Hij is getrouwd met Annetje Cornelisdr. VLIET,VAN.
Zij zijn getrouwd op 20 mei 1675 te Stompwijk, ZH.Bron 3
Zij zijn getrouwd op 21 mei 1675 te Nootdorp, ZH.Kind(eren):
In het dorpje Nootdorp woont en werkt Maarten Jacobsz. van den Ende als meesterschoenmaker. Dat 'meester' heeft te maken met de oude gilden. Als iemand een vak wil leren, wordt hij in de leer en meestal ook in de kost gedaan bij een zelfstandig gevestigd vakman: een meester. Hij wordt dan leerling en later gezel. Na verloop van tijd, kan hij zelf meester worden.
Maarten beoefent zijn vak van schoenmaker in een huis dat hij in 1686 gekocht heeft en dat naast zijn ouderlijk huis ligt. Het vak van schoenmaker moet letterlijk opgevat worden. Tegenwoordig repareert een schoenmaker voornamelijk schoenen, maar in die tijd worden schoenen nog met de hand en op bestelling gemaakt. Naast de schoenmakers Maarten van den Ende en zijn zwager Pieter Hogeveen wonen en werken er in 1680 in Nootdorp dan ook nog twee schoenlappers: Andries Hendricks, onvermogend met 3½ gezinslid en Jan Ariëns, ook onvermogend met vier gezinsleden.
Het eerste dat we van Maarten weten is dat hij op 3 mei 1675 in Stompwijk in ondertrouw gaat. Zijn bruid is Annitge van Vliet. Het aardige van deze ondertrouwakte is dat zowel Maarten als Annitge hun handtekening op het document gezet hebben!.
Na de drie afkondigingen op 5, 12 en 19 mei komt op 20 mei de attestatie (bewijs van overschrijving naar een andere gemeente) af zodat ze buiten Stompwijk, - in Nootdorp -, kunnen trouwen. Wat op 21 mei daaropvolgend gebeurt. De tekst van de trouwakte is bewaard gebleven:
"Wij Jacobus Brand Schout en Ingedorus Croneveen ende Willem Jans van Slote Schepenen in Nootdorp oirconden.
dat op huijden voor ons verschenen ende gecompareert sijn Maerten Jacobz van den Ende wonende tot Nootdorp J.M. als bruijdegom ter eenre ende Annetje Corns van Vliet J.D. wonende aan de Veenwegh in Tedingerbrouck sijne bruijd tet" andere sijde te kennen gevende dat sij malkanderen wederzijds trouwe belofte hadden gedaan gevende over sulks hij Bruijdegom aan de voorn. sijne Bruijd sijne mannelijke trouwe ende wederom sij bruijd aan hem Bruijdegom hare vrouwelijke trouwe. Belovende malkanderen niet te sullen verlaten om lieffleet off om enigerhande saken maer trouwe ende gelove te houden totdat Godalmachtig de een van de ander Metterdood sal scheiden ende ondertussen eerlijck ende Godsalig metten andere te sullen leven in alle liefde ende eendracht sulks wettige echtgenoten betaemt. Ende ten einde alle t gunt voor ons is geschiet des te bundiger (?) magh werden gehouden hebben wij Schout ende Schepenen voornoemt naer dat ons bij attestatie van de Secretaris alhier als van de secretaris van den Banne van Stompwijck waeronder Tedingerbrouck resorteert gebleken was dat de drie behoerl. ende achter den anderen volgende Sondaegse proclamatien des huywelics onverhindert ende sonder enige oppositie waren gegaen/ den voors. personen met den anderen in den H:egheen staet des huywelicx bevestight op den XXI Meij 1675".
Merkwaardig is dat op deze huwelijksakte de handtekening van Maarten ontbreekt. Waar ze dan zijn gaan wonen is nog onduidelijk, maar waarschijnlijk gewoon in Nootdorp. In het kohier van 1680 komen we hen in ieder geval tegen: "Maarten Jacobsz. van den Ende, schoenmaker hebbende een knecht inwonend zijn eigen kost doende, drie personen ". Twee conclusies zijn uit deze notitie op te maken. De eerste is dat Maarten en Annigje nog geen kinderen ouder dan vier jaar hebben. En verder staat er geen opmerking in het kohier over zijn welstand: Maarten heeft op dat moment dus in ieder geval minder dan f 1000,= vermogen. Wellicht zijn de zaken toch goed gegaan, want in 1686 koopt hij een huis. Op 20 mei 1686 vindt het transport plaats van een huis, een boomgaard en een schuur, welke Maarten op 3 januari 1686 voor f 650,= gekocht heeft van Claes Jacobszn. Verheul, die getrouwd is met Petronella Leenderts van Eeckelenburgh weduwe van Adriaen Janszn. Schenk. De grond en de opstallen worden feitelijk gekocht uit de erfenis van Adriaen Schenck. Blijkens het kohier van 1680 was Arie Jansz. Schenk in leven bakker, kapitalist en had hij 5½ gezinsleden.
Hoe groot het perceel precies is, weten we niet. Voor de verponding, wordt Maarten aangeslagen voor één hond (dat zijn honderd roeden). Voor het molen- en sluisgeld wordt hij echter aangeslagen voor vijfentwintig roeden. Maarten betaalt voor het geheel tweehonderd gulden in contanten plus 16 gulden en 5 stuivers aan rantsoen, dat zijn opcenten, een soort belasting dus. De rest 450 Carolusguldens moet hij, volgens de "schultrentebrief" met 3% rente voldoen in twee termijnen, namelijk op 1 mei 1687 en 1 mei 1688.
Zijn ene buur is dan zijn moeder, de andere is de chirurgijn (heelmeester, plattelandsdokter) Hendrick Brouwer, die om onduidelijke redenen jaarlijks één gulden aan Maarten moet betalen.
Annitge van Vliet(h) is de dochter van Cornelis Davitsz. van Vliet(h), die woont in het eerste huis aan de Groeneweg in Zoetermeer vanaf Delft gerekend. Althans tot 1674 woont Cornelis van Vliet daar, maar in dat jaar wordt zijn huis samen met nog 54 andere huizen afgebroken om de bedijking van de Driemanspolder in Zoetermeer mogelijk te maken. Hij zet dan zijn turfgraverij voort in de polder van Tedingerbroek, waar hij overigens al sinds 1653 slagturfde. De moeder van Annitge is Annetje Cornelisdr. van Veen uit Leidschendam.
Op 25 juni 1652 zijn zij, Annetje Cornelisdr. van Veen en Cornelis van Vliet(h), in Stompwijk met elkaar getrouwd. Zij krijgen twee kinderen (volgens hun testament van 4 oktober 1669): Davit en Annitge. De geschiedenis van de familie Van Vliet(h) gaat terug tot het jaar 1553, wanneer een zekere Andries Dirickz in het kohier van de Tiende Penning van Zoetermeer wordt vermeld.
Op 25 juli 1708 laten Maarten van den Ende en Annitge van Vliet een wederzijds testament opmaken bij notaris Simon Berckel in Zoetermeer. Tot voogden van hun kinderen worden benoemd Rochus Dircxzn. van Willigen Langerack, de zwager van Maarten en echtgenoot van zijn zuster Neeltgen, en David van Vliet, de broer van Annitge. Met het benoemen van voogden, sluit je in die tijd de inmenging van de Overheid in de vorm van de Weeskamer uit. We zullen dit verschijnsel nog heel wat keren tegenkomen.
Op 22 mei 1724 wonen zij nog steeds in hetzelfde huis. Dat blijkt uit een koopakte van die datum, waarbij het perceel aan de oostzijde van hun huis van eigenaar wisselt. Op 4 april 1726 overlijdt Maarten. Op 17 juni daaropvolgend verkoopt zijn weduwe, die dan in Pijnacker woont, haar huis, erf en tuin in Nootdorp aan Cornelis van Muijen. Vermeld wordt dat het perceel voor één hond te boek staat en dat er vroeger "een plancke huijsje " (dus toch een houten huis?) op heeft gestaan.
Op 28 mei 1731 woont Annitge van Vliet onder (d.w.z. in het gebied van) Wateringen. In dat jaar leent zij aan Arij Dircksz. van Santen een bedrag van tweehonderd Carolus guldens tegen 4% rente per jaar. Zij is dan dus al minstens 75 jaar en dan nog geld uitlenen.
Zij overlijdt te Quinsheul, Monster Ambacht op 22 november 1736. Dit dorp viel onder de parochie Wateringen zodat we kunnen aannemen dat zij daar begraven is. Om welke reden zij op haar oude dag naar Wateringen is getrokken laat zich raden. Vermoedelijk verbleef zij bij een nog niet genoemde dochter Catharina.
Maarten en Annitge krijgen vier of vijf kinderen.
Hun oudste zoon heet Arie (Adrianus). Hij vertegenwoordigt de rechte lijn van de afstamming en over hem zal het volgende hoofdstuk gaan.
De tweede zoon heet Jacob. Op 12 januari 1721 huwt hij met Mechtilda Pietersdr. Lelijvelt. Hij overlijdt op 26 juli 1746 in Nootdorp.
Van hun derde kind, Cornelis, weten we dat hij is geboren in Nootdorp en huwt met Susanne Ghiele van de Krogt. Zij krijgen vier kinderen: Maria (gedoopt 27 november 1721), Maria (gedoopt 7 juli 1724), Catharina (gedoopt 1725) en Cornelis (gedoopt 27 mei 1728).
Het vierde kind van Maarten en Annitge, Maria, huwt op 5 februari 1730 in Nootdorp met Jacobus Roele van Aelsburg. Jacobus is weduwnaar van Comelia van der Knaap en komt uit Hondsholredijk. Waarschijnlijk heeft Jacob van Aelsburg, voordat hij naar Nootdorp vertrekt, zijn huis in Naaldwijk te koop gezet, want op 24 december 1729 koopt Arie van den Ende, zijn toekomstige zwager, dit huis met erf en tuintje in Naaldwijk. De verkopers zijn formeel de erven "Van der Knaap".
Jacobus Aelsburg blijkt twee kinderen uit zijn huwelijk met Comelia van der Knaap te hebben. Uit het huwelijk met Maria van den Ende is maar één dochter bekend: Joanna, geboren op 13 februari 1731. Peter en meter bij de doop zijn Arie Maartensz. van den Ende en Cathrijn van den Ende. Arie zal de broer van Maria zijn, maar wie Cathrijn is, blijft nog onduidelijk.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Maarten Jacobsz. ENDE,VAN DEN | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
1675 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Annetje Cornelisdr. VLIET,VAN | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Stamboom W.H. van den Ende te 's-Gravenzande
Stamboom W.H. van den Ende te 's-Gravenzande