Rustend Landbouwer
Bs Kats, akte 24.
Hij is een partner van Hendrina Catharina Wesselink.
Ze werden partners te Kats, Zeeland, Nederland.
Zij zijn getrouwd op 21 april 1824 te Kats, Zeeland, Nederland, hij was toen 26 jaar oud.Bs Kats, akte 1
Kind(eren):
Rode haan kraaide in Kats
Dat was schrikken in Kats, het dorp waar nooit wat gebeurde, op die
dertiende September 1863 rond twee uur in de middag. Geroep van brand, brand
en klokgelui deed de mannen van de brandweer zich haasten naar de
bergplaatsen van het blusmateriaal. Er was brand op de hofstede van Abraham
Markusse. Pieter Eversdijk, de opperbrandmeester, had zijn
onderscheidingsteken opgedaan en had zich naar de hoeve begeven, spoedig
gevolgd door de onderbrandmeester, die met de manschappen het blusmateriaal
had opgehaald. Eversdijk zag dat de schuur en het wagenhuis in brand
stonden. Het woonhuis, twee graanstapels en twee klampen hooi waren nog
gevrijwaard. De Katse brandweerlieden begonnen onmiddellijk met het blussen
van de schuur en het wagenhuis en het nat houden van de woning. Hulp kwam er
van de tegelijkertijd gealarmeerde Colijnsplaatse brandweer, onder leiding
van opperbrandmeester Westfaal Quadekkers, die z`n best deed om het graan en
het hooi nat te houden. De wakkere brandweerlieden van Kortgene arriveerden
weer wat later, maar de Katsenaren en de brandweerlieden van Colijnsplaat
hadden die bijstand beslist niet nodig. Zelfs toen bleek dat de Katse
brandhaken, waarmee de brandende delen van schuur en wagenhuis uit elkaar
werden gehaald, door het vuur onbruikbaar raakten, weigerde men de hulp van
de Kortgeense brandweer en dat terwijl de Colijnsplaatse blussers de haken
vergeten hadden mee te nemen. Ook toen was er als sprake van animositeit
tussen de Noord-Bevelandse dorpen. Brandmeesters Eversdijk en Westfaal
Quadekkers stuurden de vlakbij wonende boer Jan Willem Markusse naar
Colijnsplaat om de haken aldaar op te halen. Dat was nodig, want de wind was
gedraaid, waardoor de hoeve van Jan Willem gevaar liep ook in brand te
raken. Met man en macht slaagden de brandweerlieden erin om dat te
voorkomen. Daarvoor moest tot de avond van de veertiende September worden
doorgewerkt. De grote schuur met daarin de oogst en het wagenhuis waren
verloren gegaan. Acht varkens en twee kalveren kwamen in de vlammen om. De
verzekering dekte de schade. Eversdijk toonde zich in zijn rapporten zeer
tevreden over de werklust van de leden van de brandweer. We moeten daarbij
bedenken dat er sprake was van een plichtbrandweer en geen vrijwillige zoals
vandaag de dag het geval is. Op 5 April 1864 kraaide wederom de rode haan in
Kats. De brandweercommandant kreeg de mededeling, dat de hoeve van Jan
Willem Markusse in brand stond. De brandblusmiddelen werden vlug geladen op
de kar van vrachtrijder Abraham Flipse. Op weg naar de brand bleek het niet
te gaan om de hoeve van Jan Willem Markusse maar nog eens om die van
Abraham Markusse. Weer stond de schuur in brand. Als eerste probeerde men de
koeienstal te redden. De brandweerlieden gooiden voor een deel de pannen van
het dak om beter bij de brandhaard te kunnen komen. Bij paardenstal paste
men dezelfde werkwijze toe. Zo kon men de vlammen in de schuur beter
bestrijden. Toen de Colijnsplaatse blusbroeders op het terrein van de brand
kwamen, kregen de mannen van Eversdijk een poosje rust. Zowel kaf als stro
hadden vlam gevat. Toen de brand geblust was, hielden zeven man nog een
nacht de wacht met brandladders. Slechts Marinus de Wilde mocht naar huis,
omdat hij tijdens de werkzaamheden van een ladder was gevallen en zich
ernstig had bezeerd. We weten niet waar de hoeve, waarop Abraham Markusse
boerde, heeft gestaan. De boerderij was niet zijn eigendom. Hij was pachter.
De weduwe J. Claeijssens te Rijssel in Frankrijk was eigenaresse. Er is
gedacht aan hoeve Zeldenrust aan de boomdijk, maar nu er in het
proces-verbaal zo duidelijk sprake is van twee boerderijen in elkaars
nabijheid, waarbij ook nog eens de brandweer van Colijnsplaat en Kortgene
kwamen aangesneld, zou het kunnen gaan om de boerderijen Zorgvliet en
Zuidvliet aan de Nieuweweg, maar zeker is dat door het ontbreken van verdere
schriftelijke bronnen niet. Zorgvliet is later afgebroken. Abraham Markusse
had z`n bekomst van het boeren bedrijf. Hij verhuisde in Juni 1864 naar
Colijnsplaat, maar keerde in Mei 1865 weer terug naar Kats, ditmaal als
winkelier.
In de rapporten werd niet de vraag gesteld hoe het mogelijk was dat binnen
een jaar tweemaal brand uitbrak op dezelfde boerderij.
Bron: Even Omzien uit de PZC van 2004
Auteur: A.J. Barth
Met vriendelijke groet
Jannie Gommers-de Bil
_____
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Abraham Markusse | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Hendrina Catharina Wesselink | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.