râefugiâe, kleermaker en diaken van de Waalse kerk te 's-Gravenhage, die als klanten talrijke adellijke officieren heeft onder wie de heer van Langerack, wordt later mr. tailleur van de Prins van Oranje (1681) en de koning van Engeland (Willem III) genoemd, [951] meester kleermaker te 's-Gravenhage (1665).
Op 29-8-1665 bekent Petronella Campe, laatst wed. van Johan Eyckburch, in leven secretaris van de Raid van Staten schuldig te zijn aan Jean Jonolin, meester cleermaker wonend te 's-Gravenhage, en Johan Germyn wonend te 's-Gravenhage, respectievelyk ƒ 1000-0-0 en ƒ 617-16-0, verschuldigd door Christiaen Huygens, drossaard van land en baronie van Kranendonk, en kosten van arrest en detentie. Er wordt verwezen naar een schuldbekentenis d.d. 5-9-1664 voor notaris M. Verwey te 's-Hertogenbosch een sententie d.d. 16-4-1665 van de raad van Brabant. [952]
De rechtsgeleerde Ulrik Huber haalt in zijn werk Heedensdaegse rechts-geleertheyt, soo elders, als in Frieslandt gebruikelijk[953] ter illustratie van zijn betoog aan de "sake van Jan Jonelijn, kleermaker van den Prince van Orangien, contra N.B." voor Alderheiligen 1680.
In dec. 1683 procedeert Petronella Kenens, weduwe van Hermanus van Schoorstraten, impetrant, voor de Hoge Raad contra Jean Jonolijn, meester kleermaker in den Hage, gecondemeerde. [954]
Op 10-12-1684 heeft Jean Jonolin te 's-Gravenhage een vordering op Anna Elisabeth Wilhelmina zu Bentheim-Tecklenburg-Steinfurt als voogdes van haar zoon graaf Arnold Mauritz Wilhelm. [955]
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Jean Jonollin de Rocheli | ||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.