Kind(eren):
Gevlucht naar Londen ivm godsdienst
De Londense gemeente deed haar best aan de vraag te voldoen, ook al hadden ze kort geleden hun ervaren predikant zien vertrekken naar Gent. Op 21 september 1578 besloot men tot een nieuwe 'spoedopleiding' van enkele kandidaten:
'Was gesproken van de middelen om eenige proponenten te vervoorderen tot oeffeninge om bequaem te maken tot beroepinge ende sendinge in den dienst des Nederlands ende goetgevonden de bequaemste tot oefeninge der proposicien te beroepen, insonderheyt: Jan Davelu, Geraert Platteel, Jan Selosse ende J. van Roo, Jan van der Beke, ende te maken dat men tweemael ter weken proponerde ende middelen soecke tot wat onderhouts om haeren huysnoot te hulpen te comen18.
Opnieuw waren de proponenten mensen met een ambachtelijke achtergrond. Jan Davelu was passementwerker (orris-maker) in de Queens Wardrobe evenals Jan Soillot. Jan van der Vliet, een in juni 1579 genoemde proponent, was een houtsnijder of graveur uit Antwerpen19. Gerard Platteel was een eenvoudige leerbewerker20. Jan van Roo uit Kortrijk was wever van beroep, Jan van der Beke uit Brugge tenslotte was de zoon van de gelijknamige gezant van de Nederlandse gemeente naar de prins van Oranje in 1572, die later pensionaris van de stad Vlissingen werd21. Het proponeren bezorgde sommigen van hen problemen. Platteel ontving ter ondersteuning sinds 11 januari 1579 twee pond sterling per maand22. Jan Soillot ondervond jaloezie van zijn collega's bij de Wardrobe:
Gerard Platteel vertrok na een beroep van de gemeente te Blankenberge in Vlaanderen28.
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.