(1) Hij is getrouwd met Maria van Uildriks,.
Zij zijn getrouwd op 19 augustus 1857 te Groningen, hij was toen 25 jaar oud.Bron 3
Kind(eren):
(2) Hij is getrouwd met Pompeja Johanna Diederika Houwink.
Zij zijn getrouwd op 26 april 1895 te Meppel, hij was toen 63 jaar oud.Bron 1
Bekwame archivaris en griffier van de Staten van Drenthe, die als liberaal Kamerlid tot de getrouwen van Kappeyne van de Coppello behoorde en twee keer minister was. Werd in 1871 Tweede Kamerlid voor het district Assen als vervanger van Thorbecke. Behoorde al snel tot de leidinggevende liberalen en werd minister van Justitie in het kabinet-Kappeyne van de Coppello i. Na zijn aftreden staatsraad en Gouverneur van Suriname. Keerde in 1888 terug als Kamerlid voor Emmen en werd opnieuw één van de leiders van de liberale fractie. Maakte verder deel uit van de parlementaire enquêtecommissie naar de toestanden in fabrieken en werkplaatsen. In 1891 minister van Justitie in het kabinet-Van Tienhoven i. Bracht de Faillissementswet tot stand.
liberaal, Liberale Unie; In de periode 1871-1894: lid Tweede Kamer, minister, lid Raad van State, Gouverneur van Suriname
levensbeschouwing: Nederlands Hervormd
partij/stroming: liberaal, Liberale Unie, vanaf 1885
hoofdfuncties :
- advocaat en procureur te Assen, van 5 juli 1851 tot 1 juli 1866
- adjunct-commies Provinciale Griffie te Assen, van 1 januari 1855 tot 1 oktober 1857
- archivaris te Assen, van 1 oktober 1857 tot 1 september 1866
- griffier Staten van Drenthe, van 1 juli 1866 tot 3 november 1877 (op non-actief sinds september 1871)
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 3 maart 1871 tot 3 november 1877 (voor het kiesdistrict Assen)
- minister van Justitie, van 3 november 1877 tot 30 augustus 1879
- ambteloos, van 30 augustus 1879 tot maart 1881
- lid Raad van State, van 25 maart 1881 tot 1 juni 1885 (benoemd bij K.B. van 13 februari)
- Gouverneur van Suriname, van 30 juli 1885 tot 18 juli 1888 (benoemd bij K.B. van 12 mei)
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 11 september 1888 tot 21 augustus 1891 (voor het kiesdistrict Emmen)
- minister van Justitie, van 21 augustus 1891 tot 9 mei 1894
- ambteloos
partijpolitieke functies :
- lid Commissie van Advies van de "leader" der liberalen (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van juni 1876 tot 1877
- voorzitter Liberale Kamerclub, Tweede Kamer der Staten-Generaal, 1891
- lid bestuur Liberale Unie, van 14 november 1896 tot 1 juli 1899
nevenfuncties :
- verschillende commissariaten
- commissaris van enkele minder belangrijke N.V.'s, vanaf 1894
- lid Raad van Commissarissen Koninklijke West-Indische Maildienst, omstreeks 1901
- lid Raad van Commissarissen Drentsche Stoomboot-Maatschappij
afgeleide functies, presidia etc.:
- (tijdelijk) secretaris van de ministerraad, van 3 november 1877 tot 30 augustus 1879
- voorzitter Commissie van Voorbereiding, ontwerp-Faillissementswet (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van februari 1891 tot augustus 1891
- ondervoorzitter van de ministerraad, van 22 maart 1894 tot 9 mei 1894
- lid parlementaire enquêtecommissie naar de toestand in fabrieken en werkplaatsen (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 1886 tot 1887
- lid afdeling geschillen van bestuur (Raad van State)
- lid afdeling Binnenlandse Zaken (Raad van State)
- lid afdeling Marine en Oorlog (Raad van State)
opleiding :voortgezet onderwijs
- Latijnse School
- gymnasium
academische studie :
- Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op stellingen), Hogeschool te Groningen, van 13 september 1847 tot 21 juni 1851 (magna cum laud
activiteiten als parlementariër :
- Sprak als Tweede Kamerlid vooral over waterstaat, justitiële onderwerpen, Suriname en onderwijs
als bewindspersoon (beleidsmatig) :
- Werkte als minister van Justitie in het kabinet-Kappeyne van de Coppello aan de totstandkoming van een nieuw Wetboek van Strafrecht en diende in 1879 een ontwerp-wetboek in.
als bewindspersoon (wetgeving) :
- Bracht in 1878 een wijziging van de Wet op het notarisambt tot stand, waardoor het notarisexamen voortaan zou worden afgenomen door een speciale commissie. Benoeming tot notaris kon pas plaatsvinden nadat de kandidaat-notaris twee jaar op een notariskantoor werkzaam was geweest.
- Bracht in 1892 de Wet op het Nederlanderschap en het Ingezetenschap tot stand. Deze verving de wet uit 1850 en de artikelen 5 t/m 12 uit het Burgerlijk Wetboek over de nationaliteit. De wet bepaalt dat de degenen die op grond van de wet uit 1850 de Nederlandse nationaliteit bezitten stamvaders zijn van na 1 juli 1893 geborenen.
- Bracht in 1893 de Faillisssementswet tot stand, waardoor niet langer alleen kooplieden in staat van faillissement kunnen worden verklaard. Voorheen werden niet-kooplieden indien zij hun verplichtingen niet konden nakomen in staat van kennelijk onvermogen verklaard. Faillissementsverklaring wordt uitgesproken door een arrondissementsrechtbank, na de schuldenaar te hebben gehoord. De schuldenaar kan zelf aangifte doen (om executie te voorkomen) of de schuldeisers kunnen dit doen. Ook is vordering van faillietverklaring door het OM mogelijk. Door faillissement verliest de schuldenaar het beheer over zijn hele vermogen; dit gaat over naar de curator. De curator zorgt voor afwikkeling van het faillissement.
- Bracht in 1893 samen met minister Lely de Merkenwet tot stand. Deze stelt het Bureau voor de industriële eigendom in, dat belast is met inschrijving van fabrieks- en handelsmerken en dat die inschrijving op bepaalde gronden kan weigeren. Zo mag het merk niet al door een ander zijn ingeschreven of in strijd zijn met de goede zeden.
wetenswaardigheden algemeen :
- Werd in 1871 in Assen gekozen als vervanger van Thorbecke toen die minister werd. Het was de bedoeling dat Thorbecke na enige tijd zou terugkeren in de Kamer, maar toen dat niet doorging, bleef Smidt Kamerlid.
uit de privésfeer : Zijn vader was koopman, kantonrechter-plaatsvervanger en wethouder van Assen. Zijn vader kwam oorspronkelijk uit Oost-Friesland.
verkiezingen :
- Werd in 1871 bij tussentijdse verkiezingen in de eerste stemmingsronde gekozen. Versloeg onder anderen A. Roelink.
- Versloeg in 1871 B.J. Gratama (a.r.)
- Versloeg in 1875 A. Brummelkamp sr. (a.r.)
- Versloeg in 1888 jhr. H.M.J. van Asch van Wijck (arp)
- Versloeg in 1891 J. van Alphen (arp), maar nam zijn benoeming niet aan vanwege zijn benoeming tot minister
- Werd in juni 1894 bij naverkiezingen in het district Alkmaar verslagen door A.P. de Lange (lib./anti-takkiaan)
woonplaats(en)/adres(sen) :
- Assen, tot 1877
- 's-Gravenhage, van 1877 tot 1885
- Paramaribo, van 1885 tot 1888
- 's-Gravenhage, vanaf 1888
ridderorden : Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 10 mei 1889
verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.:
- lid Grote of Herensociëteit te Assen, vanaf 1852
- lid Algemeene Kiesvereeniging te Assen
publicaties/bronnen publicaties :
"Scheiding van staat en kerk en het budget van eeredienst" (1872) "Geschiedenis van het Wetboek van Strafrecht" (met medewerking van E.A. Smidt (1881-1886), 5 dln.)
literatuur/documentatie :
- Levensbericht door F.W.J.G. Snijder van Wissenkerke, in: Levensberichten van leden van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde, 1916/7, 215
- L. Buning, "Smidt, Hendrik Jan (1831-1917)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel II, 551
- "N.R.C.", 15 maart 1917
- Ned. Patriciaat, 1963
biografie opgenomen in het Biografisch Woordenboek van Nederland
archivalia via site Nationaal Archief
vindplaatsen en beschrijvingen verzameld door het Nationaal Archief
familie/gezin, huwelijk/samenlevingsvorm :
- gehuwd te Winschoten, 19 augustus 1857 (echtgenote overleden 8 januari 1894)
- gehuwd (tweede huwelijk) te Meppel, 26 april 1895
echtgeno(o)t(e)/partner : Maria van Uildriks
2e echtgeno(o)t(e)/partner : Pompeja Johanna Diederika Houwink
kinderen : 2 zoons en 2 dochters (uit eerste huwelijk)
broers en zusters
4 zussen en 1 broer (zelf de jongste)
halfbroers en -zusters
2 halfzussen
familierelaties : Vader van E.A. Smidt, Tweede Kamerlid
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Hendrik Jan Smidt | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(1) 1857 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Maria van Uildriks, | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(2) 1895 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Pompeja Johanna Diederika Houwink | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||