(1) Hij is getrouwd met Christina Elisabeth Harmsen.
Zij zijn getrouwd op 12 november 1941 te epe, hij was toen 57 jaar oud.
(2) Hij is getrouwd met Christina Elisabeth van Daalen.
Zij zijn getrouwd op 28 april 1923 te 's-Gravenhage, hij was toen 39 jaar oud.
Het echtpaar is gescheiden.
Beter bekend als de dichter Geerten Gossaert
erretson studeerde sinds september 1906 te Utrecht. Hij volgde er colleges wijsbegeerte bij prof. B.H.C.K. van der Wyck over Socrates en Plato en raakte er vertrouwd met de socratische methode. In Utrecht leerde hij P.H. Ritter jr. kennen, met wie hij een levenslange vriendschap zou onderhouden, en Marcellus Emants, met wie hij overwoog samen een roman te schrijven. Van december 1906 tot oktober 1907 verbleef hij in de Verenigde Staten en Mexico, waar hij rondzwierf en lessen Latijn gaf op een Public High School te El Paso (Texas). Na terugkeer naar Europa in oktober 1907 vestigde hij zich te Brussel voor de studie sociologie aan het Institut Solvay. Hij was er leerling van prof. Emile Pierre Clement Waxweiler. In 1911 legde hij aldaar 'avec distinction' het doctoraal examen in de sociale wetenschappen af. Naar eigen zeggen promoveerde hij op 11 januari 1917 te Heidelberg op een ongepubliceerd gebleven proefschrift Die Funktion des Staates und die Wirtschaftsform bei den niederen Jägervölkern, onder promotorschap van prof. Eberhard Gothein. Hij werd ambtenaar aan het toenmalige Ministerie van Koloniën. Op 1 augustus 1917 trad hij in dienst van de Bataafsche Petroleum Maatschappij (BPM), alwaar hij optrad als de secretaris van Henri Deterding en Hendrikus Colijn.
Gerretson reisde in 1919 voor de BPM naar Nederlands-Indië, China, Korea, Japan, Venezuela, Mexico en de Nederlandse Antillen. In 1925 werd hij aan de Rijksuniversiteit Utrecht benoemd tot bijzonder hoogleraar in de geschiedenis van Nederlandsch-Indië, vergelijkende koloniale geschiedenis en volkenkunde van Nederlandsch-Indië en van 1938 tot 1954 ook als buitengewoon hoogleraar in de constitutionele geschiedenis van het Koninkrijk.
Van 1925 tot 1934 was hij lid van de Nationale Unie, waarvan de laatste twee jaar als voorzitter. Hij bekleedde aansluitend, van 1933 tot 1934 het voorzitterschap van het Directorium van de Corporatieve Concentratie. In hoeverre Gerretson kan worden beschouwd als een fascist valt lastig eenduidig te zeggen. In ieder geval beschouwde Gerretson zichzelf een tijdlang als fascist. Dr. A.A. de Jonge zegt er het nodige over.[1] Ook prof. dr. L. de Jong beschouwde Gerretson als een fascist.[2]
Hij behoorde, samen met P.N. van Eyck en Pieter Geyl, tot de redactie van het tijdschrift Leiding (1930-1931). Daarnaast werkte hij mee aan Ons Tijdschrift (1911-1914) en Dietsche Stemmen (1915-1917).Verder was hij in de loop der tijd medewerker van De Beweging, Polemios, Roeping en De Groene Amsterdammer.
Gerretson was ook een exponent van de Utrechtse conservatief-koloniale stroming in de CHU. Daarmee stond hij aan de rechterzijde van deze partij. Hij bestreed zowel de Indië-politiek van de naoorlogsekabinetten als de steun die Tilanus daaraan gaf. Ook bestreed hij het door zijn partijgenoot Kernkamp tot stand gebrachte Statuut voor het Koninkrijk. Hij was een aanhanger en uitdrager van de Groot-Nederlandse gedachte. Net als Professor Geyl steunde hij de Vlaamse Beweging. Gerretson was van 1951-1956 lid van de Eerste Kamer voor de CHU. Zijn vader Bartholomeus Johannes Gerretson was tussen 1913 en 1925 lid van de Tweede Kamer.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Frederik Carel Gerretson | ||||||||||
(1) 1941 | ||||||||||
Christina Elisabeth Harmsen | ||||||||||
(2) 1923 | ||||||||||
Christina Elisabeth van Daalen | ||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.