Hij is getrouwd met Aartje Goossense.
woonden: 1860 Grote Marktstraat H'Wijk
(Bron: John Westera)
Begin maart 1858 vluchtten de vissers Jan en Jacob Mons (en hun knechten) uit Harderwijk, met slecht weer, de haven van Urk binnen.
Maar ze hadden 125 haringen gevangen en wilden die graag naar Elburg brengen. Dus gingen ze op 5 maart 1858 met twee schuiten en knechten van Urk naarElburg. De schuiten werden door ijs bezet. Terugkeren kon niet en van Urk kon geen hulp komen. Zaterdag 6 maart om 6 uur kwamen ze bij Schokland:wind, ijs en sneeuw dreven hen onder den Ketel op Het Zand, waar ze op twee ankers bleven dobberen.
Schokkers zagen de boten, kwamen met twee ijsvletten en 8 man onder aanvoering van een zekere Elbert.
Ze vorderden de haring of 200 gulden (zeeroverij). Uiteindelijk kochten ze de haring maar hulp werd geweigerd. Ze verklaarden aan Landbouwer Prinsvan Kampereiland, die hulp wilde bieden, dat hulp niet nodig was en dat de twee schuiten voorraad van alles hadden en dat er geen gevaar te duchten was.
Woensdag hadden ze echter geen levensmiddelen meer en het weer was bedaard, zodat ze naar land wilden gaan om voorraden te halen. Jan Mons begon detocht, omdat er zes voet water stond ontdeed hij zich van laarzen en duffel. De knecht van Aalt Jan Prins, Jan Sneeloper, zag hem en deed moeite bijhem te komen maar raakte zelf op het ijs in gevaar. Prins uit de kerk komende zag het gevaar, ging met een boom op het ijs, gaf de knecht een haaken samen kregen ze Jan Mons aan wal. Prins voorzag Jan Mons in huis van alles, en haalde ook de volgende dag de anderen van de schuiten, bracht zemet de wagen naar Kampen en beloofde een oogje op de schuiten te blijven houden.
Daarna brengen Jan en Jacob verslag uit aan de burgemeester van Harderwijk, deze doet verslag aan Kampen, en die sturen een verslag naar "Het Nut"in Amsterdam via "Het Nut" in Kampen.
Jan Sneeloper en Aalt Jan Prins moeten bewoners van de Middelbuurt geweest zijn. De Noord- en Zuid-punt was reeds ontruimd. In 1859 werd de geheleontruiming van Schokland gelast en de mensen verhuisden naar Blokzijl, Kampen en Monnikendam.
Het getuigschrift van deze gebeurtenis is in bezit van Jan Ossekoppe te Apeldoorn een nakomeling van Aalt Jan Prins. De redders kregen een medaille.
Later kreeg ik naar aanleiding van dit verhaal een aanvulling van Dries ten Hove. Hij verteld dat Aalt Jan Prins pachter was van stadserf 14 op hetKampereiland op de Kattewaard. Vanaf zijn erf had hij een goed zicht op 'zee' en de zuidpunt van Schokland.
Zij zijn getrouwd op 1 december 1858 te Harderwijk, hij was toen 35 jaar oud.
Kind(eren):
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.