Kind(eren):
"N. N. Geelrok, dien wij voor den Stamvader moeten houden, naardien de vroegere Voorzaaten niet vermeld worden, omtrent het Jaar 1450, wat vroeger of laater, te Antwerpen, met eenen Heer van veel aanziens, op het Schaakbord speelende, raakte met derzelven in woorden, die zo hoog opliepen, dat er een tweegevegt uit ontstond, in 't welk Geelrok zijnen vijand nederleide, en , daarenboven, het ongeluk hadt, dat hij in handen van 't Geregt verviel. Geelrok had drie broeders. Voor hunnen bloedverwant, met reden, het ergste vreezende, beraamden zij eenen aanslag, om hem uit den Kerker te verlossen. Zij slaagden naar hunnen wensch, doch vonden zich met een genoodzaakt, hun Vaderland te verlaaten. Wat 'er van de drie trouwhartige broederen geworden zij, is ons niet gebleeken. Onze Geelrok vlugtte na Gelderland. Hier wierdt hij bekend met den toenmaals regeerenden Hertog, die hem voorts tot zijnen Groot-Valkenier en Opper-Jaagermeester aanstelde. Volgens de echtste bescheiden, zou deeze de aanleiding tot de herwaarts komst, en de reden der naamsveranderinge geweest zijn."
Bron: Vaderlandsch Woordenboek Deel 29
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.