Hij is getrouwd met Anna van Alen,.
Zij zijn getrouwd op 11 mei 1922 te Rotterdam, hij was toen 26 jaar oud.
overleden te Schiedam, plotseling, na een hartaanval.
Franciscus Johannes Antonius Sondermeyer was van beroep procuratiehouder, aannemer, makelaar en taxateur. Omdat zijn vader boven de boeken van zijn aannemersbedrijf in de koolmonoxide gestikt was moest hij reeds op 23-jarige leeftijd de zaak overnemen. Hij werd daarbij geholpen door Jan van der Cammen (die met een zus van vader of moeder getrouwd was). Na een jaar van inwerken zocht hij (wonende in de Witte de With straat) zijn vriendin Annie (wonende op de Rotterdamse beurs boven het Pools Koffiehuis) weer op. Met zijn vrouw Anna van Alen gaan ze in een huis aan de zwarte paardenstraat wonen, een pand dat van hem was maar waar al drie gezinnen in woonden die eerst andere woningen moesten krijgen. In 1930, met de geboorte van Toos moest hij in het oude Franciscus opgenomen worden vanwege zijn pleuritis, waaraan hij geopereerd is en waarvoor hij in een sanatorium heeft gelegen. Het toeval wou dat "zijn zaak" op dat moment het nieuwe Franciscus ziekenhuis aan het bouwen was. Hij was na drie jaar, met de geboorte van Hans, weer hersteld. Omstreeks 1932 verhuizen ze naar Nassaulaan 51, een vrij huis. In 1942 wordt andermaal verhuisd naar de Schoolstraat 9. Hij was lid van de Luchtbescherming. Bij de razzia's is de schoolstraat vergeten, de Nassaulaan werd echter wel doorzocht en hier zaten Jan, Frans en diens leraar Werner ondergedoken. Bob werkte toen ondergedoken bij zijn aanstaande schoonouders in de Limburgse mijnen en Karel zat in Bergen op Zoom op het klein Seminarie. Vlak voor de priesterwijding van zijn zoon Hans moest bij hem een nier verwijderd worden omdat deze door zijn grootte de darmen dichtdrukte. Als alleen Jan en Jos nog thuis zijn wordt naar een ander adres in de Nasaulaan verhuisd.
Als aannemer heeft hij voors en tegens gekend, zoals een plotseling invallende vorst nadat hij een kerkvloer had laten storten (dez moest dus weer verwijderd en opnieuw gelegd worden). Hij had op een gegeven moment ca. 100 man in dienst. Omdat er totaal geen werk en geen hout was voor mensen die niet voor de Duitsers wilden werken blijft hier tijdens de oorlog slechts een persoon van over (die ooit op de zaak gewond geraakt was). Dit trok pas ca. 1947 weer wat aan. Op zijn 67e mocht hij van de dokter (vanwege het verlies van een nier, een long, een slecht hart en een startende Parkinson) tot zijn groot ongenoegen niet meer werken. Zijn sigaartje kon hem echter niet ontzegd worden.
Frans behoorde tot de welgestelde middenstand was sociaal een zeer druk man. Hij was lid van het St Vincentius armenbestuur, het kerkbestuur, collectant en het bestuur van de Schiedamse scholen, penningmeester van de Rotterdamse aannemersbond en mede door zijn nevenfunkties ridder in de Oranje Nassau.
Een leuk verhaal is dat met het sluiten van de huishoudschool zeven naaimachines overbleven die onder het bestuur verloot konden worden. Opa trok nr 2 (een van de beste) en betaalde Fl 100 voor een (toendertijd) goed naaimachien. Thuis aangekomen stelde hij dit als prijs voor de eerste dochter die zou trouwen. Francien {5} dus, hoewel binnen een jaar nog twee kinderen (Riet en XXX) zouden trouwen.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Franciscus Johannes Antonius Sondermeijer | ||||||||||||||||||
1922 | ||||||||||||||||||
Anna van Alen, | ||||||||||||||||||