan antwoordde rustig : 'Ick en hebbe met geen rusie van doen.'
De woensdag daarop bracht Govaarts moeder, Anna Vergouwen, de bundei
gestolen linnen terug bij Cornelia met de woorden: 'Och Lievenheer, Neel, daer is u
goet wederom, hetgeen wort geseyt, dat Govaert soude gestoolen hebben. Ick
hebbe dat gehaelt uit het huysken van Govaert. En wilt hem toch niet beswaeren
[beschuldigen].' Nochtans legden de twee gezinnen aanstonds een klacht neer bij
de schout.
Bijenzwerm te koop
Eind augustus 1716 had Govaart Schepers een bijenkorf geroofd op de heide te
Zundert. De eigenaar-pachter Jacob Vergouwen volgde het voetspoor van de dief
tot aan het huis van Willem Schepers op Steenpaal. Midden in de nacht was
Govaart bij zijn halfbroer binnengevallen met de melding: 'Ick hebbe een biestock in
een boschwijde weghgesteken. Waert saeken dat gij hem vont, en wilt mij niet verraeden. Wij sullen der saemen mede doen.'
Daarop had Willem bitsig geriposteerd: 'Doet hem van mijnen grondt aff ofte ick sal
hem op de heyde smijten.'
Devolgende dag was de bovenvermeldeJacob Mous,een bekend imker,werkzaam
in het moerveld de Helle, toen Govaart bij hem kwam met de bewuste bijenkorf: 'Ick
ende Willem Janssen Schepers met royden Jan hebben elck eenen biestock
medegebrocht. Wilt gij den mijnen coopen? Willem is met sijnen gevlught naer
Steenpael.'
Jacob weigerde: 'lek en wille hem niet coopen, alwaert saecken dat ick hem wiste
te crijgen voor een dobbeltien.'
Govaart vervolgde: 'Ist saecken dat gij wilt eenighe biestocken weghvoeren, ick
salder soo veele aenwijsen als gij begeert ofte den honinck in tonnen doen. Soo gij
wilt, daer staender aent Wasvelleken [veldje] een schoon partye wel van vijftigh ofte
sestigh.'
Nog altijd hapte Mous niet toe. Schepers bleef aandringen: 'Ick sal hem aen een
gulden [20 stuiver] oft vijfthien stuyvers aan u minder geven als aen een ander.'
Jacob besloot: 'Ick en wil hem niet.' Hij betrouwde het zaakje niet, omdat hij goed
wist dat de andere noodt [nooit] bijen had gehouden.
Daarop is Schepers weggegaan. De korf bleef in de bijenhal van Mous staan, tot die
enige dagen later werd opgehaald door Joos (Adr) Greefs. Deze had er 2 gd voor
betaald plus 1 gd voor het verteer. Hij moest zich nadien ook komen verantwoorden
voor de schout. Govaart had hem wijsgemaakt dat hij de zwerm had gevangen
ergens bij een sluisje. Pas nadien hoorde Greefs dat het om gestolen goed ging.
Afloop onbekend
Het feit dat er zo 'n zwaar (letterlijk en figuurlijk) dossier tegen Schepers is
opgesteld, bewijst dat er van buitenaf druk is gezet op het gerechtelijk apparaat, om
eindelijk eens in gang te schieten. De dief graaide waar en wanneer het hem te pas
kwam, pronkte met zijn heldendaden, schuwde geen leugen of geweld. De maat
was vol, het recht moest zijn loop hebben. Jammer genoeg ontbreekt tot dusver elke
verdere informatie. In de schepenakten en parochieregisters van de Heerlijkheid
wordt hij van dan af doodgezwegen. Alleen vernemen we dat Govaarts tweede
vrouw (of weduwe?) Cornelia Luyckx op 2 september 1718 te Nieuwmoer een
onwettig kind ter wereld bracht van haar schoonbroer. Dat belette Jan (Jansen)
Schepers niet om veertien dagen later te trouwen met Maria (Corn) Boeren.
Mogelijk is Govaart (Jansen) Schepers naar het buitenland gevlucht. Het is evenmin
uitgesloten dat hij werd overgedragen aan de gevreesde Roode Roede van de
provoost-generaal der Nederlanden, Carlos Rodriguez Agras. Deze liet door zijn
gewapende manschappen in heel het land misdadigersen ander gespuis opsporen,
opsluiten, vonnissen, geselen, brandmerken, verbannen en eventueel terecht¬
stellen.
Louis Vercammen
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Godefridus Janssen Willemsen Schepers | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(1) 1706 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Adriana Cornelissen Brouwers | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(2) 1707 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(3) < 1710 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(4) 1710 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Cornelia Antonissen Luijcken | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||