Tijdstip: 17:00
Teunis van Schreven is geboren en overleden in het huis Nijverheidstraat 140. Hij is ongehuwd overleden.
Op het oude kerkhof aan de Nijverheidstraat.
18070-01.jpg
(Tekst Co Timmermans)
Bij deze Teunis zou ik met een paar woorden kunnen volstaan en dan maar punt uit. Maar voor velen van onze generatie die hem nooit hebben gekend is het misschien toch interessant iets méér over hem te vernemen. Zoals blijkt uit het hier voorgaande is Teunis van het immens geboorterijke gezin van moeder Jannetje Olierook, met zijn beide zusters Burgje en Adriana het enige drietal dat door de schepper van Hemel en Aarde was uitverkoren om volwassen te mogen worden. Als hij nog maar net van school komt verkeert hij al direct, alleen maar door zijn geboorte, in een gunstige uitzonderings positie, hij kan bakkersknecht worden bij zijn vader en zal dan later als enige zoon de bakkerij als zelfstandige kunnen voortzetten. Zoals men dat toen noemde, vrijwel iedere andere jongen moest toen achter het hek, waarmede de scheepswerven toen werden bedoeld, maar Teunis dus niet. Maar alle goede bedoelingen en raadgevingen ten spijt, bij Teunis was reeds lang zijn hoofd op hol gebracht om zich te kunnen uitleven in het warme land zonder al te veel lastige wetten, een land van klapperbomen, van klamboes, maar ook van klewangs, waarmede hij ongetijffeld te maken zou krijgen. In het grote, meer dan 3000 eilanden tellende toen nog Nederlands Oost-Indië, waar Nederland reeds méér dan 3 eeuwen de screpter zwaaide, konden ieder jaar weer opnieuw enkele duizenden Nederlanders, zo zij dit maar wensten, een goede baan krijgen bij het onderwijs of in handel en cultures en ook in dienst van het Indische leger, maar bij dit laatste moest dan wel dikwijls en voordurend hardnekkig gevochten worden. Teunis, onhandelbaar en halstarrig, vertrekt ná een korte vóóropleiding met een troep of compagnie militairen per schip, hier waarschijnlijk van de Rotterdamsche Lioyd zoals toen gebruikelijk was, in 1903 óf 1904 naar Tandjong Priok, de haven van Batavia. Gedurende deze reis en éénmaal aangekomen in dit prachtige land zal Teunis ongetwijfeld zijn ogen hebben uitgekeken. Van zijn 11 Indische jaren als militair, waarin zonder enige twijfel enorm veel gebeurd zal zijn, maar waarover in de latere jaren maar weinig werd geproken, is jammer genoeg vrijwel niets bewaard gebleven. Teunis repatrieert vroegtijdig, zijn contracttijd is nog niet om, in verband met ouderdom en ziekte van zijn vader. Hij verspeelt daarmede wel zijn latere pensioenjaren, hetgeen een klein vermogen had kunnen worden. Slechts korte tijd vóór het overlijden van zijn vader in 1915 en de bakkerij niet meer bestaat, gaat Teunis nu voor vele jaren varen als dekknecht of als stoker op rijnsleepboten, vuil en zwaar werk, voor hete vuren staan en daarom niet best voor de gezondheid, maar hij is een gezonde en sterke kerel en fors gebouwd. Hij woont zo nodig in Rotterdam aan de wal in diverse kosthuizen en zijn contacten met Capelle a/d IJssel zijn lange tijd niet zo intensief. Ook hierin zal verandering komen. Reeds in het begin van de crisisjaren 1913-1940 raakt hij werkloos en komt dan zeker nooit meer aan bod, hetgeen hijzelf dan gelukkig nog niet weet. Hij woont dan inmiddels weer als kostganger bij de arme maar nette familie Noorlander in Kralingen als de 2e wereldoorlog op 10 mei 1940 uitbreekt. Toch wel heel wat gewend zijnde gebeuren er dan, ook voor hem, vreselijke dingen die zijn leven radicaal een andere wending geven. Vroeg in de middag van de 14e mei 1940 wordt de onverdedigde stad Rotterdam door de Duitse luchtmacht wreed en onbarmhartig met brand- en brisantbommen bestookt om Nederland op de knieën te krijgen en brandt een groot deel van de stad in no time als een fakkel, wel langer dan een week. Vele duizenden Rotterdammers vluchten de stad uit met dat gene wat ze dragen kunnen in vele richtingen, vooral naar het Oosten via de 's-Gravenweg. En ook Teunis, hij meld zich laat in die middag in de winkel van zijn zuster Burgje in Capelle a/d IJssel, tot wie zou hij anders kunnen vluchten, in zijn armen dragende het kleinste kind van de familie Noorlander, vuil en zwartgeblakerd door de brandende straten van Kralingen, uitgeput en totaal overstuur. Waarschijnlijk is hij nooit zó klein geweest als op dit moment. Van het huis Nijverheidstaat No.140 kan gezegd worden: "er kan nog meer bij " Teunis moet al sinds vele jaren leven van een wekelijkse uitkering van ongeveer f.10,- van Maatschappelijk Hulpbetoon te Rotterdam, maar geheel afgezien hiervan wordt hij, dit nog niet wetende, voor zijn verdere levensjaren hier als een gezinslid door zijn zuster Burgje, nu zelf sinds een jaar weduwe, volledig geacccepteerd. Even later ariveert ook, hevig ondaan en ontredderd, het gezin Noorlander; zij en Teunis hebben alles wat zij bezaten, in de brandende stad moeten achter laten. Moeder de Vries heeft naast de winkel, heel toevallig, een klein leegstaand huisje van f.3,- per week, en dat is voor de familie Noorlander. Moeder de Vries organiseert via kennissen nog veel meer voor dit gezin, zij krijgen beddengoed kleren, meubels en er moet toch direct gegeten worden. Ja, dit alles móét, voor vele duizenden, eigelijk onvoorstelbaar. Via de gemeente-secretaris van Capelle a/d IJssel doet men al het mogelijke om enkele duizenden vluchtelingen in kerken en scholen zo snel mogelijk onderdak te verschaffen en een uitkering te verstrekken, later weer huishoudelijke artikelen, een hele organisatie op zich zelf. Teunis heeft hier bij zijn zuster in huis niet alleen onderdak, nee alles wat hij nodig heeft, tot liefde aan toe en een vriendelijk woord van alle huisgenoten. Hij leeft hier langs de waterkant van Hollandsche IJssel, achter het huis op de bank, onder enkele vruchtbomen, steeds veel lezende en onder het genot van ontelbare pijpen tabak, men zou zeggen : verzorgd als een prins.
Op een middag echter zit hij weer in zijn leunigstoel voor het raam in de voorkamer langs de straat in de zon, want het is prachtig weer. Voorbijgangers, die hem zo zien zitten, denken: "zo Teunis zit weer te genieten van zijn middagdutje óf hij zit te genieten van de mooie natuur, want "de Loet" staat in bloei, de oude huisjes met de oude bomen en fruitbomen, alles bijéén een rustig en prachtig stukje natuur. Maar dan is er eindelijk iemand die het dóór heeft en ernaast in de winkel alarm slaat, als men naar de kamer snelt dan constateert men dat Teunis dood in zijn stoel zit en dat hij onopgemerkt voor eeuwig is ingeslapen. Het is 26 mei 1952, Teunis werd 71 jaren oud.
En zo ziet men maar weer, in een mensenleven kunnen heel veel tegenstelingen gebeuren, die het misschien helemaal niet verdiend heeft, aan hem zal veel aandacht worden besteed. Schrijver dezes hoopt nu maar dat niemand hem het kwalijk zal nemen dat hij ooit deze regels, die toch heel weinig met een familie-register te maken hebben, heeft neergeschreven.
EXTRACT uit het Stamboek van mindere rangen, van het Nederlandsch Oost-Indisch Leger.
Teunis van Schreven Algemeen Stamboek No.57380.
Behept met binnenwaartsche stand van beide knieën in geringen graad.
Wanneer en op welke wijze in dienst getreden; omschrijving van zijn aangegaan accoord en verdere militaire loopbaan.
11 Augustus 1903 te 's-Gravenhage vrijwillig geëngageerd als soldaat voor zes jaren bij de koloniale troepen, zowel in als buiten Europa, welke tijd rekent in te gaan op den 14 Augustus 1903 met f.200 premie.
5 September 1903 geënbarkeerd te Rotterdam aan boord van het stoomschip "Oengaran".
13 October 1903 gedebarkeerd te Batavia en geplaatst bij het 1e Depot Bataljon.
14 Juni 1904 Overgegaan bij het 10e Bataljon Infanterie.
1 December 1904 Overgegaan bij het Garnizoens Bataljon van Sumatra's Oostkust, mobiele troepenmacht ter Atjeh's Oostkust.
21 Maart 1905 Overgegaan bij het 1e Garnizoens Bataljon van Atjeh en Onderhooringheden.
24 September 1906 Overgegaan bij het 2e Garnizoens Bataljon van Atjeh en Onderhoorigheden.
29 October 1906 Overgegaan bij het 14e Bataljon Infanterie.
4 September 1908 Overgegaan bij het 9e Bataljon Infanterie.
14 Augutus 1909 Gedeëngageerd voor 2 jaren bij de koloniale troepen zoowel in als buiten Europa premie f.100 bij het 14e Bataljon Infanterie.
25 mei 1911 Overgegaan bij het 17e Bataljon Infanterie.
25 Augustus 1911 Gedeëngageerd voor 2 jaren bij de koloniale troepen zoowel in als buiten Europa in te gaan den 14 Augustus 1911 premie f.100 waarvan f.75 in de postspaarbank in Nederlandsch Indië ingelegd.
4 November 1911 Geplaatst in de 2e klasse van militaire discipline.
27 November 1911 Tijdelijk ongeschikt voor den dienst te velde.
6 December 1911 Overgegaan bij het 16e Bataljon Infanterie.
14 April 1912 Uit de 2e klasse van militaire discipline ontslagen.
29 Mei 1912 voor den dienst te velde weder goedgekeurd.
4 Augustus 1913 geplaatst in de 2e klasse van militaire discipline.
2 December 1913 daaruit ontslagen.
6 April 1914 het paspoort naar Nederland toegestaan, zijnde hem het certificaat van goed gedrag onthouden.
Is wegens slecht gedrag een reëngagement geweigerd.
30 Mei 1914 ter paspoorteering in Nederland overgegaan bij het Subsisten ten kader te Padang.
6 Juni 1914 derwaarts vertrokken per Stoomschip "Tabanan".
Gedane veldtochten, bekomen wonden en uitstekende daden.
Wanneer en op welke wijze afgegaan.
1904 Krijgsverrichtingen tegen Atjeh.
1905, 1906, 1907, 1908, 1909, 1910 en 1911 Krijgsverrichtingen in Atjeh.
Erenteeken voor belangrijk krijgs bedrijven 1901-1905 Atjeh, 1906-1910 Atjeh.
23 October 1909 toegekend de bronzen medaille met f.12 gratificatie.
4 november 1911 de bronzen medaille ontnomen wegens plaatsing in de 2e klasse van de militaire discipline.
3 Juli 1914 onscheept te Rotterdam en op dato afgemonsterd.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Teunis van Schreven | ||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.