Als dienstplichtige voor de Franse overheid stond Jacob genoteerd als: molenaarsknecht te Oud-Beijerland, ogen blauw, wenkbrauwen blond, voorhoofd normaal, neus groot, mond groot, kin rond, gezicht ovaal, gelaat bleek, lengte 1,766 m.
Beurtschipper van Middelharnis naar Rotterdam, daarna molenaar te Mijnsheerenland en te Ooltgensplaat. In 1817 ruilde zijn vader Arij als eigenaar van de molen te Ooltgensplaat deze voor de molen van Middelharnis. Jacob vestigde zich toen met zijn gezin als molenaar te Middelharnis.
Mede-erfgenaam van zijn tante Anna Overwater a). In 1814 met attestatie van Strijen naar Ooltgensplaat. In 1814 ontving hij een zilveren herinneringspenning voor zijn moedig gedrag bij het verdrijven van de Fransen uit Ooltgensplaat. b).
Hij is getrouwd met Dirksje van Rossum.
Zij zijn getrouwd op 20 april 1815 te Dirksland, hij was toen 25 jaar oud.
Kind(eren):
De onderscheiding van Jacob Overwater
Ooltgensplaat 1813
Na de Bataafsche Republiek (1795-1806) en het Koningrijk Holland c) (1806-1810) werd Nederland een onderdeel van het Franse Keizerrijk (1810-1813). De slag bij Leipzig in oktober1813 leidde het begin in van de terugtocht der Fransen. In ons land begon het vertrek der Franse troepen op 21 november en pas in april 1814 werden de laatste vestingen ontruimd.
In de tijd van het Koningrijk Holland werd de vesting van Ooltgensplaat aangewezen als plaats voor terugtrekking voor de bezetting van het eiland Goeree en Overflakkee en van Hellevoetsluis. Bij het havenhoofd werd het fort Duquesne ingericht, later Prins Frederik genaamd. Dit fort was een onderdeel van de beheersing van de scheepvaart van Holland naar Zeeland, Brabant en Antwerpen.
Op 4 december 1813 zouden de dijken van het eiland door de Fransen worden doorgestoken, maar op deze dag werden de luitenant en zijn 26 Franse mariniers op het fort overvallen door een 22-tal Hollanders, bestaande uit dienstplichtige kustkanonniers en enkele burgers. Zij drongen door in het wachthuis, maakten zich meester van de geweren, en namen de wacht gevangen. De generaal Rostolland, bij toeval aanwezig, werd ook gevangen genomen.
Van de andere Franse troepen op het eiland liep een Pruisisch deel over naar de Hollanders, maar de plaatselijke commandant met ongeveer 10 offcieren en 100 manschappen stelde zich op voor gewapende tegenstand. Twee officieren werden naar Oude Tonge gezonden om vandaar hulp te zoeken voor versterking uit Bergen op Zoom. Jacob Overwater, molenaar van Ooltgensplaat, snelde - na overleg met de maire - te paard naar Oude Tonge, waar hij niet alleen wist te verhinderen, dat de Fransen konden vertrekken om hulp te halen, maar ook bereikte, dat zij gevangen werden genomen. Na plaatselijke onderhandelingen werden de vijandelijkheden gestaakt en kregen de Franse troepen een vrije aftocht.
Aan de maire (burgemeester) J. van Putten en de burgers J. Overwater, J. van Rossum en F. Booss werd elk een zilveren gedenkpenning toegekend met aan de ene zijde de tekst: Voor Moed en Vaderlandsliefde en aan de keerzijde: Duquesne 4 Dec. 1813.
Met een begeleidend schrijven van 15 mei 1814 ontving Jacob Overwater als waardering voor zijn diensten de gedenkpenning van "De Commissaris van Zijne Koninglijke Hoogheid in 't district Brielle namens de Souvereine Vorst" (de latere Koning Willem I). In een uitgebreide brief schreef Jacob aan de Commissaris over zijn belevenissen in 1813 en verzocht hem zijn dank voor het geschenk over te brengen aan de Vorst.
Op 20 december 1817 verleende de koning d) aan de onderscheiden personen vergunning tot het dragen van de verleende medaille, op voorwaarde dat deze werd gedragen aan een oranje, wit en blauw lint. Jacob ontving van dat besluit een gewaarmerkt afschrift.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Jacob Overwater | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
1815 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Dirksje van Rossum | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.