Hij is getrouwd met Arendina Wichers.
Zij zijn getrouwd op 20 mei 1842 te Groningen, hij was toen 25 jaar oud.Bron 2
Kind(eren):
OVERGENOMEN VAN WWW.PARLEMENT.COM / PARLEMENT EN POLITIEK
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Liberaal die een langdurige politieke en bestuurlijke carrière doorliep. Telg uit een voorname Groningse familie. Na de advocatuur secretaris van de Curatoren van de Groningse Universiteit en tussen 1863 en 1878 afwisselend Tweede Kamerlid en minister van Binnenlandse Zaken en drie jaar staatsraad. Behoorde tot de getrouwen van Fransen van de Putte. Zijn poging in 1874 om het kiesrecht uit te breiden, mislukte. Vanaf 1878 was hij vijftien jaar Commissaris des Konings in Overijssel en daarna bleef hij tot zijn 86e Eerste Kamerlid.
liberaal, in de periode 1863-1902: lid Tweede Kamer, minister, lid Raad van State, Commissaris van de Koning(in)
levensbeschouwing Nederlands Hervormd
stroming liberaal (Puttiaan)
loopbaan :
- advocaat te Groningen, vanaf 1839
- secretaris College van Curatoren Hogeschool te Groningen, van 1845 tot 1851
- notaris te Groningen, vanaf 1851
- lid gemeenteraad van Groningen, van 1853 tot 1863
- lid Provinciale Staten van Groningen voor het kiesdistrict Groningen, van 10 mei 1859 tot 10 februari 1866
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Groningen, van 25 september 1863 tot 10 februari 1866
- minister van Binnenlandse Zaken, van 10 februari 1866 tot 1 juni 1866
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Haarlem, van 31 augustus 1866 tot 11 oktober 1866
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Haarlem, van 19 november 1866 tot 3 januari 1868
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Groningen, van 25 februari 1868 tot 23 januari 1869
- lid Raad van State, van 20 januari 1869 tot 6 juli 1872
- minister van Binnenlandse Zaken, van 6 juli 1872 tot 27 augustus 1874
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Arnhem, van 21 september 1875 tot 1 mei 1878
- Commissaris des Konings (later 'der Koningin') in Overijssel, van 27 april 1878 tot 2 maart 1893 (gepensioneerd)
- lid Eerste Kamer der Staten-Generaal voor de provincie Groningen, van 29 januari 1894 tot 17 september 1902
nevenfuncties :
- secretaris Algemeen Armbestuur te Groningen, vanaf 1840
- thesaurier Akademie Minerva te Groningen, van 18 maart 1845 tot februari 1866
- lid College van Curatoren Rijksuniversiteit Groningen, van 22 mei 1883 tot 1893
- lid Raad van Commissarissen Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen, omstreeks 1888 en nog in 1901
- lid Raad van Commissarissen N.C.S.M. (Nederlandsche Centraal Spoorweg Maatschappij), omstreeks 1901
- lid Raad van Commissarissen Nationale Hypotheekbank
gedelegeerde commissies :
- lid Huishoudelijke Commissie (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1868 tot november 1868
- lid afdeling Binnenlandse Zaken (Raad van State)
academische studie :
- Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op dissertatie), Hogeschool te Groningen, van 3 september 1833 tot 29 juni 1839
activiteiten als parlementariër :
- Sprak als Tweede-Kamerlid over uiteenlopende onderwerpen op het gebied van onder meer onderwijs, volksgezondheid, spoorwegen en justitie
- Stemde in 1868 vóór de motie-Blussé van Oud-Alblas
- Interpelleerde in 1895 (in de Eerste Kamer) minister Bergsma over de toestand in Atjeh
als bewindspersoon (beleidsmatig)
- Op 19 juni 1874 verwierp de Tweede Kamer met 39 tegen 32 stemmen artikel 1 van zijn wetsvoorstel inzake verlaging van de census voor de uitoefening van het kiesrecht. Het aantal kiezers zou daardoor met ruim 100.000 zijn uitgebreid.
als bewindspersoon (wetgeving)
- Bracht in 1872 een wettelijke voorziening tegen besmettelijke ziekten tot stand, waardoor een indirecte vaccinatieplicht werd ingevoerd: onderwijzers of leerlingen die niet tegen pokken waren ingeënt, mochten niet tot de school worden toegelaten.
- Bracht in 1873 een wet tot vereniging van de gemeenten Charlois en Katendrecht tot stand
wetenswaardigheden algemeen :
- Deponeerde in november 1867 bij de behandeling van het Londense Verdrag van 11 mei 1867 inzake Luxemburg brieven op het bureau van de Kamervoorzitter, waaruit moest blijken dat de losmaking van Limburg uit de Duitse Bond in mei 1866 met instemming van Pruisen was geschied. Minister Van Zuylen van Nijevelt had verklaard dat Pruisen daarover ontstemd zou zijn geweest. De regering eiste deze brieven hierna op, maar de Voorzitter weigerde dit en gaf ze terug aan Geertsema.
- In 1868 stuitte een hernieuwd ministerschap van Binnenlandse Zaken op een koninklijk veto. De koning nam hem zijn rol in de Luxemburgse kwestie kwalijk.
verkiezingen :
- Versloeg in 1863 bij tussentijdse verkiezingen W.J.A. Jonckbloet (lib.)
- Versloeg in 1864 bij de periodieke verkiezingen J.J. Teding van Berkhout (a.r.) en jhr. O.Q.J.J. van Swinderen
- Versloeg in 1866 bij tussentijdse verkiezingen in het district Haarlem G.L.J. van der Hucht (cons.)
- Werd in 1866 bij de algemene verkiezingen samen met de conservatief Van der Hucht gekozen. Versloeg A.S. van Nierop (lib.) en H.G. Jansen.
- Werd in 1868 bij de algemene verkiezingen in het district Haarlem verslagen door de conservatieven G.L.J. van der Hucht en jhr. J. de Bosch Kemper. Werd bij naverkiezingen in Groningen gekozen door J.A. Feith te verslaan.
- Versloeg in 1875 in het district Arnhem jhr. A.F. de Savornin Lohman (a.r.) na herverkiezing. Derde kandidaat was het zittende lid J.Ph.J.A. graaf van Zuylen van Nijevelt (cons.).
niet-aanvaarde politieke functies
- Commissaris des Konings in Groningen, 1867 (gepasseerd vanwege bezwaren van de Koning)
- Commissaris des Konings in Overijssel, 1869 (gepasseerd vanwege bezwaren van de Koning)
woonplaats(en)/adres(sen)
- Groningen
- 's-Gravenhage, vanaf 1866
- Zwolle, vanaf 1878
- 's-Gravenhage
- Doorn
- Utrecht tot 15 april 1908
ridderorden
- Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 12 april 1874
- Grootofficier in de Orde van Oranje-Nassau
- Grootkruis Orde van de Eikenkroon, 17 november 1888
overige onderscheidingen en prijzen
Ridder tweede klasse Orde van de Gouden Leeuw van het Huis van Nassau, 16 maart 1890
verenigingen, sociëteiten, genootschappen
lid Groningee Studentencorps "Vindicat atque Polit"
publicaties/bronnen, literatuur/documentatie :
- Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel III, 435
- Onze Afgevaardigden, 1897, 1901
- Ned. Patriciaat, 1913
archivalia via site Nationaal Archief
vindplaatsen en beschrijvingen verzameld door het Nationaal Archief
kinderen
2 zoons en 3 dochters
beroep grootvader (vaderskant)
- lid schepenbank te Groningen
- lid rechtbank in eerste aanleg te Groningen
beroep grootvader (moederskant)
administrateur van 's Rijksschatkist te Groningen
familierelaties
- Vader van C.C. Geertsema, Eerste-Kamerlid
- Vader van W.J. Geertsema, Tweede-Kamerlid
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Johan Herman Geertsema | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
1842 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Arendina Wichers | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||