Hij is getrouwd met Trijntje Kolder.
Zij zijn getrouwd op 4 maart 1886 te Velsen, Nederland, hij was toen 27 jaar oud.
Kind(eren):
Arie is een telg uit een roemrucht Helders zeemansgeslacht en was, tot zijn spijt, zelf geenzeeman. Hetgeen niet wil zeggen dat hij geen innige relatie met de zee onderhield. Hij leidde gedurende vele jaren een visexportbedrijf, was zeeloods en kreeg als zodanig gelegenheid te over voor hetmaken van zeereizen in Europese wateren. Hij was een merkwaardig man, enorm vitaal en met een veelheid aan belangstellingen. Behalve voor de zee, ook voor tekenen en schilderen, fotograferen, documentair filmen en het opbouwen van een indrukwekkende discotheek van opera’s en klassieke muziekwerken. Een groot lezer van maritieme boeken en een uiterst vlot (en boeiend) briefschrijver. Tenslotte een hij man met een diep respect voor hetgeen zijn varend voorgeslacht op alle wereldzeeën presteerde.
Op zijn 13e jaar maakte Arie zijn eerste zeereis op een zeilschip. Een reis van drie jaar! In de jaren daarna rondde hij verscheidene malen de Hoorn, om op z’n 23e bij de zeilvaart af te nokken en over te gaan naar de stoomzeilvaart. Zijn eerste reis met de ‘Koning der Nederlanden’ was een drama. Op 4 oktober 1881 werden de 213 zich aan boord bevindende bemanningsleden en passagiers door een enorm lawaai opgeschrikt. De schroefas was gebroken en het 115 meter lange schip maakte water. In de uren daarna zonk het schip langzaam naar de bodem. Het schip stond onder commando van 1ste stuurman C. Drooglever Fortuyn en bevond zich in de Indische Oceaan op een afstand 432 Engelse mijlen verwijderd van de Chagos-eilanden. Zes sloepen en een giek werden te water gelaten. Al spoedig werd het buiig weer, met gevolg dat de sloepen uit elkaar dreven. Drie ervan, met in totaal 90 opvarenden, zou men nooit meer terugzien. Op dee zevende dag werd door Arie in de stuurboordsloep no. 1 als eerste het Britse ss ‘Wyberton’ gepaaid. Zijn kreet ‘een zeil!’ brak eindelijk de ondragelijke spanning onder de overlevenden. Er werd, nadat men in veiligheid was gebracht, langdurig naar de uit het zicht geraakte sloepen gezocht. Zonder resultaat.
Het zeemansleven in die jaren was een hard bestaan, óók voor loodsen, wat niet wegneemt dat wat Arie betreft ook de romantiek niet ontbrak. Op een dag – toen Arie loodsleerling was in IJmuiden – stond hij met een maat op wacht bij en wachthuisje van het Loodswezen. Er verschenen toen een dame met twee heren die in ’t Duits informeerden of ze naar de overkant konden worden gebracht. Arie sprak een redelijk mondje zeemans-Duits, wees op de jol die bij het wachthuisje lag, en nodigde het drietal uit in te stappen. Aldus geschiedde. Aan de overkant gekomen sprong de maat van Arie als eerste uit de jol, nam de deftige heren om de beurt op zijn rug zodat die niet over hun knieën door het water hoefden te waden, en kreeg ze droog aan wal. Intussen zat Arie alleen met de beeldschone jonge vrouw in de jol. Arie vroeg nog of zij er bezwaar tegen had dat hij haar in de armen zou nemen. Dat had ze in het geheel niet en Arie tilde haar op en zette haar veilig aan de kant. Haar dankbaarheid kende geen grenzen en gaf beide loodsleerlingen een mooi zilverstuk. Een Oostenrijks geldstuk. Wie beschrijft echter de verbazing van beide jonge mannen, toen enkele dagen later berichten in de kranten verschenen, vermeldend dat Keizerin Elisabeth van Oostenrijk-Hongarije, de vrouw van Keizer Fransz Jozef, een strandwandeling van Zandvoort naar IJmuiden hadgemaakt. Aldus de even korte als onvergetelijke relatie die bestaan heeft tussen de onsterfelijke ‘Sissi’ en Arie de Graaf. Wat het geldstuk betreft, de vrouw van Arie heeft het nog jaren als broche gedragen.
Bron: http://www.mijn-genea.nl/genea/member/de-graaf/francijntje-de-geus/1889999
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Arie de Graaf | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
1886 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Trijntje Kolder | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.