Getuigen: Johannes van Dintere. Maria Elizabeth van der Pluijm.
De begrafeniskosten bedroegen 3 gulden voor het kleed en 6 gulden Kerkeregt.
Over Jacobus van der Pluijm (geboren 1737):
• In 1781 beklaagt Adriaan Schippers zich dat hij door Jacobus werd ontslagen, na ongeveer een half jaar gewerkt te hebben als boerenknecht, zonder betaald te zijn voor deze werkzaamheden, en dat hij daardoor de komende winter verstoken zal zijn van inkomsten. (Bron: Dussen Oud Rechterlijk Archief Boek 6, 31-7-1790).
• In 1790 beklaagt Petronella van der Pluijm, nadat zij 8 jaar als dienstmaagd had gediend bij Jacobus van der Pluijm, zich erover, dat Jacobus weigert om aan haar over te geven haar kleren die bij hem in huis in een blauw kastje liggen, terwijl ze nu bovendien op punt van trouwen staat met Cornelis de Brouwer. (Bron: Dussen Oud Rechterlijk Archief Boek6, 23 september 1790). Vervolgens wordt er in september geprocedeerd over betalingen die betwist worden en over een gouden ring die volgens Jacobus was geleend en volgens Petronella was gegeven. (Bron: Dussen OudRechterlijk Archief Boek 3, 5 october 1790).
• In 1798 treedt Jacobus op als eiser tegen Willem Berkenbos vanwege een bedrag van 36 gulden vanwege de koop van tomaten van een stuk land (twee morgen van het Pauluszand onder Werkendam) in 1785, hierbij een aantekenboekje met daarin een schuldbekentenis overleggende. (Bron: Dussen Oud Rechterlijk Archief Boek 4, 10-5-1798.).
• Op 10 mei 1798 eist Johanna Schoenmans, als dienstbode van Jacobus, betaling van 31 gulden en 5 stuivers wegens 9 maanden loon. Zij werd inhet gelijk gesteld en kreeg haar loon. (Bron: Dussen Oud Rechterlijk Archief Boek 4, 24-5-1798).
• Op 24 mei 1798 eist Adriaan Kleiberg, die ruim 3 jaar als knecht heeft gediend bij Jacobus en na woordenwisseling uit dienst is geraakt, bijSchout en Schepenen dat Jacobus zijn kist met kleren en goederen overhandigt, hetgeen dan alsnog wordt gedaan.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen